U bent hier

Jacob Van Oost de Oude - Portret van een Brugse familie

Jacob Van Oost de Oude - Portret van een Brugse familie

Met het portret van een Brugse familie door Jacob Van Oost de Oude komen we terecht in Brugge's minder roemrijke 17e eeuw. Inderdaad, de eeuw van Rubens, zo glorierijk voor Antwerpen, is voor Brugge misschien wel de meest bloedloze tijd van zijn geschiedenis geweest. De politieke en economische teloorgang had de oude stad in zo'n materiële en geestelijke ellende gedompeld dat men er tevergeefs nog een afstraling kon zoeken van de vroegere Vlaams-Boergondische praal. Niettemin heeft Brugge het hoofdzakelijk te danken aan die actieloze tijden, waarin geen ingrijpende veranderingen het stadsbeeld hebben geteisterd, dat het een overwegend gotische stad is gebleven. Weliswaar hadden de kunststijlen er ook, zoals elders, en volgens de wet van de mode, hun bekende opeenvolging meegemaakt: na de gotiek de renaissance, na de renaissance de barok. Had de macht van de mode de stijlen veranderd, de macht van de traditie had het lokale kunststreven niet uitgeschakeld. Zo bleven er in het verarmde Brugge van de 17e eeuw, en in diverse kunsttakken, een aantal ateliers bedrijvig, die, als waren zij het verschuldigd aan hun glorierijk ambachtelijk verleden, nog boven de middelmaat wisten uit te stijgen. het beeldhouwersatelier van Jan Blomme, het edelsmidsatelier van Jan Crabbe, het schildersatelier van Jacob Van Oost. Jacob Van Oost, bijgenaamd de Oude, geboren te Brugge in 1601, werd er in 1619 als leerling van zijn broeder Frans in het schildersambacht ingeschreven. Na vrijmeester te zijn geworden in 1621, volbracht hij de voor de kunstenaars van zijn tijd noodzakelijk geachte reis naar Italië, en vestigde zich nadien voor goed in zijn geboortestad. Hij leidde er een zeer bedrijvig atelier, waarvan de grote produktie slechts bij benadering kan geschat worden naar de talloze schilderijen, die van hem in alle kerken en oude instellingen te Brugge en omgeving nog te vinden zijn. Zijn carrière verliep zonder meldenswaardige gebeurtenissen. Onder zijn talrijke leerlingen bevonden zich twee zonen: Jacob, bijgenaamd de Jonge, en Willem. Al bezat Brugge in de 17e eeuw dus nog wel schilders, van een echte schilderschool kon er echter nauwelijks nog sprake zijn. Inderdaad, het werk van Jacob Van Oost de Oude is, zowel naar inhoud als naar vorm, zo schatplichtig aan de ene kant aan Rubens en Van Dyck, anderzijds aan de Italiaanse barok van Caravaggio, het zgn. Caravaggisme, dat zijn schilderkunst bezwaarlijk nog als een 'Brugse' schilderkunst kan aangezien worden. Zijn talloze religieuze composities vooral getuigen niet van grote originaliteit en vindingrijkheid. Nog het meest 'Brugs' van al zijn werken lijkt ons de profane hiernaast afgebeelde voorstelling van een Brugse familie, een werk dat hij in 1645 voltooide, zoals het gedateerd is op het onderste gedeelte van de geschilderde balustrade boven de tegelvloer. De voorstelling en de compositie zijn eenvoudig. Rechts op een terras van een barokke woning staan, in een nogal vrij poserende houding, een man en een vrouw met een vermakelijk kijkend jongetje. In het midden van het schilderij zien we een rechtstaande jongeling die een perzikentak schijnt aan te bieden aan een meisje dat, met een open mand naast haar, het geschenk afwacht en neerzit op de bovenste van de terrastreden. Links, in profiel gezien, staat een soberder geklede vrouw met een guitig kijkende kleuter op de arm. En helemaal links zien wij een tuinman naar het lager gelegen park stappen, waarin reeds een aantal andere personages aan het tuinieren zijn. Op de achtergrond tenslotte herkennen we de silhouet van de stad Brugge. De leeftijd van de vijf personen is op het schilderij op onopvallende wijze, en nagenoeg niet merkbaar op de reproduktie, aangeduid: op de hiel van de schoen van de man, op de waaier van de vrouw rechts, op de hoed van het kleine jongetje rechts, op het kussen in de mand naast het zittende meisje en op de laars van de jongeling met de perzikentak. Zo weten wij dat deze personages in 1645, datum van het schilderij, respectievelijk 46, 26, 3, 15 en 17 jaar oud waren. Niettemin is het tot hiertoe niet mogelijk geweest de voorgestelde familie te identificeren, alhoewel door sommige schrijvers reeds pogingen in die richting werden ondernomen. Uit de voorstelling kan worden afgeleid dat het gaat om een rijke Brugse familie, die een landgoed in de beboste omgeving van de stad bezat. Het meisje (15 jaar) en de jongen (17 jaar) zijn vermoedelijk kinderen uit het eerste huwelijk van de man; de kleinere jongen (3 jaar) en het kind in de armen van de vroedvrouw, kinderen van de tweede vrouw, die, aan de hand van haar gemaal, in het schilderij wordt voorgesteld. De ongecompliceerde inhoud van dit tafereel wordt gediend door een even ongecompliceerde compositie. Hier vinden we niets van de Rubeniaanse heftige bewogenheid, van het volbarokke spel met kronkelende curven, gedurfde verkortingen of zware clair-obscurs. Het is alles veel eenvoudiger: een statisch weinig-toevallig en in verticalen naast elkaar uitgevoerde opstelling van de gehele familie die op het zomerterras buiten voor de schilder is komen poseren; een groepsportret zonder toevalligheden, al trachtte de schilder ons de gebaren van de drie personages in het midden als toevallig te doen voorkomen, een groepsportret waarin het accent valt op het familiaal geluk, het met zijn allen vredig samen zijn in de landelijke omgeving van het stille Brugge. En toch is het portret van een Brugse familie van Jacob Van Oost de Oude een barok schilderij. Een aantal elementen immers, eigen aan de kunst van de barok, zijn ook hier aanwezig: de volumewerking van de bijna levensgroot geschilderde personages, hun rijke en modieuze kostumering, de met losse toetsen gerealiseerde stofweergave, de openluchtsfeer met het lommerrijke terras, het zomerlandschap en het stadsvergezicht, het theatrale, hoewel verstild, in houding en gebaren, de smakelijke kleuren en enkele denkbeeldige diagonalen die de verticale opstelling, waarvan reeds sprake, niet vervelend maken. Zo is er één grote diagonaalrichting van links onder naar rechts boven, de hoofden van de tuinman, de jongeling en de vader verbindend en gesteund door de gebaren van de rechterhand van laatstgenoemden. Kleinere tegendiagonalen (dus van rechts onder naar links boven) vinden we in denkbeeldige lijnen die de hoofden van het jongetje rechts en de vader, anderzijds van het zittend meisje en de staande jongeling verbinden. De eerste tegendiagonaal loopt over het zwarte bovenkleed van de moeder en de rand van de zwarte mantel van de vader, en wordt links van het schilderij herhaald in de zoom van het zwarte bovenkleed van de vroedvrouw. De tweede tegendiagonaal wordt ondersteund door het gebaar van de rechterhand van het zittend meisje en het parallelle gebaar van de linkerhand van de jongeling. Die compositorische elementen mogen misschien wat ver gezocht lijken, toch heeft de kunstenaar ze in zijn werk gelegd. Ze pleiten niet alleen voor een gedegen vakmanschap, maar maken ook het geheel veel aantrekkelijker. Ook het koloriet is bekoorlijk doordat de algemeen bruine tonaliteit door enkele kleurrijke accenten verlevendigd werd, zoals de blauwe rok met de witkanten kraag bij de dame, het geel en roze bij het kleed van het zittend meisje, en de warme donkerroden bij het kostuum van de hovenier, de vroedvrouw en het kleine jongetje rechts. Vergeleken bij wat er in dezelfde tijd te Antwerpen werd verwezenlijkt, mogen we hier wel spreken van provinciale kunst. Maar het is zeer goede provinciale kunst. Het zal de toeschouwer niet ontgaan hoe degelijk Van Oost het gehele tafereel geborsteld heeft en hoe ook enkele details op een knappe stielkennis wijzen, zoals bijvoorbeeld de op de rug geziene tuinman met de spade, de rechtstaande jongeling met het verwilderde haar, typisch voor zijn leeftijd, en het werkelijkheidsgetrouwe portret van de fiere doch kennelijk niet zo strenge vader. In de 17e eeuw werd er dus te Brugge nog voortreffelijk geschilderd. Het is in die zin dat het portret van een Brugse familie van Jacob Van Oost de Oude voor ons nog kunsthistorische betekenis heeft. En wat meer is, deze naar het leven geschilderde familiefoto is een tijdsdocument, niet alleen door ons te tonen hoe een rijke Brugse familie in de 17e eeuw zich voordeed en gekleed was, maar door even klaar te getuigen dat die familie een volgens de nieuwe smaak aangelegde zomerresidentie op de buiten verkoos boven het bestendig verblijf in een oude stad, die op dat ogenblik doods en minder aangenaam moet geweest zijn.