U bent hier

Anoniem - Spijkerbeeld Mayombe

Anoniem - Spijkerbeeld Mayombe

Was het een schok van herkenning die door me heen flitste, toen ik, dwalend door de museumzalen, in het centrum van een vitrine, plotseling de hiernaast afgebeelde gestalte ontwaarde ? Werd ik soms, een ondeelbaar moment, van de ene seconde op de andere, geconfronteerd met een beeld uit een ver verleden; een fase uit de evolutie, waaraan ik eens persoonlijk deel had ? Ik weet het niet. Een feit is, dat zich een gevoel van bevreemding van mij meester maakte; langzaam maar zeker verloor ik mijn identiteit. Ik was het niet langer die een bééld aankeek, maar hier stond een wezen dat mij aanzag, heersend, met een onontkoombaar dwingende, hypnotiserende blik... Ongetwijfeld zullen velen, na aandachtige beschouwing van de afgebeelde figuur, eveneens iets van de hierboven omschreven envaring ondergaan; eohter even zeker niet in die mate als mij overkwam, toen ik er wérkelijk vóór stond. Met alle respect voor de kleurenreproduktie; het blijft een afbeelding en zijn hierdoor ook uw en mijn confrontatie totaal onvergelijkbaar. Misschien noopt dit u nog eens tot een bezoek aan genoemd museum, waar verder nog zoveel te zien valt, dat het zonder overdrijving, een 'schatkamer der tropen' genoemd kan worden. Ons spijkerbeeld is een zeer oud stuk en behoort dan ook tot de vroegste aanwinsten van het museum. Het is zonder meer uniek. Het ontbreekt dan ook in vrijwel geen enkele belangrijke uitgave op het gebied van de ethnografica. Met zijn ruim één meter hoogte, behoort het tevens tot de uitzonderlijk grote figuursculpturen. Naar menselijke maat gemeten daarentegen, zou het associaties moeten oproepen aan de gedrongen gestalte van een dwerg. Echter, dit beeld heeft zo'n geweldige expressie, dat het juist tot reusachtige afmetingen lijkt uit te groeien. Zoals gebruikelijk bij Afrikaanse sculpturen, werd ook deze figuur, uit één blok hout gesneden. De kleur is, mede door het ouderdomspatine, zeer donker, bij zwart af. Voornamelijk op het gelaat en de beide voetsteunen, werd op sobere maar uiterst effectieve wijze, kleur toegepast; verticale strepen in steenrood tegen een wit fond. Het hoofd, dat bijna één derde van de totale lengte bedraagt - zoals trouwens bij alle vroege culturen doorgaans het geval is - vormt het overwegend belangrijkste detail. De wat ge- drongen romp, welke indruk, door de korte brede nek en de in de zijden geplaatste armen nog versterkt wordt, torst als 't ware deze machtige, ontzagwekkende kop. Typerend voor de grootse stijl en de eminente vormkracht, is het feit, dat, van terzijde beschouwd, ondanks het terugliggende gelaat, de gestalte schijnt voorover te hellen, een enigszins topzware indruk maakt. Stellig is dit effect medebepalend voor de reeds eerder genoemde overweldigende kracht, de enorme potentie die het beeld uitstraalt. Niet voor niets - zij het dan volkomen onbewust waarschijnlijk - werd door onze beeldsnijder, zoveel aandacht aan het hoofd besteed. Immers, van deze grote, wijd-starende, uit witte schelpen vervaardigde ogen, gaat in feite de hypnotiserende werking uit en verleent dit aan deze figuur, haar angstaanjagende, onheilspellende uitdrukking. Opmerkelijk is, dat, in tegenstelling tot de overigens zo robuste vormgeving, de handen zeer nauwkeurig zijn aangegeven; de vingers tonen duidelijk de geledingen in drie kootjes en zelfs de nagels werden apart uitgewerkt. Wat de versierende elementen betreft; de figuur draagt een fijne, smalle hoofdband, in reliëf gesneden en vermoedelijk een snoer voorstellend van kaurischelpen en kralen, een paar kleine ijzeren oorringen, om de hals een vrij grof koord en om de beide bovenarmen, dubbele armbanden die evenwel in het hout zelf zijn uitgesneden, maar vrijwel zeker de bronzen sieraden voorstellen, die veelvuldig in Afrika gedragen worden. Tenslotte, misschien wel de opmerkelijkste details van versierende aard; de baard en het lendenschort. Deze baard, vervaardigd uit repen dierenhuid met afhangend, lang, zwart haar, werd bevestigd aan een plastisch zeer suggestief gevormde, monumentale kraag. Vooral het zij-aanzicht toont duidelijk, in welk een belangrijke mate dit onderdeel bijdraagt, tot de totale expressie van het beeld. Het is vooral om het van vezelstof gemaakte schort, waarover wonderlijk gevlochten strengen afhangen, dat ik geneigd ben te veronderstellen, dat onze houtsnijder met deze figuur, oorspronkelijk het beeld van een medicijnman voor ogen heeft gestaan. Dergelijke schorten behoren immers vrijwel altijd tot zijn gebruikelijke attributen. Het beeld zélf wordt in elk geval tot de categorie der z.g. 'fetisjbeelden' gerekend, figuren waarin op de een of andere wijze een magische materie werd aangebracht, waaraan men bovennatuurlijke kracht toekent. De primitieve mens, nog praktisch in natuurstaat levend, wordt dagelijks omringd door raadsels en mysteries en verkeert feitelijk voortdurend in angst en onzekerheid. Het welzijn, het geluk is broos; ziekte, hongersnood en natuurrampen bedreigen het bestaan. De enige mogelijkheid om eventueel het lot in gunstige zin te beïnvloeden, ligt in het 'in contact treden' met die andere wereld, het onzichtbare rijk der goden. Het is de z.g. 'fetioheur', de medicijnman, die voor deze magisch-rituele praktijken de aangewezen persoon is. Niet zelden overtreffen zijn macht en invloed, die van het stamhoofd. Hij is het immers, die beslissen kan over leven en dood. Hij is de grote bemiddelaar, degene die de contacten tot stand brengt en onderhoudt, tussen de goden en de mensen. De benaming 'spijkerbeeld' ontleent onze sculptuur aan haar feitelijke functie. In het lichaam en de schouders zijn namelijk een aanzienlijke hoeveelheid roestige draadnagels, schroeven en andere scherpe ijzeren fragmenten gedreven. Waarom men dit deed, zal ik zo dadelijk uiteenzetten. Eerst het volgende; er zou geen enkele spijker in geslagen zijn, als dit beeld niet voorzien was geweest van reedsgenoemde 'magische materie'. Immers, zonder deze 'lading' zou het geen enkele potentie bezitten, een zielloos blok hout zijn. Bij óns beeld bevindt deze materie zich in de ronde, doosvormige uitstulping ter hoogte van de navel. Volgens traditie, werd ook dit onderdeel niet apart aangebracht, maar eveneens uit dat ene oorspronkelijke blok hout gesneden. Eerst later werd het uitgehold, de 'lading' er ingebracht en tenslotte de opening afgesloten met een schelp. En nu dan de feitelijke functie van het spijkerbeeld: een lid van de stam, dat een ander kwaad wil berokkenen, slaat - eventueel gepaard met het uitspreken van bepaalde formules, - waarschijnlijk in de trant van verwensing en vervloeking - een spijker of een ander scherp voorwerp in het beeld. Het zal dit echter nooit doen, zonder verzekerd te zijn van de aanwezigheid van ooggetuigen. Immers één van hen zal later, de fatale 'boodschap omtrent de gepleegde rituele handeling, aan de betrokkene overbrengen. In de vaste overtuiging dat hij ten dode opgeschreven is en niets ter wereld hem van de ondergang kan afhouden, zal de man in kwestie, langzaam maar zeker in een staat van fysieke ontreddering geraken. Slapeloosheid, gebrek aan eetlust ondermijnen zijn krachten en doen hem op de duur tot volslagen apathie vervallen. Het verwondert ons niet, dat het slachtoffer tenslotte werkelijk ziek wordt en evenmin het feit, dat velen de over hen uitgesproken vervloeking, inderdaad met de dood moeten bekopen. RITUELE ZANG DE STER AAN DE HEMEL, HET VUUR OP DE AARDE, DE AS VAN DE STOOKPLAATS, DE BLIK IN DE OGEN ZIJN WOLK EN ROOK EN DOOD. Afrikaanse pygmeeën