U bent hier

Isidoor Opsomer - Portret van Camille Huysmans

Isidoor Opsomer - Portret van Camille Huysmans
Isidoor Opsomer (1878-1967), Portret van Camille Huysmans, Doek 130 x 100 cm - gesigneerd - niet gedateerd, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten – Antwerpen.

Het realiseren van een portret is in onze XXe eeuw, waarin de kunst zich is gaan bevrijden van alle traditionele uitdrukkingsmiddelen en mogelijkheden, een uiterst ondankbare en zelfs moeilijke taak geworden.

 

De moderne kunststromingen vanaf het impressionisme, zoals het kubisme, het expressionisme en vooral de abstracte kunst hebben het zuiver natuurimitatieve, kenmerkend voor zovele eeuwen schilderkunst, terzijde geschoven voor nieuwe waarden en principes. Met dat deshumanisatieproces gaat een algemene vereenvoudiging gepaard, waarbij de tot nog toe gehuldigde regels en verworvenheden gaandeweg afgetakeld en primaat verleend wordt aan de essentiële grondelementen der schilderkunst, zoals kleur, vorm of licht.

 

Het probleem nu voor de hedendaagse portretschilder ligt in het feit dat hem door de besteller een gelijkende weergave wordt gevraagd en dat hij anderzijds gebonden is aan een eigen stijlvisie en persoonlijke creativiteitszin, die niet altijd samengaan met het objectief en natuurlijk weergeven van een bepaald onderwerp.

 

Er dient evenwel een onderscheid gemaakt tussen de 'officiële' portretschilder, die volgens bestelling een 'fotografisch' portret verwezenlijkt en de kunstenaar, die als het ware improviseert op het thema, in dit geval een persoon, en tot een meer subjectieve, soms vervormde, maar meer expressieve uitbeelding komt.

 

Deze laatste portretteert in functie van zichzelf, in functie van een totaalindruk en van de kenmerken, die hem getroffen hebben bij een bepaalde persoon.

 

Bij Isidoor Opsomer, die wij hier vooral als portretschilder te behandelen hebben, kunnen wij spreken over een harmonisch samengaan van die twee strekkingen. Inderdaad zonder de gelijkenis op te offeren drukt Opsomer een eigen stempel op elk van zijn portretten, waardoor aan zijn schilderkunstige visie een grote rol wordt toegewezen.

 

Te Lier geboren op 19 februari 1878 volgt de jonge Opsomer de lessen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen en wordt hij leerling van Albert de Vriendt aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten van dezelfde stad.

 

In 1903 wordt hem de Godecharlesprijs toegekend. Vlug ziet Opsomer echter in dat de academische vorming hem niet voldoet en beslist hij door eigen studie en onderzoek zijn talent schilderkunstig te vervolmaken. Met dat doel onderneemt hij verschillende reizen, onder meer in 1904 een reis naar Italië waar hij vooral te Rome de grote meesters uit het verleden bestudeert en hoofdzakelijk zijn aandacht wijdt aan de door hen gebruikte uitdrukkingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld de factuur of het koloriet. Talrijke andere studiereizen naar Duitsland, Nederland, Spanje en Italië droegen bij tot zijn uitgebreide kennis van de kunst der 'Oude Meesters'.

 

Tot 1914 is Opsomer de schilder van zijn geboortestad, Lier. Menig schilderachtig hoekje waardoor de Nethe traag verder vloeit werd door hem op doek vereeuwigd.

 

Bij het begin van de eerste wereldoorlog verblijft Opsomer acht maanden te Londen, waar hij Claus, Baertsoen en Chesterton ontmoet. Daarop vestigt hij zich te Den Haag. Die verschillende buitenlandse contacten, evenals de ontmoeting met Breitner, de schilder die door een persoonlijke en vrije vormgeving het impressionisme aan de Nederlandse aard en stemming wist aan te passen, waren de oorzaak van de evolutie die zich zal voordoen in het œuvre van Opsomer. Terwijl de vroege werken eerder realistisch gericht waren evolueert zijn kunst nu naar een vrijere werkwijze in de toets, die gepaard gaat met een meer gedurfde kleurentaal. Opsomer heeft ingezien dat het schilderkunstig probleem geen ethisch probleem is, maar dat het visualiseren zelf veeleer zijn aandacht moet vergen. Die Hollandse periode betekent aldus voor Opsomer een ontdekking van zichzelf en een bevrijding uit elke vorm van academisme.

 

In 1918 vestigt Opsomer zich te Antwerpen nadat hij te Lier zijn atelier in puin had teruggevonden. Het jaar daarop wordt hij professor aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen, waarvan hij in 1926 de directie toevertrouwd krijgt. Negen jaar later wordt hij directeur benoemd van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen.

 

De faam van de kunstenaar breidde zich snel uit -vooral als portretschilder - en in 1940 werd Opsomer in de adelstand verheven.

 

Een indrukwekkende serie uitstekende portretten hadden van hem de geliefkoosde portretschilder der elite gemaakt. Naast verschillende portretten van Koning Albert I, portretteerde hij een groot aantal personaliteiten van zijn tijd : zoals Felix Timmermans, Jules Destrée, Emile Van der Velde, professor Hey-mans, Henri Van de Velde, Paul Emile Janson, Frans Van Cauwelaert, Gustave Van Zype, Edmond Gle-sener e.a. Reeds vroeg had zich bij Opsomer een belangstelling voor de menselijke figuur geopenbaard.

 

Karakteristieke silhouetten en figuren inspireerden hem reeds te Lier. Doch zijn groot talent om een afzonderlijke figuur levendig en raak getypeerd weer te geven vindt slechts vanaf de jaren 1928 ontplooiing.

 

Iedere te portretteren persoon stelt hem voor een nieuw en eigen probleem. Alhoewel het uitbeelden van een figuur telkens weer een nieuwe ervaring en een nieuw probleem betekent met afwisselende betekenis en inhoud van het uiteindelijk resultaat kunnen wij verschillende constanten en karakteristieken aanduiden die aan de meeste portretten van Opsomer gemeen zijn.

 

In de portretkunst streeft Opsomer namelijk niet de nauwkeurige natuurgetrouwe weergave van elk detail na, doch bezit hij de zeldzame gave onmiddellijk op te merken hetgeen een bepaalde figuur typeert. Hij verwezenlijkt aldus een levendig portret, waarbij het niet op volledige gelijkenis aankomt maar veeleer op de onmiddellijke herkenbaarheid. Opsomer kiest voor elk van zijn modellen de gepaste houding, die onder meer zal bijdragen tot de expressieve kracht van het portret.

 

De meeste portretten van Opsomer zijn vrij geschilderd : de nauwgezette natuurgetrouwe weergave wordt dikwijls opgeofferd voor de kleur, de beweging, of de verlangde lichteffecten. De toets is meestal soepel en direct, terwijl het koloriet, dat bij iedere karakterschets een essentiële rol speelt, steeds wordt aangepast aan de betekenis van het portret. Alle aandacht gaat naar de voorgestelde figuur, waarbij de achtergrond een begeleidende, hier neutrale, daar suggererende betekenis krijgt. Deze schilderwijze impliceert het technisch meesterschap, dat Opsomer bezit.

 

Opsomer beëindigt gewoonlijk zijn portretten, wanneer het model het atelier heeft verlaten. De ontstane dialoog van mens tot mens, meermaals zelfs van ziel tot ziel, tussen de kunstenaar en zijn model wil hij in eenzaamheid verwerken.

 

Camille Huysmans is wellicht een van de trouwste vrienden van Opsomer. Sinds dit portret van 1928, waarin hij de politieke kamper Huysmans verheerlijkt en tevens zijn vrijgevochten zelfstandigheid proclameert, heeft hij hem verschillende malen geportretteerd.

 

Dit portret van C. Huysmans kan als het ware beschouwd worden als een type portret van de sprekerpoliticus. Met kracht wordt de energieke redenaar Huysmans afgebeeld in rechtstaande houding met beide handen steunend op een tafel. Meer nog dan in zijn andere portretten, waar het accent bijna uitsluitend op het gezicht en zijn expressies gelegd wordt, benadrukt Opsomer hier de houding van de figuur, waardoor de betekenis van het portret onmiddellijk duidelijk wordt. De plaats van de handen is zo berekend dat het nauwelijks gedraaide lichaam een licht naar voren gebogen en steunende houding aanneemt. Hierdoor suggereert de schilder in het portret een vage beweging en een zeker ritme, dat tevens bijdraagt tot een direct contact met de toeschouwer. Deze laatste wordt niet ontroerd bij het bekijken van dit portret, maar veeleer geïmponeerd door de energie waarmede deze dynamische figuur is voorgesteld. Daarbij verleent het sobere koloriet een ernstig aspect aan het portret.

 

Opsomer behoort tot de generatie die onmiddellijk die der Vlaamse expressionisten voorafgaat en kwam tot volle ontplooiing op het ogenblik dat de vernieuwingen van Permeke en zijn vrienden zouden doorbreken in ons land. De kunst van Opsomer bezit misschien niet de revolutionaire kracht aanwezig bij enkele van zijn tijdgenoten, doch getuigt steeds van een onbetwistbaar meesterschap, waarmede de kunstenaar beheerst en handig uitdrukking geeft aan een innerlijke noodzaak tot kunstcreatie.

 

Mevr. H. Bex-Verschaeren,

Hoofd v. d. Educatieve Dienst - Public relations Kon. Museum v. Schone Kunsten te Antwerpen.