U bent hier

Cesar Bailleux - Flower plant

Cesar Bailleux - Flower plant

'Tijdens mijn academietijd toonde ik een mooie houtblok, die ik toevallig gevonden had. Men zei mij: Goed, dat moet u nu eens namaken in steen,' verhaalt Cesar Bailleux, wiens daaropvolgende gulle lach kennelijk zijn houding als kunstenaar veruiterlijkt. Als jonge Nederlander is Cesar Bailleux sinds 1959 te Antwerpen gevestigd. Hij werd te Maastricht geboren op 9 februari 1937 en studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten van zijn geboortestad van 1956 tot 1958. Deze academische vorming schonk hem geen voldoening. Hij ondernam verschillende reizen (1959-1962) en zette in 1959 en van 1963 tot 1965 zijn studies verder aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen. In 1970 behaalde hij de Prijs voor de Jonge Belgische Beeldhouwkunst. Zoals reeds blijkt uit de hierboven aangehaalde anekdote is Bailleux een kunstenaar, die bewust en met durf een ganse academische vorming over boord gooide en vastberaden een eigen weg ging zoeken los van de traditie, los van het cultureel verleden. Elk ogenblik is voor hem een stap vooruit naar de toekomst. Tijd om achteruit te kijken heeft hij niet. De creatieve daad, die men bij Bailleux beter het 'creatief initiatief' noemt, getuigt vanaf het begin van de stoutmoedigheid, waarmede hij zijn standpunt steeds verder zou ontwikkelen. Met recuperatiemateriaal bouwde hij in 1965 assemblages op, waarin toen reeds een sterke beeldende fantasie gepaard ging met een uitgesproken zin voor decoratie. Het jaar daarop bereikte hij nieuwe effecten door het aanwenden van koper in zijn constructies. De beslissende stap echter tot de verdere evolutie van de kunstenaar was de ontdekking van een nieuw materiaal, namelijk polyvinylchloride (pvc). Met polyvinylchloride werken, betekent voor hem de mogelijkheid tot het zo vlug mogelijk realiseren van een bepaald idee met materiaal dat afgewerkt is en waaraan hij onmiddellijk een vormbepalende functie kan toevertrouwen. Het object hoeft dan nog enkel de kleur te krijgen, die de kunstenaar erbij verkiest. 'Flower Plant' is een van de eerste belangrijke creaties van Bailleux met dat nieuw materiaal. Het werd samen met een reeks andere objecten in dezelfde techniek verwezenlijkt en voor het eerst tentoongesteld in Galerie d'Aujourd'hui te Brussel in 1967. Het geheel vormde een environnement, 'Irreal realities' genaamd, dat de toeschouwer als een imaginair kleurrijk maanlandschap kon ervaren. Dit object dient gezien te worden als een zuiver vormelijk fantasieprodukt met een uitgesproken plastische autonomie. De kunstenaar heeft zijn onderwerp daarbij monumentaal bedoeld en situeert het, evenals de meeste van zijn creaties, niet op deze wereld, maar wel op een ander hemellichaam, namelijk de maan. Met die interplanetaire toestand voor ogen kan de kunstenaar ongebreideld nieuwe 'creatieve initiatieven' nemen in functie van de opinies en van de geestesgesteldheid, die hij voor zichzelf tot nu toe voor waar aannam. 'Irreal realities' (1967), 'Moon-projects' (1968), 'Flashes and sounds' en 'Rotating objects' (1969-70) zijn de elementen van de toekomstwereld die Bailleux opbouwt en waarin kosmonauten en robotten zich ongedwongen zouden kunnen bewegen. Dat technisch aspect van de werken van Bailleux ligt mede aan de basis van hun in onze ogen agressief en inhumaan karakter. Wie inzicht wil hebben in een werk van Bailleux moet zich spontaan door de beeldende fantasie van de kunstenaar laten leiden in de kunstmatige en bevreemdende tuinen van objecten. Daar zij niet geconcipieerd werden in overeenstemming met het gewoon leefmilieu, dient de toeschouwer hiervan dan ook afstand te nemen, evenals van zichzelf om vrij en speels de ongewone sfeer eromheen te kunnen benaderen, of ervaren. Ontdaan van elke menselijke expressie bestaan deze objecten op zichzelf. Zij leiden een eigen bestaan en komen daarom juist best tot ontplooiing in de vrije ruimte, zoals bijvoorbeeld -hoe zonderling ook - in de ons omringende natuur. Hun aanwezigheid in deze omgeving verheft namelijk zowel de natuur als 'flower' of 'plant'. Hierdoor worden onmiddellijk associaties opgewekt met de natuur, hoewel buiten deze associaties alles in tegenspraak staat, zowel wat de uitwerking als wat de techniek en de kleur betreft. De vormgeving is gestyleerd beweeglijk en dikwijls grillig, doch mede door het aangewend materiaal koel en levenloos in haar kunstmatigheid. Haar agressiviteit wordt vooral door het hevig kleurengebruik bepaald. 'Moegekeken op grijzen en bruinen' kiest Bailleux de in pigment felste en zuiver artificieel sterkste kleuren. In tegenstelling tot bepaalde strekkingen in de hedendaagse kunst, zoals bv. de 'Arte povera', blijkt de kunstenaar te streven naar een zekere esthetiek met de wil iets 'moois' te maken. Iets 'moois' dat tot blijheid en onbezorgdheid stemt. Meteen is ook het spelelement, dat in Bailleux' werk is vervat, duidelijk. Zijn 'Rotating objects' en zijn 'Flashes and sounds' zijn er trouwens op gericht de toeschouwer met alle zintuigen bij het kunstwerk te betrekken en hem tot participatie uit te nodigen. Met de vormelijke fantasieprodukten van Cesar Bailleux wordt misschien uileindelijk vooral gezinspeeld op de relatie tussen kitsch, technologie en de hedendaagse beschaving. De kunstenaar creëerde ze vrij; de toeschouwer kan ze met dezelfde vrijheid interpreteren. Als verborgen ironie of is het blijmoedig optimisme voor de toekomst... ?