U bent hier

Jeruzalem in Watervliet

Meester van Frankfurt, Nood Gods triptiek, ca. 1515, olieverf op paneel, Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk, Watervliet

small_vlaamse meesters in situ_0.jpg

 

 

 

 

Wie Vlaamse meesters in hun natuurlijke habitat wil bezoeken, rijgt de aangename verrassingen aan elkaar. Na de verliefde Antoon van Dyck in Zaventem en de ten onrechte vergeten Theodoor van Loon in Scherpenheuvel, rekende ik niet meer op een even grote ontdekking. Maar toen we het dorpsplein van Watervliet opreden en de gotische Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk zagen, begonnen we al een en ander te vermoeden.

 

MUSEUMSTUK

De sfeervolle Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk noemt men de kathedraal van het noorden. We begrepen waarom toen de deuren voor ons openzwaaiden en de lichten aangeknipt werden. Een hoogaltaar van Lucas Fayd’Herbe, een subliem orgel, een communiebank vol gebeeldhouwde engelen. Het interieur van deze dorpskerk is wonderbaarlijk rijk. En toen zagen we in de kooromgang een schilderij van absolute museumkwaliteit: de Nood Gods uit het begin van de zestiende eeuw, toegeschreven aan de Meester van Frankfurt. Die noodnaam bedriegt. Deze meester had weinig te maken met Frankfurt, des te meer met Antwerpen. Hij was een collega van Quinten Metsys en stond in het begin van de zestiende eeuw mee aan de wieg van de Antwerpse schilderschool.

 

De inwoners van Watervliet mogen zich gelukkig prijzen. Het heeft maar weinig gescheeld of hun museumstuk was ook echt in een museum beland. De grote Antwerpse verzamelaar Florent Van Ertborn kocht in de negentiende eeuw een kopie naar Jan van Eycks Madonna met kanunnik Van der Paele van de kerk in Watervliet. Hij heeft tijdens de onderhandelingen over de prijs vast ook met een kennersoog naar de Nood Gods gekeken. Van Ertborn bracht een ongeëvenaarde verzameling Vlaamse primitieven bij elkaar, die hij naliet aan het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten. In Dikkelvenne verwierf hij bijvoorbeeld De Madonna bij de fontein van Jan van Eyck. Hij bezat overigens ook een andere triptiek van de Meester van Frankfurt. 

 

PORTRETTENGALERIJ

De mooie benaming Nood Gods is misschien wat misleidend. Het gaat om een drieluik, met links de Kruisdraging, centraal de Kruisafneming en rechts de Verrijzenis. De Kruisafneming is geïnspireerd door Rogier van der Weydens beroemde meesterwerk, nu in het Prado. Kijk bijvoorbeeld naar de figuur van Johannes de Evangelist, links op het paneel, met zijn gezicht dat vertrokken is van smart. Hij grimast, in een poging om zijn tranen tegen te houden. 

 

Toch leverde de Meester van Frankfurt een eigen interpretatie: Maria valt hier niet van verdriet in zwijm, zoals bij Rogier, maar ze vangt met haar laatste krachten het lichaam van haar zoon liefdevol op. Rechts knielt Maria Magdalena wenend neer. Van haar vooral kon ik mijn ogen niet afhouden: het zacht neergolvende haar, dat rijke overkleed van goudbrokaat, gevoerd met eekhoornbont, die gordel van koraal. En dat verdriet. Bijna eclipseert Maria Magdalena de man schuin rechts achter haar. Hij kijkt je vanuit zijn ooghoeken aan en zijn markante gezicht is duidelijk een portret. Een zelfportret zelfs, want we weten hoe de Meester van Frankfurt eruitzag. Hij schilderde namelijk ook een charmant Zelfportret met echtgenote, dat sinds 1974 in het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten prijkt. En deze Meester beeldde zichzelf ook af op Het schuttersfeest, een van de weinige grote schilderijen met een wereldlijk thema uit de eerste jaren van de Antwerpse schilderschool. De Meester van Frankfurt keek aandachtig naar zijn eigen gezicht en hij bestudeerde even aandachtig de gezichten van zijn stadsgenoten. Heel deze triptiek is een portrettengalerij en ze toont het hele gamma, van edele gelaten tot akelige boeventronies (in de Kruisdraging). Types die je in het jaar 1515 in de straten van Antwerpen zou kunnen tegenkomen.

 

De personages zijn zo fascinerend dat je haast zou vergeten om naar de achtergrond van dit schilderij te kijken. De Meester van Frankfurt schilderde naast het kruis een opmerkelijk gebouw, dat de Vlaamse toeschouwer van de polders een idee bood van hoe Jeruzalem er kon uitzien. Het is beurtelings geïdentificeerd als de Heilig Grafkerk in Jeruzalem en de Jeruzalemkerk in Brugge. De Meester schilderde ook een boom met een brede kruin, die afsteekt tegen het gouden avondlicht. Het lijkt een detail dat hij louter uit schilderplezier, uit genot in motief en kleur, daar heeft geplaatst. 

 

DUUR TOPWERK IN EEN AFGELEGEN DORP

De Nood Gods zou zich al sinds 1515 in deze kerk bevinden. Lees: een duur topwerk van een Antwerpse meester is naar dit afgelegen dorp gebracht. Waarom? Door wie? Een ding staat vast: daar zat geld achter. Dit is een kostbaar schilderij en iemand heeft erin geïnvesteerd. Verderop in de kooromgang tref je de grafplaat aan van de stichter van Watervliet: Jeronimus Lauwereins. Inderdaad, Watervliet is in 1501 gesticht door een Brugse ambtenaar die zich van bastaardzoon opwerkte tot minister van financiën onder Maximiliaan van Oostenrijk en Filips de Schone, en tot gouverneur van de toekomstige keizer Karel V. Als man zonder groot erfdeel van gronden, maar met kapitaal, ondernam Jeronimus Lauwereins ambitieuze inpolderingsprojecten in deze streek en stichtte hij niet alleen Watervliet, maar ook Philippine, in beide gevallen met de bedoeling om er bloeiende havens van te maken en zo de neergang van Brugge te compenseren. Lauwereins financierde de bouw van de kerk. Ze is in 1503 ingewijd.

 

Toen Jeronimus in 1509 overleed, waren enkel het koor en het transept afgewerkt. Heeft hijzelf nog de triptiek besteld, of geld voor de opdracht nagelaten? Of hebben ook zijn nazaten nog flink in de kerk geïnvesteerd en is dit wonderlijke schilderij uit Antwerpen dankzij hen hier terechtgekomen? (Jeronimus’ zoon Mark was een belangrijke humanist en kunstliefhebber.) In het tweede decennium van de zestiende eeuw had het voor een vooruitstrevende mecenas eigenlijk al geen zin meer om nog schilderijen uit Brugge of Gent te bestellen. Alles gebeurde in de nieuwe grote havenstad Antwerpen. Daar werkte Quinten Metsys, daar schilderde Joachim Patinier, en daar floreerde ook de Meester van Frankfurt. Men vereenzelvigt deze laatste nu vaak met Hendrik van Wueluwe, een schilder die we enkel van naam kennen uit documenten.

 

Deze Hendrik werd in 1483 meester in de Antwerpse Sint-Lucasgilde. Hij verdiende kennelijk goed zijn brood en was meermaals deken van de Sint-Lucasgilde, een eervolle functie. Hij woonde met zijn gezin in een stenen huis vlakbij de Sint-Jacobskerk. Hij overleed in 1533 en ligt samen met zijn vrouw begraven in de Sint-Jacobskerk. Hendriks profiel past alleszins bij het succes en talent van de Meester van Frankfurt.

 

Onze vriendelijke gids wijst ons ook nog op een barokke bloemenkrans geschilderd door Daniël Seghers, en op twee grote landschappen van Joos de Momper. In een zijkapel ontwaren we een drieluik met taferelen uit het leven van Sint-Sebastiaan, dat sterk aan de stijl van Lambert Lombard herinnert. Het wordt toegeschreven aan de Brugse schilder Joos de Laval. Achteraan in de kerk hangt nog een opmerkelijke kopie naar Caravaggio’s Graflegging. In de kathedraal van het noorden ben je niet snel uitgekeken.

 


INFO

Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk, Watervliet – Open van 1 maart tot en met 15 november van 09.00 tot 18.00 uur


BEKNOPTE BIBLIOGRAFIE

  • De Paepe en D. Haerens, Watervliet. Zijn stad, zijn hart, zijn trots, Gent, 2003.
  • S.H. Goddard, The Master of Frankfurt and His Shop, Brussel, 1984.
  • J. Haemers en T. Soens, Lauwerein, Jeronimus, in Nationaal Biografisch Woordenboek, XVIII, kol. 584-592.