U bent hier

Art Center Hugo Voeten - Een privécollectie voor het publiek

 

Ons land heeft geen gebrek aan rijke en gevarieerde privécollecties. Het leuke is dat meer en meer van die verzamelingen hun beslotenheid opgeven. Dat gebeurt via tentoonstellingen in erkende musea, nieuw opgerichte initiatieven, private stichtingen en eigen museale ruimten.

 

 

Bulgarije en verder

 

In april 2012 opende Hugo Voeten (°1940) zijn Art Center in Herentals. Het is zonder meer een indrukwekkende realisatie. Wat ooit de ruïne van een graanfabriek aan het Kempisch Kanaal was, is met zorg gerestaureerd en verbouwd tot een museum met negen niveaus. De architecten Wouter Bastijns en Barent Bulcke behielden de waardevolle elementen en waar destrijds de silo’s zaten, zorgden ze voor een immense vide, doorsneden door twee ‘zwevende’ volumes. De bezoeker kan hier ruimtelijkheid echt ervaren. Hij betreedt het Art Center via een eenvoudige inkompartij die uitmondt in de immense ruimte die de blik naar omhoog leidt en een duidelijk beeld geeft van de omvang van het gebouw. Allicht zal de bezoeker het niet meteen opmerken, maar overal is een zacht klingelend geluid te horen. Het is rustgevend en intrigerend tegelijk.

 

De man die aan de basis ligt van het Art Center is Hugo Voeten. Hij startte ooit met een kleine superette in de Kempen en wist die uit te breiden tot een keten van meer dan veertig winkels, een interessante onderneming die hij aan een warenhuisgroep verkocht. Maar verzamelaars, echte verzamelaars, wachten niet tot ze rijk zijn om kunst te kopen. Dat doen ze al van in hun latere jeugd. Zo is ook Hugo Voeten begonnen. Ondertussen heeft hij een imposante verzameling, met het Art Center in Herentals en een impressionante beeldentuin van 15 hectaren rond zijn woning in Geel. Het park is vorm gegeven door Jacques Wirtz, een van onze meest vooraanstaande landschapsarchitecten. Er staan meer dan tweehonderd beelden.

 

Hugo Voeten is een verwoed jager en dat bracht hem in vele delen van de wereld. Het is vooral Bulgarije dat hem heeft geraakt: hij heeft er zijn partner gevonden, hij heeft er zowat de hele kunstscène van het land ontmoet, hij treedt er op als mecenas en is er honorair consul van. De verbondenheid met dit voor velen onbekende land is af te lezen in zijn collectie. Hij heeft zonder enige twijfel de meest uitgebreide verzameling van Bulgaarse kunst buiten het land zelf. Alleen al in dat opzicht is het een interessante kennismaking. 

 

Bulgarije heeft een rijke, bewogen en ook ingewikkelde geschiedenis. De in 1896 opgerichte Nationale Kunstacademie huist in een in 1907 geopend prestigieus gebouw in Sofia en heeft een sterke invloed uitgeoefend op de beeldende kunst in het land. De in Tsjechië geboren kunstschilder Ivan Mrkvička (1856-1938) was de oprichter van de academie en de man die een grote vernieuwing doorvoerde door de moderne kunst te promoten. Hij zorgde ervoor dat de profane schilderkunst weer vaste voet aan de grond kreeg in het land dat lange tijd door de Osmanen werd geregeerd en inzake godsdienst vooral de orthodoxe ritus kende met zijn iconenschilderkunst. In de periode tussen de twee wereldoorlogen ontdekten de Bulgaarse kunstenaars de toonaangevende artistieke centra in West-Europa. Ze reisden naar München en Parijs, naar Wenen en Rome. Ze maakten kennis met de nieuwe stijlen en brachten hun inzichten mee bij hun terugkeer. Na de Tweede Wereldoorlog tot aan de val van het Sovjetimperium werd in de academie de nadruk gelegd op het sociaal realisme en kwam elke aansluiting met het Westen tot stilstand. Het is pas in de late jaren 1960 dat stilaan een lichte verschuiving waarneembaar was. De nadruk bij de opleiding werd vooral op het métier gelegd, maar een grotere expressiviteit werd getolereerd zolang het de samenhorigheid van het volk niet kon schaden of, beter nog, kon stimuleren. De beeldhouwkunst was dan ook bij uitstek geschikt, het is de kunst die op openbare pleinen en in parken aan bod kan komen. Het is zonder meer duidelijk dat de Bulgaarse beeldhouwers hun vak kennen, soms zijn ze ook goede kunstenaars.

 

In de grote vide op het gelijkvloers ontdekt de bezoeker al meteen een aantal monumentale en expressieve beelden zoals De moeders van Liubomir Dalchev (1902-2002) en Vliegtuigen van Nikolay Shmirgela (1911-1999). In schril contrast staat bovenaan de trappenpartij en zittribune een beeld van de Britse, in Amerika levende, Thomas Houseago (°1972). Zijn Lumpy figure maakt alvast duidelijk dat Hugo Voeten verder kijkt dan Bulgarije.

 

De huidige opstelling is het werk van de in Bulgarije zeer bekende kunstenaar Svetlin Roussev (°1933) die hier als curator is opgetreden. Het is de bedoeling dat de opstelling en de keuzes die door Roussev zijn gemaakt na enige tijd worden omgewisseld met die van een nieuwe curator. Een curator met een andere achtergrond zal ongetwijfeld andere accenten leggen en misschien het zwaartepunt wat verleggen. Het zou in elk geval een pluspunt zijn dat wisselende curatoren met deze omvangrijke en specifieke collectie aan het werk kunnen.

 

 

Van duivels tot pelgrims op de Olijfberg

 

Op niveau 1 maakt de bezoeker kennis met een aantal van de vroegste werken die door de verzamelaar zijn aangekocht: de cyclus Les diaboliques van Félicien Rops (1833-1898), grafiek van Jozef Cantré (1890-1957), grafiek en origineel werk van Frans Masereel (1889-1972), een beeld van George Minne (1866-1941), Vrouwentorso van Wilhelm Lehmbruck (1881-1919) in een bronzen en in een plaasteren uitvoering. Allemaal werken die we gemeenzaam onder de noemer expressionisme zouden kunnen catalogeren. Het geeft een beeld van de toenmalige smaak van de jonge verzamelaar. We vinden er ook de expressieve beeltenis van Richard Wagner (1813-1883) en De gekwetste, beide van de door zijn oorlogsverleden verguisde Arno Breker (1900-1991). Hugo Voeten heeft van hem meer dan twintig sculpturen die een boeiend overzicht geven van de veelzijdigheid van het oeuvre van deze kunstenaar. Naast een werk van Rik Wouters (1882-1916) en Léon Spilliaert (1881-1946) is er op deze verdieping nog zeer hedendaags werk te zien van de Franse kunstenaar Gilles Barbier (°1965). 1955-2008 is een liggende, naakte dame, in was uitgevoerd en vol geprikt met vlagspeldjes waarop dagboekgegevens zijn vermeld. Aan de wand hangt The mute drawing en ook dat werk maakt duidelijk dat humor en kunst best te verenigen zijn.

 

In het onderste hangende volume in de vide is een reeks werken van Christo (°1935) en zijn vrouw Jeanne-Claude (1935-2009) geëxposeerd. Voeten kocht de verzameling van de Nationale Academie in Sofia. Ze was door het echtpaar Christo geschonken  aan de academie die wat financiële problemen had. Ze zijn nu geflankeerd door keramiek van Pablo Picasso (1881-1973) en een mooie Diego au blouson van Alberto Giacometti (1901-1966).

 

Van niveau 3 blijft me vooral een video-installatie bij van Paul Pfeiffer (°1966). Deze Amerikaanse kunstenaar is geboren in Hawaï en opgegroeid op de Filippijnen. Hij leeft en werkt in New York. Onder de titel Live from Neverland toont de kunstenaar enerzijds op een monitor de verklaring van Michael Jackson wanneer hij beschuldigd werd van kindermisbruik. Op groot scherm wordt die verklaring door een kinderkoor van een Amerikaanse school op de Filippijnen gereciteerd. Zeer beklijvend.

 

Zo is er in de verzameling wel meer boeiend videowerk te zien. Daniel Canogar (°1964) projecteerde zijn Assalto (Aanval) op de gevel van het Art Center bij de opening vorig jaar. Oorspronkelijk is het werk geconcipieerd voor projectie op de wand van een verlaten fabriek in Greenpoint (Brooklyn, New York). Assalto wordt nu binnen getoond en geeft een intrigerend beeld van mensen die schijnbaar de wand opklauteren, over en door mekaar heen.

 

Michal Rovner (°1957) is een Israëlische kunstenares die ooit haar geboorteland vertegenwoordigde op de Biënnale van Venetië met een installatie die me altijd is bijgebleven. In tientallen petrischaaltjes, zoals wetenschapslui in laboratoria gebruiken, waren krioelende wezentjes te zien. Bij nader toezien bleken het projecties te zijn van mensen die bijeen kwamen of van elkaar weggingen. Een zeer ontnuchterende installatie over onze kwetsbaarheid, onze kleinheid in het universum. In het Art Center is haar werk Blackboards, Cypresses uit 2011 te zien. Het toont de gang van pelgrims op de Olijfberg in Jeruzalem. Ze zijn van achter de cipressen gefilmd. Geprojecteerd in zwart-wit op een achtergrond van leistenen krijgt de toeschouwer een beklemmend beeld te zien van een eindeloze wandeling achter een raster van ‘tralies’ gevormd door de stammen van de cipressen. Een in wezen onschuldig beeld dat verleidt tot heel wat interpretaties.

 

 

Iets terug doen

 

Wanneer de bezoeker niveau 5 bereikt, komt hij boven op het eerste zwevende volume in de vide.  Van daaruit heeft hij een bijzonder goede kijk op de structuur van het gebouw en in de vide. De blik zal echter eerst gaan naar het grootschalige werk van de Roemeense kunstenaar Mircea Cantor (°1977), winnaar van de Prix Marcel Duchamp in 2011 en opgemerkte deelnemer aan de voorbije Track-manifestatie in Gent. Hij toont hier zijn Monument voor het einde van de wereld. Hier komt ook het zachte geluid vandaan dat we horen bij het binnenkomen in het Art Center. Het is de klank van metalen plaatjes die tegen elkaar aan botsen door de luchtstroom van een ingebouwde ventilator.

 

Op niveau 8 bevindt zich een ruim terras dat toelaat om even uit te waaien en te genieten van het uitzicht over de omgeving. Het biedt het Art Center de gelegenheid om evenementen te organiseren die ook op niveau 9 hun beloop kunnen krijgen in een aan de oorspronkelijke bouw toegevoegd volume dat als polyvalente zaal fungeert. Maar geen nood: ook daar is kunst te zien. Onder meer een oplichtende Nachthemel: Schorpioen en Weegschaal van de Canadese Angela Bulloch (°1966). Daar staat ook een interessante sculptuur van de Duitse Marc Fromm (°1971) die op een intelligente manier de traditie van het beeldsnijden in hout weet te combineren met een zeer hedendaagse invalshoek. Hier wordt een reclamepaneel van een bekende  firma van straatmeubilair geparafraseerd. Aan de ene zijde kijkt Madonna ons recht in de ogen en aan de andere kant is het mannenondergoed dat onze aandacht opeist. De vluchtigheid van de reclame wordt hier op een bijzondere manier omgekeerd.

 

Dit zeer onvolledige overzicht geeft een beeld van de diversiteit en de omvang van de collectie Hugo Voeten. In het Art Center is een vierhonderdtal werken geëxposeerd, de verzameling omvat inmiddels meer dan 1.700 werken.

 

Het verdient respect dat een verzamelaar zijn collectie op een dergelijke wijze aan het publiek wil tonen. “Ik heb alles te danken aan mijn klanten,” zegt Hugo Voeten in een interview, “ik wil daarom ook iets terug doen voor de gemeenschap.” Dit is wat men in de Verenigde Staten ‘true citizenship’ noemt.

 

 

Daan Rau

 


Info

Art Center Hugo Voeten

Elke eerste zondag van de maand: bezoek zonder reservatie, aansluiten bij de rondleidingen om 10.30 of om 14.00 uur

Groepen kunnen zowel het Art Center als de beeldentuin bezoeken na afspraak

Geregeld organiseert het Art Center tentoonstellingen die afzonderlijk kunnen bezocht worden, raadpleeg hiervoor de website of de tentoonstellingsagenda van OKV

Vennen 23

2200 Herentals

Tel. 0475 555 125

www.artcenter.hugovoeten.org/nl

www.bbsc.be/nl/portfolio/project/art-center-hugo-voeten

www.swyzenbastijns.be/projects/art-center-hugo-voeten--herentals/