U bent hier

Jan Wildens - Gezicht op de rede van Antwerpen

Jan Wildens - Gezicht op de rede van Antwerpen
Jan Wildens, Gezicht op de rede van Antwerpen, doek, 194 x 340 cm, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Brussel.

 

Jan Wildens, aan wie dit schilderij wordt toegeschreven, was tijdgenoot en vriend van Rubens en schilderde in hoofdzaak landschappen.

 

Een gezicht op Antwerpen zal natuurlijk meestal ook de Schelde omvatten, die de levensader was voor de stad. Bovendien is de situatie zeer speciaal: aan de rechteroever een grote stad, aan de linker een landelijk gehucht. Die situatie heeft klaarblijkelijk zeer bevruchtend op de kunstenaars ingewerkt, want talloos zijn deze redezichten van Antwerpen, geschilderd en gegraveerd, soms om het gezicht zelf, soms als achtergrond voor bepaalde gebeurtenissen. Melchisedech van Horen heeft deze situatie zeer treffend verwoord bij één van zijn kopersneden: 'Hier mach man Antwerpen plaiisant aenschouwen, gelegen aend Scheld met die Vlaemsche landouwe'. Wat hier echter treft is de drukte te water langs de rechterkant van de scheepsbrug. Wat is daar gaande ?

 

Het is een vorstelijk bezoek dat de stad Antwerpen gaat ontvangen: de uit Frankrijk gevluchte Koningin-Moeder Maria de Medicis, vergezeld door de Infante Isabella, Gouvernante-Generaal van de Zuidelijke Nederlanden, voordien soevereine aartshertogin, toen haar gemaal nog leefde. Dit laatste toont wel de achteruitgang: toen Albrecht nog leefde was er althans de schijn van de onafhankelijkheid; nu, in 1631, is Isabella nog maar plaatsvervangster van de Spaanse koning, die zich opmaakt om de Noorderlijken in Zeeland een zware slag toe te brengen. Rechts op het schilderij ziet men de citadel: daar worden de krijgsvoorbereidselen getroffen en enkele dagen later zullen de twee vorstinnen het vertrek van de vloot, die naar haar nederlaag zou varen, gadeslaan. Wat een verschil met de vorige eeuw, toen ook dergelijke redezichten van Antwerpen te kust en te keur werden voortgebracht. In die jaren hoefde men niet op te treden tegen Zeeland, waarvan de havens steunpunten waren van Antwerpen: het ganse Scheldegebied was één, en Antwerpen was de grootste stad in de Nederlanden. Nu nog, in 1631, is Antwerpen geen dode stad, er gaat nog heel wat om op handelsgebied, maar de verbinding met de zee, de grondslag van de grootheid in de 16de eeuw, is verbroken. De scheepsbrug zou men bijna als een symbool van deze amputatie kunnen zien.

 

Uiterlijk is er aan Antwerpen bijna niets veranderd. En in zekere zin is zij ook innerlijk zichzelf gebleven: zij is nog steeds een handels- maar vooral een kunstcentrum en haar burgers zijn er trots op aan hooggeplaatste bezoekers hun stad en haar bezienswaardigheden te tonen. Zo zullen Maria de Medicis en Isabella in de loop der volgende dagen het atelier van Rubens bezoeken, de Plantijnse drukkerij, zij zullen een ommegang te zien krijgen, waarin zelfs een speciale wagen ter ere van de Franse Koningin-Moeder zal meerijden. Haar staat nu al, als zij aan de werf aan wal stapt, een grandioze ontvangst te wachten, zoals men die in Antwerpen aan Keizer Karel, Philips II en zovele anderen bereid had, Balthasar Moretus zal zelfs een boek uitgeven gewijd aan de feestelijke gebeurtenis: Histoire curieuse de l'entrée de la Reine-Mère... Men kan hieruit een, zij het dan ook eigenaardig klinkend, besluit trekken: veel is er veranderd maar veel is ook hetzelfde gebleven.

 


Dit gezicht op de rede van Antwerpen vormde de achtergrond voor de aankomst van Maria de Medicis en de Infante lsabella. Jan Wildans (Antwerpen 1586-1653) was een Vlaams schilder, leerling van P. van der Hulst, werkzaam te Antwerpen. Alhoewel hij goed bevriend was met Rubens en in diens trant schilderde, kan hij bezwaarlijk voor zijn leerling doorgaan. Zijn beste werken (getekend) bevinden zich te Antwerpen, Dreesden en Augsburg. In tegenstelling met Rubens' landschappen, hebben zijn werken een decoratief karakter, door heldere kleurtonen gekenmerkt.