U bent hier

Cobra na zestig jaar - Cobra: Schone Kunsten tegen wil en dank

Christian Dotremont en Asger jorn, Je lève, Tu lèves, Nous rêvons, 1948, graniet en olie op doek, 38 x 33 cm, Collectie Pierre en Micky Alechinsky © SABAM BELGIUM 2008

 

Het mag gezegd: aan belangstelling geen gebrek voor de zestigste verjaardag van de Cobrabeweging. In Nederland en Denemarken doen de officiële Cobramusea hun duit in het zakje. En in het Br van Cobra nemen het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten en het Paleis voor Schone Kunsten de honneurs waar. Een heel grote déjà-vu, of toch maar eens gaan kijken? 

 

 

COBRA: SCHONE KUNSTEN TEGEN WIL EN DANK

 

Het dubbel Brussels initiatief wil uiteraard ontsnappen aan een herhaling die onvermijdelijk lijkt bij de zoveelste hergroepering van een aanbod dat fataal eindig is. Cobra hield het als beweging slechts vier jaar uit en je zou kunnen denken dat alles, tot de laatste snipper, de laatste verfspat, getoond werd. Misschien is dat ook zo. Daarom, dachten de organisatoren in het Museum voor Moderne Kunst, is het misschien eens aangewezen om het kernverhaal zo rechtlijnig, zo documentair mogelijk te brengen. Vandaar een strakke beperking tot werk uit de historische periode van Cobra,van 1948 tot 1951. Vandaar ook extra aandacht voor het tijdschrift Cobra, en derivaten Lepetit Cobra en Le tout petit Cobra, kwestie van de Belgische component ietwat meer in de verf te zetten. Vandaar ook een lichtelijk ander beeld van de beweging, minder flamboyant, minder homogeen misschien.  

 

Koren op de molen van de controverse, mocht die er al zijn, is luik B van de tentoonstelling dat, met de glimlach en met de ware Cobraspirit, het uitgangspunt van luik A onderuit haalt. Op voorstel van Pierre Alechinsky, momenteel de meest alerte en artistiek actieve van de Cobra veteranen, wordt hier gefocust op het fenomeen van de 'peinture partagée', gemeenschappelijke kunstwerken waarvan de woordschilderijen slechts één aspect uitmaken. 

 

Wie naar Bozar trekt krijgt een overzicht te zien van de Cobragrafiek zoals die in het Centre de la Gravure et de l'Image Imprimée te La Louvière wordt bewaard, met uiteraard ook hier de nodige aandacht voor de Cobratijdschriften en talrijke publicaties. 

 

Al met al drie tentoonstellingen voor de prijs van twee, dus toch wel een evenement dat de belangstelling kan prikkelen, zelfs van diegenen die in de loop der jaren het fenomeen een beetje gevolgd hebben. 

 

 

CHRONOLOGIE ALS BLIKOPENER 

 

Uit een chronologische voorstelling van de Cobrabeweging valt heel wat te leren. Dat de naam Cobra, samengesteld uit de beginletters van Copenhagen, Brussel en Amsterdam, door Christian Dotrement een beetje lukraak en bij gebrek aan beter bedacht werd, is genoegzaam bekend. Dat de beweging haast toevallig ontstond is door het succesverhaal een beetje op de achtergrond geraakt en dat de vier werkingsjaren allesbehalve een tijd van groeiende harmonie in een creatieve roes waren geweest, wordt liefst als een soort storende randinforrnatie weggemoffeld, maar hier niet. Heel concreet was er a priori niet zo veel dat die kunstenaarsgroepen verbond.

 

De Nederlanders (Appel, Constant, Corneille, maar zij niet alleen) waren jonge rebellen die in volle bevrijdingsroes zich eindelijk konden uitdrukken en daarbij de oude waarden radicaal verwierpen. De Denen (onder meer Jorn, Heerup, Pedersen) hadden een betrekkelijk langere traditie in het revolteren en hadden via de eigen volkskunst de ongekende mogelijkheden van het primitivisme ontdekt. De Belgische groep - en dan hebben wij het aanvankelijk maar over één Belg (Christian Dotremont, met in zijn zog een jonge navolger, Joseph Noiret) - was literair gericht en voerde een schijnbaar uitzichtloze strijd om het surrealisme aan de marxistische orthodoxie te koppelen. Zowel met het één als met het ander zal Dotremont de bruggen moeten opblazen, onherroepelijk en met pijn in het hart. Maar merkwaardig genoeg raakte die negatief georiënteerde strijd vervlochten met andere strijdpunten afkomstig van andere Cobraleden, zoals het zich afzetten tegen de abstractie, en werd hij omgebogen tot de beklemtoning van waarden met een authentieke CobrastempeL 

 

 

COBRA TEGEN DE HEILIGE HUISJES 

 

Automatisme, een sleutelbegrip bij de surrealisten, werd door Cobra verworpen ten voordele van het instinct, dat niet minder wild of explosief hoefde te zijn. Asger Jorn bestreed André Bretons geloof in een "zuiver psychisch automatisme". De vitaliteit van Cobra legde juist de klemtoon op het lichamelijke, niet enkel in het gevecht met de materie, maar ook in het bouwen van memorabele feestjes, zei het met een mager budget. 

 

Met het stalinistisch socialistisch realisme werd eveneens afgerekend. Overal in Europa stonden kunstenaars met linkse sympathieën voor eenzelfde verscheurende keuze, de esthetische doctrine van Moskou volgen of voor formalistische bourgeois worden gebrandmerkt, een toestand die wij ons vanuit onze eenentwintigste eeuw nog amper kunnen voorstellen. 

 

Maar er was meer: Cobra veegde de vloer aan met stijlen en scholen, en meest van al nog met de hokjesmentaliteit. De term 'antispecialisme' kwam geregeld terug in hun discours. Uit die bevrijdende veelzijdigheid ontstond een samenwerking die tot een mindere of meerder vorm van versmelting kon leiden. Voorbeelden daarvan zijn legio, uiteraard de gemeenschappelijke werken waarbij twee, drie of meerdere kunstenaars betrokken waren, of Jorns kinderen, maar ook de versmelting van tekst en beeld tot één picturaal geheel, met als hoogteCobra na zestig jaar punt de integratie van de schriftuur in de logogrammen van Dotremont. Maar op dat tijdstip was Cobra al officieel meer dan tien jaar dood. 

 

 

COBRA: EEN ARCHEOLOGISCHE KIJK? 

 

Kan die afbakening van de tentoonstelling in de tijd als een handicap ervaren worden? Niet meteen, al valt het op dat al te vaak in het verleden op Cobratentoonstellingen heel wat werk van latere datum aan bod kwam. Dit gebeurde niet zelden op vraag van de kunstenaars zelf, ook al omdat er van uit werd gegaan dat die werken volwaardige uitdrukkingen waren van de Cobrageest. Zo fietst de selectie grafiek in Bozar om dat heikele probleem heen en volgt de Cobra-inspiratiestroom tot op vandaag. Dat levert een best genietbare tentoonstelling op. 

 

Blijf je daarentegen bij de dateringen dat ziet het resultaat er inderdaad enigszins anders uit. Verwacht dus geen logogrammen, die dansende kalligrafie waarvan Dorremom zijn handelsmerk had gemaakt, want chronologisch kan dat niet. De eerste logogrammen dateren immers van 1962. 

 

Van Appel of Alechinsky geen grote formaten op doek. Rond 1950 hadden zij gewoon het geld niet om zoveel canvas aan te kopen. Wel is het een feit dat werk dat na de opheffing van Cobra in 1951 ontstond door al die kunstenaars met het predikaat Cobra werd bedacht. Waar ligt dan de grens? Het geslacht der engelen bepalen is minder omslachtig dan het opruimen van dat academisch mijnenveld. 

 

Objectief gezien is die 'archeologische' benadering beste verfrissend. Het enorme talent van Jorn, Appel of Constant springt in het oog. Het werk is fris, rebels, enorm vitaal. Dat Alechinsky zijn eigen stijl nog zoekt is duidelijk. Hij vervoegt de groep in 1949 en ontpopt zich vlug tot organisatorisch duivel-doet-al. Daardoor komt er van schilderen niet al te veel in huis, hetgeen hij nu als een geluk beschouwt. "Zo moest ik tenminste niet achteraf een heleboel slechte schilderijen vernietigen." Het is maar hoe je het bekijkt.  

 

Ook Reinhoud staat met zijn beelden op het punt om alle formalisme overboord te gooien. Dat heeft Appel ondertussen met verve gedaan. Zijn gelast beeld De glimlach zal de tand des tijds beter doorstaan dan de geforceerde gedrochten die hij op het einde van zijn carrière op ons losliet. Een ensemble van Henry Heerup leert je wat primitivisme is, het brute dat Dubuffet zo aansprak, de herinnering aan een artistieke oertijd en, in knullige maar o zo frisse assemblages, een voorspiegeling van pop en junk art. De reliëfs in bewerkte leisteen van Raoul Ubac springen minder in het oog, maar beantwoorden helemaal aan die hang naar primaire uitingen, met respect voor het weerbarstige materiaal, maar los van elke culturele dwangbuis. 

 

De aandacht voor hergeen in tijdschriften en manifesten verdedigd werd leert ons dat er altijd een bres is blijven gapen tussen de creatieve activiteit en de ideologische onderbouw ervan. Vooral Dotremont, Jorn en Constant waren daarmee bezig. De tijd was te kort en de emoties te hevig om alle plooien glad te strijken. De vruchten werden pas nadien geplukt. 

 

 

DE NAUWSTE SAMENWERKING 

 

Het feit dat Alechinsky met het idee van een overzicht van 'peintures partagées' kwam aandraven is ronduit prachtig , maar ook tekenend van de echte bloei van Cobra. Over alle meningsverschillen heen is het afwijzen van het 'specialisme' één van de sterkste punten in het libertair denken en handelen van de Cobrakunstenaars geweest, met dien verstande dat een schilder ook een dichter kan zijn, een dichter een tekenaar, een fotograaf een schilder, enz .. De varianten zijn legio. En daarenboven werken zij samen aan werken die voortborduren op toevallige vondsten, onverwachte invallen van de andere kunstenaar, de eigenzinnige kronkels van een grillige schriftuur, een treffende woordcombinatie. De meest in het oog springende realisaties op dat vlak bracht Alechinsky samen met Dorremant tot stand, maar evengoed met Appel of met Jorn. Iemand, Appel als ik mij niet vergis, had het over 'jamsession painting' en dat geeft wel de spirit weer. Jorn gaat met grote openheid de dialoog met de kindertekening aan. Hij volgt de ingevingen van zijn zoontje en samen scheppen zij nieuwe beelden, maar ook nieuwe talen, met woorden zoals 'palipiti', 'pikipof', 'guganaga', 'nuknik'. 

 

En ja, het is ook de tijd van de vijftigers, die soms van ver, soms van dicht bij het verhaal betrokken zijn. Cobra is ook enigszins het verhaal van Lucebert, van Claus en van nog meer kunstenaars die spontaan en op verrassende wijze samenwerken. 

 

Cobra is een koppig brouwsel met een verrassend lange afdronk, een beweging die op kinderlijke en onbezorgde wijze de kunst opnieuw uitvond, wars van elke ideologie, van links of van rechts, en toch met het ideaal van een betere wereld voor ogen. 

 

Jorn drukte het mooi uit door op de bekende boutade van Picasso "Ik zoek niet, ik vind" verder te borduren. Voor Cobra gaf dat: "Ik zoek niet, ik vind niet, ik schep." En daar kan je nog altijd iets van opsteken, zelfs na zestig jaar.

 

Rik Sauwen

 


INFO

 

Tentoonstellingen: 

 

Cobra. Bij de 60ste verjaardag van de oprichting

Nog tot 15 februari 2009

Open: van dinsdag tot en met zondag van 10 tot 17 uur

Gesloten: maandag

 

KMSKB- Museum voor Moderne Kunst

Regentschapsstraat 3

1000 Brussel

Tel. 02 508 32 11

www.fine-arts-museum.be

 

Cobra & Co. Gravures en drukken

Nog tot 4 januari 2009

Open: van dinsdag tot en met zondag van 10 tot 18 uur, donderdag tot 21 uur

Gesloten: maandag

 

Paleis voor Schone Kunsten

Ravensteinstraat 23

1000 Brussel

Tel. 02 507 82 00

www.bozar.be