U bent hier

Het meesterlijk atelier - Een mythische miniatuur

De Geboorte van Johannes de Doper
Toegeschreven aan Jan van Eyck, Les très belles heures de Notre-Dame, Getijdenboek van Turijn-Milaan, 15de eeuw, © Museo Civico d'Arte Antica e Palazzo Madama Torino.

 

De kers op de taart van Europalia is de tentoonstelling Het meesterlijke atelier in BOZAR. Een uitgelezen en uitgebreide verzameling kunstobjecten van klinkende namen als Da Vinci en Dürer moet het eeuwenoude proces van migrerende kunstenaars en wederzijdse beïnvloeding bevattelijk maken. Eén van de circa 250 vergaarde kostbaarheden is de miniatuur De geboorte van Johannes de Doper.

 

 

DE WEDERWAARDIGHEDEN VAN EEN VERLUCHT HANDSCHRIFT

 

De geboorte van Johannes de Doper is samen met zes andere verwante miniaturen één van de meest tot de verbeelding sprekende werken van de kunstproductie uit de Bourgondische Nederlanden. Deze werken ontlokken sinds ruim een eeuw geanimeerde kunstwetenschappelijke discussies. Er is een sterk verband met het oeverloze geredetwist over de handenverdeling van De aanbidding van het Lam Gods. Waar eindigt het werk van Hubert en waar begint het aandeel van Jan op de Gentse polyptiek?
 
Thans richt men zich enkel nog op Jan van Eyck en gedoogt men Huberts in nevelen gehulde status.
 
De inventaris van de bezittingen van Jean, hertog van Berry, vermeldt een Très belles heures de Notre-Dame. Dit is een getijdenboek met gebeden en missen dat rond het einde van de veertiende eeuw door Frans-V laamse schilders verlucht werd. De machtige kunstaficionado de Berry liet omstreeks 1412-1413 het halfafgewerkte manuscript over aan Robinet d'Etampes, iemand uit zijn entourage. Het afgewerkte deel hield Robinet en het kwam na omzwervingen in zijn huidige standplaats terecht: de Parijse Bibliothèque Nationale de France.
 
Van het tweede onafgewerkte deel zijn we alle spoor bijster tot het in de achttiende eeuw trans-Alpijns getraceerd wordt. Het zit dan in de collectie van het huis van Savoye in Italië. Men halveert het reeds geamputeerde getijdenboek opnieuw: één fragment komt in het bezit van de familie Trivulzio in Milaan, het tweede gaat in 1720 naar de Biblioteca Nazianale in Turijn. In 1904 voltrekt zich dan een catastrofale passage wanneer het Turijnse deel in vlammen opgaat. Twee jaar eerder was er godzijdank een zwartwitte fotoreproductie gemaakt. Het deel uit Milaan werd dan in 1935 naar het Musea Civico d'Arte Antica in Turijn verhuisd om het ongeluk van eertijds enigszins te compenseren. Het is uit dit veel geplaagde deel van het kunstig verluchte boekwerk - dat men het Turijns-Milanees handschrift noemt - dat onze miniatuur komt.
 
 

EEN MYSTERIEUZE MINIATURIST

 

Vanaf het begin van de twintigste eeuw ontspint zich een furieus debat onder kunsthistorici. De Gentse kunsthistoricus Georges Hulin de Loo maakte een studie van het werk en groepeerde miniaturen waarvan hij vermoedde dat ze door eenzelfde persoon gemaakt waren en gaf deze een letter. Hij onderscheidde elf 'handen' die hij een letter - A tot en met K - toekende. Op één van de miniaturen is een adellijke man in gebed, met een banier op een strand geschilderd. Heraldieke analyse wees uit dat dit Willem VI van Beieren, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen is. Hierdoor en omwille van de Eyckiaanse stijl vanaf Hand G kon men de lacune in de pedigree van het tweede onafgewerkte deel aanvullen: er had zich een passage door de Lage Landen voorgedaan.
 
Alle analyses ten spijt - zij het van stilistische, codicologische, natuurwetenschappelijke of historische aard - kan geen factisch bewijs voor het auteurschap van Jan van Eyck geleverd worden. Er zijn goede redenen om te geloven dat hij Hand G was, maar er zijn evenzeer redenen om dit te betwijfelen. Maar vanwaar alle consternatie? Wat is er te zien?
 
 

HET EYCKIAANSE KARAKTER

 
Een arabesk scherm van gestileerde klimopblaadjes is rond een tekst gedrapeerd. Boven en onder het tekstfragment is een miniatuur geschilderd. Bovenaan is in een middelgrote kamer van een burgerwoning Elisabeth bevallen van een zoon; hij is de latere Johannes de Doper. Een vroedvrouw neemt de boreling met stralenkrans van de moeder over.
 
De indrukwekkende grootte en de knalrode kleur van het bed trekken meteen de aandacht. De personages in deze kamer lijken te klein of de ruimte is te groot. Een interieur waarin de figuren fysiek zouden kunnen leven is niettemin een vooruitstrevende voorstelling in de Oudnederlandse kunst uit de eerste helft van de vijftiende eeuw.
 
Een jongetje wijst naar de geopende deur aan de rechterkant. Hier zit een grijsaard met baard en rode muts op een bank. Het is de oude Zacharias, priester en vader van Johannes, die zijn zoon een grote toekomst als profeet van God zal voorspellen. Deze doorkijk met het zijdelingse raam met invallend licht is compositorisch zeer sterk. Achter de man is er zelfs nog een ruimte waar een dienstvrouw aan het aanrecht met de rug naar ons is gekeerd.
 
Een dergelijke complexe evocatie van een ruimte doet Eyckiaans aan. Het is circa de periode dat de mathematische perspectief van Brunelleschi en Masaccio het licht ziet. In de Nederlanden was men hier nog niet mee vertrouwd. Men had evenwel hetzelfde doel - de verovering van de driedimensionale wereld - maar men benaderde het anders. Deze coherente compositie is visueel niet storend; ook al klopt het niet, onze ogen zijn overtuigd van de illusie.
 
Het burgerlijke interieur van het Arnolfini dubbelportet van Jan van Eyck is iconografisch verwant. De parketvloer, de houten balken van de zoldering, het bed in een warme rode tint, een zijdelings raam en een gedetailleerd geschilderd hondje, ze komen in beide kunstwerken voor. De trippen - de benaming van het schoeisel -zijn half zichtbaar. Het vaatwerk boven de deurlijst weerkaatst het licht, zoals bij de luster, het bravourestuk in het Arnolfini dubbelportet.
 
Onder de hoofdminiatuur stuurt een getroonde God de Vader in de initiaal een duif richting Jezus; de heilige Drievuldigheid maakt haar intrede. Wanneer de Heilige Geest zich op het hoofd van de gedoopte nestelt, herkent Johannes als eerste het Lam Gods.
 
Een weergaloos panorama van een glooiende vallei die door een machtige rivier is geboetseerd, animeert het oog van de aanschouwer. Op de rechteroever loopt een kronkelend pad door een woud de hoogte in. En daarachter- kilometers verder- is de einder met rotspartijen, een formatie bomen en een eenzame molen aan de kim. De schildering gonst van het natuurlijke leven: vogeltjes jagen met een beweeglijke vlucht op insecten, golfjes water spoelen aan op een kiezelstrand, levensechte wolken van velerlei soort drijven voort in het zwerk.
 
Het voortreffelijke gebruik van de atmosferische perspectief en het meesterlijke compositorische evenwicht zijn wederom sterk Eyckiaans. Reminiscenties aan de natuurpracht van De aanbidding van het Lam Gods of aan het vergezicht van de Madonna met kanselier Rolin dringen zich op.
 
Links van het dooptafereel ligt een statig kasteel dat in de waterloop weerspiegeld wordt. Deze lichtreflectie is een duizelingwekkend staaltje van realisme. Reflecties in water of de beweging van het wateroppervlak zijn zeldzaam in de Oudnederlandse kunst uit de eerste helft van de vijftiende eeuw. Van Eyck schilderde een uitermate gelijkende reflectie van een slot in een water op de Madonna met kanselier Rolin in het Louvre.
 
 

EPILOOG

 
Hand G en Jan van Eyck waren verwante geesten. Ze deelden gemeenschappelijke competenties en bezigden gelijkaardige iconografische middelen en compositorische oplossingen. Hun visuele perceptie was bovenmatig ontwikkeld, alsook hun vermogen om dit overtuigend synthetisch weer te geven.
 
Of deze verluchte miniatuur door de meester zelf in zijn jeugd, door atelierassistenten of een navolger werd vervaardigd is tot nader order een raadsel; we raken hier aan de limieten van onze kennis over het verleden. Kunsthistorici vermoeden dat de lastige studie van de samenstelling en de praktijk van het Eyckiaanse atelier misschien de sleutel tot het mysterie is. Eén ding staat vast: het is een wonder dat dit precieuze perkament bewaard gebleven is. Dat het in Brussel tentoongesteld wordt, is niets minder dan een historische gebeurtenis!
 
 
Matthias Depoorter
 
 

 

Het meesterlijk atelier - curator Roland Recht belicht de tentoonstelling

 

 
Vanwaar de titel van deze tentoonstelling? In een atelier werkt een kunstenaar zowel met zijn geest als met zijn handen; een idee zet zich om in marmer, in kleurpigmenten of in een kopergravure. Het atelier is een plaats waar de leerjongens en gezellen zich opwerken naar het niveau van hun leermeester, waar bekendheid verworven wordt en overgenomen door soms voortreffelijke navolgers of gepassioneerde amateurs.
 
Het meesterlijke atelier is een ruimte waar kunstwerken worden uitgedacht, gerealiseerd en vaak getoond aan andere kunstenaars, aan verzamelaars ... Het is tegelijkertijd deintieme ruimte van de artistieke creatie  en de plaats vanwaar de werken vertrekken naar andere horizonten. Europa zelf doet zich in de loop van de eeuwen voor als een uitgebreid atelier of als een geheel van ateliers, met uiteenlopende vaardigheden, eigen stijlen en wederzijdse inmengingen. De kruisbestuivingen, de ontmoetingen, de directe en indirecte contacten zetten Europa in beweging en maken haar ontvankelijk voor wat buiten haar grenzen gebeurt.
 
Er is een groot, rondtrekkend atelier: dat van migrerende volkeren die Europa in alle richtingen doorkruisen, zonder huizen, zonder tempels, maar met schitterende sieraden, gemaakt met slechts enkele werktuigen. De motieven van de sieraden vertonen gelijkenissen met motieven in de verluchte manuscripten van Ierse monniken, die naar het continent reisden om de volkeren te kerstenen.
 
 

BEELDEN BESTUIVEN

 

Vanaf het Karolingische rijk ontstaat er ook een groot atelier tussen de Rijn en de Seine, samengesteld uit tientallen scriptoria, werkplaatsen die vaak afgezonderd zijn binnen kloosters, nabij keizerlijke of koninklijke hoven. In deze ateliers kopieerden scriptores Griekse of Latijnse teksten en putten geniale artiesten in een repertorium van antieke scènes en uitdrukkingsvormen, die ze aanpasten aan nieuwe beelden voor psalmen, bijbels en evangelaria. Ook ivoorsnijders zijn actief in deze werkplaats en bewerken het harde, schitterende materiaal tot levendige taferelen, die wel met de pen geschetst lijken te zijn.
 
De ateliers stelden zich al erg vroeg open voor de mediterrane wereld: de Byzantijnse kunst dringt binnen via Venetië en Zuid-Italië en de Islamitische kunst via Spanje. De virtuositeit, schoonheid en vormentaal bestuiven schilders- en beeldhouwersateliers tot voorbij de Pyreneeën. De ateliers getuigen van een intense circulatie, zowel van ideeën als van mensen. Hun vernieuwende of kwalitatieve productie wordt wijd en zijd verspreid: het email van Limoges, de albasten sculpturen van York of Nottingham, de houten altaarstukken uit Brabant worden tot ver weg van hun oorspronkelijke ateliers geëxporteerd. Tot in Centraal-Europa, Scandinavië, en op het Iberische schiereiland vinden we luxueuze exemplaren die in opdracht gemaakt en geëxporteerd werden, samen met voorwerpen die het resultaat zijn van serieproductie.
 
 

RUIMTE ONTDEKKEN

 

Een meesterlijk atelier is eveneens een atelier van geestelijke activiteit. T hema's die voortvloeien uit de geesten van dichters en theologen krijgen vorm in nieuwe voorstellingen die doordringen in alle lagen van de maatschappij. Dit is het geval voor de figuur van de Maagd die menselijker uitgebeeld wordt en als moeder met veel tederheid voor haar kind. Zij speelt een belangrijke rol in de humanisering van de kunst in de middeleeuwen. Het meesterlijke atelier houdt ook de rondreizende loopbaan van een aantal kunstenaars in. Het is onvoorstelbaar in welke mate beeldhouwers en boekverluchters reisden en hoe
hun carrière hen soms van de ene naar de andere kant van het continent bracht.
 
Het meesterlijke atelier is ook de nieuwe weergave van de ruimte: in geen enkele andere beschaving bestaat er een gelijkaardig fenomeen als dat van de overgang van de tweedimensionale middeleeuwse schilderkunst naar de schilderkunst die de illusie van de ruimte weergeeft. Of het nu gaat om de subtiele suggesties zoals bij de Vlaamse primitieven of om de Italiaanse rigoureuze regels die de ruimte en de figuren stevig neerzetten: de overgang naar de moderne kunst in Europa is in de eerste plaats mogelijk gemaakt dankzij deze figuratieve revolutie die tot aan het kubisme de norm blijft.
 
 

BOEKEN BUITEN DE GRENZEN

 

In de vijftiende eeuw ontstaat er een nieuw type van atelier: de werkplaats van de drukker, die, behalve drukkers zelf, uitgevers van oude teksten (zoals het fameuze traktaat van Vitruvius), erudieten (zoals Erasmus), en ook hout- en kopergraveurs ontvangt, die frontispices of platen tekenen. Die platen en teksten circuleren vervolgens in grote delen van Europa, van de ene drukker naar de andere, met een erg relatieve bescherming van de auteursrechten.
 
In het tijdperk van het internet neemt het boek in deze tentoonstelling een belangrijke plaats in: een wonderbaarlijke bibliotheek brengt in verschillende onderdelen enkele van de grootste boeken uit de menselijke geschiedenis bijeen. Misschien meer dan die van andere objecten, draagt de cir- culatie van boeken bij tot de vorming van één Europese culturele ruimte.
 
Het meesterlijke atelier van Europa stelt zich erg vroeg open voor de wereld buiten zijn grenzen en verruimt zo zijn blik tot ver buiten het geografische Europa. De blik op deverre werelden - Afrika, Oceanië, Amerika, India en het Oosten - is in de eerste plaats een superieure blik: de andere wordt door de Europeaan als wilde aanzien, waar hij ver boven staat. Maar beetje bij beetje verandert die blik en wordt, in de eeuw van de Verlichting en dankzij de expedities van Cook, een bijna wetenschappelijke, en dus objectievere blik.
 

 

KUNSTKABINETTEN

 
Het meesterlijke atelier is ook de dialoog tussen de grote meesters van de Europese kunst in de loop van de zeventiende en achttiende eeuw.
 
Het meesterlijke atelier is, in de eeuw van de Verlichting, een tentoonstellingsruimte die allerlei soorten kunst, van allerlei scholen bijeenbrengt en openstelt voor toeschouwers en critici. Een prachtig onderdeel van de tentoonstelling is gewijd aan de onderling rivaliserende amateurskabinetten die financiële rijkdom moesten uitstralen en met veel uiterlijk vertoon meesterwerken uit de geschiedenis van de schilderkunst samenbrachten. In de vorstelijke collecties op de schilderijen van Teniers of Pannini zijn discussiërende liefhebbers van kunst te zien, die hun kennis toetsen of verfijnen: zo ontstaat een nieuwe vorm van Europese sociabiliteit.
 
 
Roland Recht,
Professor aan het Collège de France, curator van de tentoonstelling Het meesterlijke atelier
 

AFBEELDINGEN:

  • Miniatuur 'De geboorte van Johannes de Doper', toegeschreven aan Jan van Eyck, Les très belles heures de Notre-Dame, Getijdenboek van Turijn-Milaan, 15de eeuw, © Museo Civico d'Arte Antica e Palazzo Madama Torino
  • Reliëf Sint-Gregorius en drie schrijvers, 9de eeuw, © Kunsthistorischen Museum Wenen
  • Geboorte van Christus, paneel van een vierluik, 15de eeuw, © KIK,Brussel
  • Adhémar de Chavannes, Notitie- en tekenboek, 11de eeuw, © Universiteitsbibliotheek Leiden
  • Leonardo da Vinci, Hoofd van een oude man, 15de eeuw, © Venerecanda Biblioteca Ambrosiana, Pinacoteca, Milaan

INFO

Europaliatentoonstelling

Het meesterlijke atelier Europese kunstroutes (5de - 18de eeuw)

Nog tot 20 januari 2008

Open: maandag tot zondag van 10 tot 18 uur, donderdag tot 21 uur

 

Paleis voor Schone Kunsten

Ravensteinstraat 23

1000 Brussel

Tel. 02 507 85 94

www.europalia.be