U bent hier

Frank Brangwhyn - Een Britse Bruggeling

Frank Brangwhyn
De Zeerovers, olieverfschilderij, 1892 (Privé verzameling)

 

Een overzichtstentoonstelling in Leeds, Brugge en Swansea laat kennismaken met Frank Brangwyn, een ongemeen boeiende persoonlijkheid die van vele markten thuis was. De expositie biedt een rijke variatie aan kunst en kunstnijverheid en schetst op die manier een accuraat beeld van een tijd die voorbij is.

 

 

BRITSE KOLONIE IN BRUGGE

 

Op de kaft van een publicatie uit 1916, in volle Eerste Wereldoorlog, met als titel Belgian Art in Exile. A representative gallery of modern Belgian art met teksten van Jean Delville en Maurice Maeterlinck, prijkt de reproductie van een aangrijpend schilderij van Frank Brangwyn: Mater Dolorosa Belgica. Met de publicatie werd geld ingezameld voor een liefdadig doel. Het feit dat voor een werk van Brangwyn werd gekozen was wellicht en onder meer te danken aan diplomatieke overwegingen - op die manier moest men geen keuze maken tussen de Belgen. Maar anderzijds bewijst het ook de emotionele band tussen Brangwyn en ons land.

 

Sir Frank Brangwyn werd in 1867 te Brugge geboren en woonde er zes jaar. Er was op dat moment een belangrijke Britse kolonie te Brugge, getuige daarvan onder meer het Engels Klooster waar Guido Gezelle nog rector was. Vader Brangwyn had in Brugge zijn atelier als architect, muurschilder, kerkdecorateur en textielontwerper. Vergeten we niet dat we op dat moment volop in de belangstelling voor de neogotiek zitten en dat er tal van realisaties in die periode tot stand komen. Brangwyns vader maakte eigenlijk zijn belangrijkste werk in zijn Brugse periode en behaalt met een vaandel een zilveren medaille op de Wereldtentoonstelling van 1867 te Parijs. De jonge Brangwyn zit dus in het juiste milieu om van kindsbeen af met kunst en kunstambacht geconfronteerd te worden. Twee van zijn broers zullen eveneens bedrijvig zijn in die wereld.

 

 

DRIE MENTORS

 

De jonge Brangwyn hielp na de terugkeer van zijn familie naar Engeland in 1875 algauw in het atelier van zijn vader en leerde er de vele knepen van het vak. Als tiener werd hij sterk gestimuleerd en werd er op 15-jarige leeftijd opgemerkt door Arthur Heygate Mackmurdo. Deze architect en ontwerper had in Italië gereisd met John Ruskin wiens ideeën hij uitdroeg. Hij had in Europa ook kennis gemaakt met de art nouveau en bracht die stijl mee naar Engeland. Mackmurdo introduceerde de jonge Frank Brangwyn in 1882 bij William Morris, toen al bekend voor zijn Arts-and-Crafts-beweging. Mackmurdo heeft·een beslissende invloed op Frank Brangwyn gehad. Van hem leerde hij het belang om te schetsen naar de natuur en zeker ook die onvermoeibare werklust om geen dag te laten voorbijgaan zonder iets te creëren.

 

William Morris kan als de tweede bepalende mentor vernoemd worden. Hier leerde hij om ontwerpen voor borduursel, inlegwerk en behangselpapier te vergroten maar ook het belang van de zuivere lijn. De belangrijkste figuur voor de loopbaan van de jonge Brit is zeker de kunsthandelaar Siegfried Bing. Hij spoorde Brangwyn aan om zijn grenzen te verleggen, te experimenteren en allerlei zaken te realiseren. Het was diezelfde Siegfried Bing die hem in 1895 opdracht gaf om zijn nieuwe Parijse galerie L'Art Nouveau met een gevelfries te verrijken. Van Bing kreeg Brangwyn tal van opdrachten.

 

 

BELANGRIJKE OPDRACHTEN

 

Zijn eerste grote opdracht voor een privé-persoon kreeg hij van Sir Edmund Davis. Hij mocht in diens Lansdowne House in Kensington de slaapkamer inrichten. Hij zorgde hier uiteraard voor het meubilair en ook voor schilderingen en wandpaneeltjes en elk detail tot de bedspreien toe.

 

Een andere belangrijke opdrachtgever was Robert Kitson, een industrieel uit Leeds én leerling van Brangwyn. Ze gingen samen op reis naar Taormina (Sicilië) waar Kitson een landhuis had gekocht dat door Brangwyn mocht ingericht worden. Er ontspon zich een lange en warme vriendschap tussen beiden. Dat resulteerde onder meer in de opdracht die Kitson aan Brangwyn gaf om voor de kerk van Leeds een mozaïekwand te ontwerpen. Het werd een grootse realisatie die daar, nu ze helemaal is gerestaureerd, weer in volle glorie te zien is. Terwijl Brangwyn in Taormina verbleef, werd Messina getroffen door een grote aardbeving. Brangwyn zag er het menselijke leed en was hiervan zeer onder de indruk. Het was voor hem de aanleiding om zijn impressies vast te leggen in tal van aquarellen en etsen. Kitson maakte bij legaat een belangrijke verzameling werk van Frank Brangwyn over aan het museum van Leeds. Dat is de reden waarom ook daar de retrospectieve tentoonstelling plaatsvindt. Overigens wordt in de universiteit van Leeds bij de vele ceremoniële gelegenheden in de loop van een academisch jaar nog steeds de door Brangwyn ontworpen ceremoniestaf gebruikt.

 

 

OOK DE OVERHEID ERKENT ZIJN TALENT

 

Dat de kunstenaar in Groot-Brittannië hoog aangeschreven stond, bewijst het feit dat hij meerdere en zeer representatieve overheidsopdrachten kreeg. Zo ontwierp hij in 1905 de inrichting voor de Britse deelname aan de Biënnale van Venetië. De wandschilderingen die hij hiervoor realiseerde kwamen uiteindelijk in Leeds terecht. De zitbanken die hij ontwierp worden nu nog steeds gebruikt, ze staan in het peristilium van het huidige Britse paviljoen. In 1913 was zijn werk aanwezig in de Britse inzending voor de Wereldtentoonstelling te Gent. Het kruisvormige tafeltje en een reeks stoelen die hij hiervoor ontwierp, bevinden zich nu in de Brugse collectie.

 

De overzichtstentoonstelling te Brugge herdenkt niet enkel de verjaardag van Brangwyns dood in 1956, maar mag ook opgevat worden als een vorm van erkenning aan deze man die altijd zijn geboortestad met een zekere gulheid heeft bedacht. In 1936 kreeg de stad immers een belangrijk deel van zijn werk in de schoot geworpen. Het enige wat men moest doen was zorgen voor een museum. Het Arentshuis is dan ook bij vele oudere Bruggelingen bekend als het Brangwynmuseum. De stad schonk hem ook het ereburgerschap.

 

 

TALENTVOL SCHILDER EN GRAFICUS

 

De collectie omvat tal van schilderijen, aquarellen en etsen. De overzichtstentoonstelling brengt evenwel werk samen dat over vele musea is verspreid. Er zijn van hem maar liefst 950 olieverfschilderijen bekend. Niet minder dan 439 hiervan realiseerde Brangwyn tussen 1883 en 1900. Zijn onderwerpen waren vooral gebouwen, bruggen, marines, Venetië, Oosterse marktscènes, religieuze taferelen, landschappen en stillevens en enkele zeldzame portretten. Zijn werk getuigt van een bijzonder gevoel voor coloriet, het werd soms juist bekritiseerd omwille van het gedurfde kleurgebruik. Hij was een bijzonder goed waarnemer en hij schilderde wat hij zag en ervoer. Op zijn reizen naar Spanje, Italië, Turkije, Zuid-Afrika, kon hij kleuren waarnemen zoals nooit te voren en hij wist met grote trefzekerheid de juiste sfeer in zijn werk weer te geven.

 

Zijn eerste successen behaalde hij op de Parijse salons. De Zeerovers veroorzaakte veel ophef toen hij het in 1893 exposeerde omwille van het fauvistisch kleurgebruik en het felle rood/blauw-contrast. Het schilderij kwam toen als bijzonder modern en gedurfd over, zelfs Wassily Kandinsky stond in bewondering voor het flamboyante kleurenpalet. Het schilderij kende zo'n grote belangstelling dat het tapijt dat ervoor lag volledig versleten was na de expositie...

 

De tentoonstelling te Brugge toont een selectie van dit schitterende schilderwerk naast een reeks grafische werken die zowel getuigen van het grote vakmanschap als van Brangwyns ongebreidelde inspiratie. Zijn grafiek heeft een onmiskenbare gevoeligheid voor het clair-obscur. Hij maakte voor het realiseren van zijn etsen gebruik van foto's die door hem of vrienden werden genomen. Het is interessant om te zien hoe de oorspronkelijke foto in de ets een dramatisch effect krijgt, of een totaal andere invulling. Hij schrok er ook niet voor terug om na het afdrukken van een reeks de platen te versnijden en gedeelten hiervan opnieuw te gebruiken tot zelfstandige werkjes.

 

Daan Rau

 


De Zeerovers Olieverfschilderij, 1892, Privé verzameling

De Wingerd, Vloertapijt, 1896-97, Musea Brugge

Pont Neuf te Parijs (nr. 1), Ets, 1916, Musea Brugge

Salon op de Pollard-expositie te Londen, 1930, Musea Brugge


INFO

Branwyns wereld. Kunst en design op zoek naar het modernisme

Van 7 juli tot 17 september 2006

Open: van dinsdag tot en met zondag van 9.30 tot 17 uur

Gesloten: maandag

 

Groeningemuseum

Dijver 12 

8000 Brugge  

Arentshuis

Dijver 16 

8000 Brugge  

Tel. 050 44 87 08

www.brugge.be