U bent hier

Georges Rouault - Het heilig aanschijn

Georges Rouault - Het heilig aanschijn

Stelt u even voor dat men een persoon die nog niet in aanraking kwam met de westerse cultuur, plaatst voor het schilderij 'Het heilig aanschijn' van Georges Rouault. In de veronderstelling dat hij beschikt over normale geestelijke vermogens is hij wellicht de aangewezen deskundige om voor ons zo objectief mogelijk het kunstwerk te beschrijven. Hij staat immers los van de culturele beschouwingen die, zelfs onbewust, het gegeven onmiddellijk plaatsen in een welbepaalde omgeving. Nu, wat ziet een dergelijke proefpersoon ? Wat valt hem het meest op in het voorgestelde ? Wat treft hem het eerst in de manier van voorstellen ? Op het schilderij is het ovaalvormig langwerpig gelaat afgebeeld van een man met lang, dun haar, snor en korte baard. De gelaatsuitdrukking is ernstig. De blik van de ogen is melancholisch, wellicht zelfs droevig. Rond het hoofd is een soort gloed, een stralenkrans. De kunstenaar streefde blijkbaar niet naar een illusionistisch-realistische weergave: een neus bestaat niet uit twee lijnen, geelgroen is geen gewone menselijke gelaatskleur, een levend hoofd zonder lichaam, zelfs zonder hals komt ook niet regelmatig voor in de dagelijkse zichtbare wereld. Wat de vormgeving betreft wordt het oog waarschijnlijk het eerst getroffen door de ruwe verfbehandeling, het korrelige van de materie; vervolgens door de kleurtegenstellingen rood-groen, oranje-blauw. Rond het hoofd is een kader geschilderd blijkbaar met de bedoeling de nadruk te leggen op de waardigheid van de afgebeelde persoon. Men zou nu ook het schilderij kunnen tonen aan een persoon die wel met de westerse cultuur in contact gekomen is (zonder echter noodzakelijk een uitgesproken belangstelling te hebben voor de plastische kunsten). Voor hem is de afbeelding meteen duidelijk, geen ogenblik zal hij twijfelen, automatisch zal hij het gelaat verbinden met de christelijke godsdienst in het algemeen en met Jezus Christus in het bijzonder. Overal in Europa zijn er immers gelijkwaardige afbeeldingen te zien onder verschillende vormen. Hij kent ook meteen de oorzaak van de droefheid. Hij begrijpt het aureool rond het gelaat. Hij beseft dat wij hier staan voor religieuze kunst. Het belang hiervan kan moeilijk ontkend worden. De gelovige, hij die behoort tot de religie waarvoor deze kunst bepaald is, zal in verhouding met zijn religieus beleven, een nog intensere dialoog voeren met 'Het heilig aanschijn'. Het ganse lijdensverhaal komt hem voor de geest, de gevangenneming, de marteling, de kruisdood. Het offer van Christus doet hem denken aan zonde en verlossing. Het afgebeelde gelaat krijgt een uitzonderlijke betekenis in het persoonlijk geestelijk leven van ieder christen. Wellicht zal hij het zelfs storend vinden dat een dergelijk onderwerp wordt opgehangen in de profane omgeving van het museum. Het is niet onmogelijk dat hij verkiest met dit schilderij te dialogeren in een kerk, bij gedempt kaarslicht, met religieuze orgelmuziek. Niet alle gelovigen zullen echter op dezelfde manier reageren. Zo zijn sommigen onder hen nu niet meer zo gesteld op afbeeldingen van religieuze onderwerpen. Voor hen zal het misschien moeilijker zijn dan voor de ongelovige om het schilderij nu te benaderen, het is voor hen teveel onderwerp van debat, het is teveel een strijdvraag, zodat de sereniteit ontbreekt nodig voor contemplatie. Andere gelovigen en ook ongelovigen zullen zich afvragen waarom Georges Rouault het gelaat van de lijdende Christus schilderde op een dergelijke manier, die hun wellicht niet bevalt, niet aanspreekt. De kunstenaar volgt hier de thematische traditie van de westerse christelijke kunst en verwerkt anderzijds op persoonlijke wijze de stijl van zijn tijd, van zijn land, van zijn generatie. Het is hier niet de plaats om de ganse geschiedenis te vertellen van de afbeelding van de Christusfiguur (van de catacomben tot Bacon...). Maar enkele aanduidingen zijn toch noodzakelijk. In de eerste eeuwen van het Christendom merkt men een jeugdig en baardeloos Jezustype op, daarna overheerst de Christus met een baard. Uiteraard komt de figuur van Christus voor in een groot aantal taferelen over het Nieuwe Testament. In verband met de schilderijen waar enkel het hoofd is afgebeeld is het nuttig te wijzen op de 'zogenaamde' authentieke Christusportretten die in verschillende kerken bewaard worden. Het zijn afbeeldingen waarvan men dacht dat zij teruggingen op tijdsdocumenten, zoals het portret geschilderd door St.-Lucas of de zweetdoek van de H. Veronica. Deze afbeeldingen bepaalden voor een groot deel de algemene kenmerken van het gelaat van Christus. Wat niet betekent dat men slaafs herhaalde. De kunstenaars brachten telkens weer een gestalte die beantwoordde aan de verwachtingen van het eigentijdse geestelijk leven. Ook voor dit 'heilig aanschijn' uit het Museum van Gent kan dit aangetoond worden. De schilder Georges Rouault is verbonden met het symbolisme, het fauvisme en het expressionisme. In Parijs was hij in de 'Ecole des Beaux-Arts' leerling van Gustave Moreau. Zijn eerste werken zijn in de symbolische stijl van deze merkwaardige meester. Van deze richting uit zal hij de liefde voor het religieuze thema verder uitbouwen. Het symbolisme was immers een beweging in de Europese kunst die streefde naar een sterkere geestelijke inhoud. Het is een stroming die tegengesteld was aan het impressionisme met zijn optimistische verheerlijking van kleur en licht. Het renouveau van de religieuze kunst dagtekent echter reeds uit het begin van de 19e eeuw. Velen waren teleurgesteld in de resultaten van de Franse revolutie en zochten naar een evasie in de godsdienst. In de kunst van de romantiek komt dit duidelijk tot uiting. Het symbolisme volgt deze spirituele traditie. Gustave Moreau, Odilon Redon en Puvis de Chavannes waren belangrijke tussenschakels. in Duitsland vormen de Nazareners en in Engeland de Prerafaëlieten de brug naar het symbolisme. Het is een Europees verschijnsel. In ons land is de Eerste School van Sint-Martens-Latem een laat voorbeeld van deze geestelijke beweging. Een schilder als A. Servaes moet in dit licht benaderd worden (bepaalde kenmerken in zijn Zwitserse periode doen trouwens aan G. Rouault denken). Het is ook goed om de achtergronden van deze strekking te achterhalen, even te kijken naar Jacob Smits met zijn taferelen over 'Christus in de Kempen', geschilderd in een ruwe korrelige materie. Voor Frankrijk was vooral de School van Pont-Aven belangrijk. Onze schilder Georges Rouault zag in Parijs het werk van Paul Gauguin, de leider van deze groep. De avant-gardekunst zal zich meer en meer gaan afwenden van de renaissance-idealen. Ruimteweergave, lineair perspectief, nauwkeurige anatomie zijn niet langer noodzakelijk. De klemtoon valt op de directe uiting van het innerlijke leven, op de expressie, op het expressionisme. De belangstelling van de kunstenaars gaat vooral naar de kunsten die geen verband houden met de renaissance. Georges Rouault begon zijn loopbaan als leerling-glasschilder en restaureerde middeleeuwse glasramen. Reeds verschillende malen heeft men gewezen op de gelijkenissen in zijn werk met deze techniek: de gloed van de kleuren en de zwartomlijnde figuren. Men moet echter ook rekening houden met de groeiende algemene belangstelling in deze tijd voor de houtsneden, het kunstsmeltwerk, de muurschilderingen, de volkskunst. De voorliefde voor het vrije kleurgebruik houdt ook verband met het fauvisme. In het atelier van Gustave Moreau werkten Henri Matisse, Albert Marquet, Henri Evenepoel... De kleur moest niet langer gebonden zijn aan de ons omringende werkelijkheid, maar spontaan uiting geven aan de gevoelens, aan de droefheid van 'Het heilig aanschijn'.