U bent hier

Begijnhofkerk in Sint-Truiden - Veertig schitterende muurschilderingen

Binnenaanzicht Begijnhofkerk Sint-Truiden.

 

Het dertiende-eeuwse begijnhof van Sint-Truiden lag buiten de stadsmuren, en ligt nog steeds tamelijk vrij aan de rand van de stad. De kerk van Sint-Agnes staat er in het midden. Opvallend zijn vooral de veertig muurschilderingen. 

 

 

DE BEGIJNHOFKERK 

 

Het begijnhof van Sint-Truiden is opgericht in 1258. Sinds 1998 staat het samen met twaalf andere Vlaamse begijnhoven op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Zoals andere begijnhofkerken is ook die in Sint-Truiden van buiten een eerder sober gebouw, een langwerpige gotische kerk zonder transepten en met enkel een vieringtoren (dakruitertje, zoals dat in het poëtisch bouwkundig jargon heet). 

 

De kerk heeft drie delen: het koor voor de priesters, het middendeel voor de begijnen en het achterste gedeelte voor gelovigen uit de omstreken. In de Sint-Agneskerk vind je een paradisumpoortje, waardoor gestorven begijnen werden buiten gedragen naar het kerkhof. Het driebeukige schip wordt steeds smaller naar mate het hoofdaltaar vordert.  

 

De kerk van Sint-Agnes is in drie fasen gebouwd. Een eerste vanaf 1258 met de bouw van de westgevel en de eerste vier traveeën van het schip. De tweede is niet later dan 1300 afgerond met het koor. En vroeg in de vijftiende eeuw vonden verbouwingen plaats: het begijnenkoor kwam in het midden van de kerk. Later in die eeuw legde men het dak hoger en kwam er een tongewelf in hout. 

 

Het valt op dat de preekstoel een onlogische plaats heeft gekregen vooraan. Die moest in 1934 wijken toen eenmaal duidelijk werd wat nu eigenlijk de grootste schat van de kerk is en door dat houtwerk aan het zicht werd onttrokken. Dat is niet het zeldzame en gerestaureerde orgeltje uit 1645, maar dat zijn de veertig muurschilderingen. 

 

 

DRIE EEUWEN MUURSCHILDEREN 

 

Zomin als de kerk in één fase gebouwd is, zomin zijn de muurschilderingen in één periode aangebracht. Men is daar doende mee geweest van het eind van de dertiende tot het begin van de zeventiende eeuw, in drie opeenvolgende fases. Je moet dat weten om het te zien, maar het gebruik van verschillende materialen is dan weer wel heel duidelijk. Zijn de eerste muurschilderingen aangebracht in tempera, dat verbleekt, de latere zijn in olieverf geborsteld, en dat hecht en houdt de kleuren beter vast. Het is bekend dat er werken overschilderd zijn, maar het originele iconografische programma lijkt wat verloren te zijn. Het is dan ook niet één samenhangend geheel dat ter decoratie dient, het zijn er verschillende, variërend in tijd en in plaats in de kerk. De oudste staan het dichtst bij Christus en bevinden zich in het koor, de latere geven heiligen weer die een appèl deden aan de begijnen en de allerlaatste (vooraan in de kerk) verbeelden taferelen die jan en alleman moesten aanspreken. Daar zijn uitzonderingen op, dus dit schema is vooral gemakshalve. Enkele schilderingen zijn verdwenen (als ze onderkalkt waren hadden we ze nu wel weer kunnen zien). 

 

De oudste uit circa 1300 (!) bevinden zich in het koor, het oudste bouwdeel van de kerk, en geeft apostelen weer als steunpilaren van de Kerk. Paulus, Petrus en Johannes bleven bewaard. Grappig genoeg is Paulus pas later van een zwaard voorzien, het stelde een Jacobus voor. Dat zwaard was een staf, wat niet te zien is, maar een zwaard zo vasthouden is niet evident. Een Laatste Oordeel is verdwenen en de Kroning van Maria meer een vermoeden dan zichtbaar. Een raadsel blijft een byzantijnse voorstelling met het Ware Gelaat. 

 

Uit het einde van de vijftiende/begin zestiende eeuw stamt een samenhangend programma met zeven taferelen uit het leven van Maria. De opgang naar de tempel, de verloving, de annunciatie, de visitatie, de geboorte van Jezus, haar ontslapen, tenhemelopneming en kroning. Zijn de oudste schilderingen nog overeenkomstig met de miniatuurschilderkunst, deze leunen sterk op houtsneden: eerst de contouren, dan de inkleuring. Het sterkst is die ontlening aan de prentkunst te zien op 'De jongeman en de dood' dat rechtstreeks terugvoert op een Duitse gravure. 

 

In dezelfde periode is een reeks heiligen op de vierkante pijlers aangebracht en op de noordwand, vrouwelijke voorbeelden als Lucia, Cecilia, Genoveva, Elisabeth, Margaretha, Agatha en Gertrudis, allen herkenbaar aan hun attributen. Deze schilderingen zijn te vinden in het voor de begijnen bestemde middendeel van de kerk, waar ook de latere olieverfschilderingen van Ursula en Odilia zijn aangebracht. Er waren er nog meer, maar die zijn over de originelen geschilderd en integraal geretoucheerd. Na 1587 werden de laatste schilderingen aangebracht, gebaseerd op devotieprentjes. We komen we zowel twee taferelen uit het leven van Christus tegen, diverse heiligen, maar ook de zeven werken van barmhartigheid en voorstellingen van de rozenkrans. Dat zijn complete stripverhalen, die nog zeer goed leesbaar zijn, temeer daar we weten wat ze voorstellen. Voor degenen toch die een basiskennis catechese hebben meegekregen; anderen kunnen het navragen aan andere bezoekers (altijd goed voor leuke gesprekken en foute interpretaties) of nalezen in de voorhanden informatie. 

 

 

FEESTELIJKHEDEN 

 

In 2008 bestaat het begijnhof 750 jaar, een mooie aanleiding om het rijke onroerende en roerende erfgoed in een tentoonstelling en enkele publicaties te belichten. Daarnaast zijn er lezingen, picknicks, nocturnes, concerten en begeleide wandelingen. De tentoonstelling wordt in situ vormgegeven door Linde Hermans, winnares van de design prijs Henry Van De Velde voor jong talent. Naast de kerk telt het begijnhof nog tal van goed bewaarde onderkomens, zoals het Torenhuisje en het huisje van Kamiel Festraets en de zgn. begijnhofwinning, die in het parcours worden betrokken. Daarnaast bezit het begijnhof een belangrijke collectie roerend patrimonium, waaruit al dikwijls verrassende tentoonstellingen ontstonden. 

 

Het uitgangspunt van de tentoonstelling is het begijnenleven op zich en hoe dit in Sint-Truiden in het bijzonder in de loop van eeuwen werd ingevuld. Aan de hand van het roerend erfgoed van het begijnhof, beheerd door de vzw Vrienden van het Begijnhof, wordt deze bijzondere levensvorm van zelfstandige vrouwen geïllustreerd. Hoe was het een godvruchtig leven te leiden, teruggetrokken van de wereld op een ommuurd domein? Eén luik gaat in op de statuten en regels waaraan de begijnen zich dienden te houden, het tweede op de verschillende dagtaken: het spirituele leven en het dagelijkse om in het eigen onderhoud te voorzien. 

 

De waardevolle kunstobjecten worden gebruikt om de verschillende thema's uit te diepen. De kunsthistorische context van de zorgvuldig geselecteerde voorwerpen dient om de geschiedenis te vertellen. We mogen ons verwachten aan schilderijen met taferelen uit het begijnenleven, gepolychromeerde beelden van heiligen die bijzondere verering genoten, kostbare liturgische objecten die een wezenlijke rol speelden in de devotie en waardevol religieus textiel met kunstige borduursels. De muurschilderingen zullen een logische plaats krijgen in dit parcours.  

 

Valt de tentoonstelling onder de verantwoordelijkheid van de stad Sint-Truiden, de provincie Limburg tekent voor de realisatie van twee publicaties, een bezoekersgids van circa 150 bladzijden, en een brochure van een achttal pagina's. Het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed is verantwoordelijk voor de uitgave van een wetenschappelijke publicatie over het begijnhof van SintTruiden die gebaseerd is op een studie van het KADOCLeuven en midden oktober zal worden voorgesteld.

 

Bart Makken 

 


INFO

 

Tentoonstelling

Nog tot 9 november

Open: woensdag tot zondag van 13.30 tot 17.00 uur

Tel. 011 - 70 17 00

www.mijnhof.be