U bent hier

Kostbare puzzel van gotisch glas

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen Kasteel van Loppem
Met minimale tinten wekt de kunstenaar het drama tot leven FOTO: SASKIA VANDERSTICHELE

small_vlaamse meesters in situ_0.jpg

 

 

 

 

Het loont om het kasteel van Loppem met een zekere regelmaat te bezoeken. Eens om de vijf jaar, bijvoorbeeld. Je ontdekt telkens iets nieuws en je herontdekt veel schoonheid. Je stelt tevens veranderingen in je eigen smaak vast. Vond je de neogotiek bij je eerste bezoek een tikje gedateerd? Bij je tweede bezoek kijk je gegarandeerd je ogen uit in de rode en blauwe salon. Wat een ensembles, wat een details.

 

Hoe heerlijk om een huis te betreden waarvan ook het interieur door een getalenteerde architect is ontworpen. Jean Bethune uit Kortrijk kon er wat van. Nee, prachtige gothick landhuizen en doorwrochte Arts & Crafts woningen zijn niet enkel in Engeland te vinden. Wie had bovendien gedacht dat de neogotiek ook uitnodigend, zelfs gezellig kon zijn? Maar ach, als je eenmaal weet dat de uiterst kieskeurige Charles Baudelaire de Mechelse meubelmakers bewonderde, dan verbaas je je al minder over zulke vaststellingen.


Het kasteel van Loppem is gebouwd tussen 1858 en 1863, met baksteen die uit een plaatselijke kleiput gewonnen werd. Die kleiput is nu de grote vijver bij het kasteel. Dat gebruik van lokale bouwmaterialen was een basisprincipe van de neogotiek; het lijkt wel alsof men al rekening hield met de ecologische voetafdruk van het bouwproces. Jean Bethune was niet de eerste architect op de site. De familie Van Caloen had eerst een beroep gedaan op Edward Pugin, zoon van de beroemde Britse bouwmeester Augustus Welby Northmore Pugin, grondlegger van de neogotiek. Edward Pugin had een onstuimig karakter en de samenwerking liep spaak. Toen nam de autodidact Bethune de opdracht over. Hij maakte van het kasteel van Loppem een huiselijk huis. Evengoed imponeert het. De inkomhal is zeventien meter hoog en bekroond met een gepolychromeerd houten kruisribgewelf. In het rode herensalon vind je een onder meer een luchter van hertengeweien, een verguld neogotisch retabel op de schoorsteenmantel (gewijd aan Karel de Goede) en schilderingen van de Duitse kunstenaar August Martin op de wanden. Het blauwe damessalon mag ook prat gaan op een neogotisch retabel, anachronistisch gewijd aan de onmiddeleeuwse heilige Carolus Borromeus. Hier leverde niemand minder dan Guido Gezelle de onderschriften bij de wandtaferelen van August Martin. Het kamerorgel is gebaseerd op de weergave van zulke instrumenten in de schilderijen van de Vlaamse primitieven…

 

Ongewone compositie

 

Wanneer je in een neogotische omgeving opgroeit, ligt het voor de hand om gotische kunst te gaan verzamelen. Je hebt dan immers al het perfecte onderkomen voor die kunststukken, je moet het alleen nog invullen. Dat deed baron Jean van Caloen (1884-1972). Zijn collectie is nu deels ondergebracht in een nieuw ingerichte zaal op de bovenverdieping. Hier staan onder meer enkele prachtige beelden van Jan Borman II. Het meest delicate kunstwerk is zonder twijfel het gotische glasraam met de ongewone voorstelling van de Bewening. Om te beginnen sta je paf dat een schildering op glas al meer dan vijfhonderd jaar bestaat. Toch is het werk niet ongeschonden tot ons gekomen. Stukken ontbreken. Zelfs een cruciaal stuk als het gelaat van Christus. De ontbrekende delen van de puzzel zijn vervangen door wit glas. Dat geeft dit oude kunstwerk een hedendaagse uitstraling. Je zou het bijna postmodern kunnen noemen. Maria die treurt om haar dode zoon, de verlosser van de mensheid. Maar zijn gezicht is weg. Things fall apart; the centre cannot hold, schreef W.B. Yeats in 1919.

 

De compositie is ongewoon voor een Bewening. Vier op een rij: de personages zijn verticaal geschikt. Bovenaan staat de wenende Johannes de Doper. Hij buigt zich beschermend over Maria, die neerzit en het dode lichaam van Jezus op haar schoot houdt. Met haar rechterhand ondersteunt ze Jezus’ romp. Maria’s ogen zijn gezwollen van het wenen. In Jezus’ voeten zijn de spijkerwonden nog te zien. Onderaan staat een engel, die een wapenschild draagt, met de gecombineerde wapens van Bourbon en Bourgondië. Dit alliantiewapen is een belangrijk hulpmiddel bij de datering, want het verwijst naar het huwelijk van hertog Karel de Stoute met Isabella van Bourbon. Dit huwelijk duurde van 1454 tot 1465. Isabella bracht een dochter ter wereld: Maria van Bourgondië. Over de herkomst van dit glasraam is niets bekend. Wel weet men dat in de Heilig Bloedkapel van Brugge ooit gelijkaardige glasramen te zien zijn geweest, versierd met het wapen van Karel de Stoute.


De kunstenaar was een meester van grisaille: met minimale tinten wekt hij het drama tot leven. De gezichten van Johannes en Maria zijn aangrijpend maar ook discreet weergegeven. De engel houdt het wapenschild omhoog als was het een pluimpje, maar de riem waaraan het wapen hangt, met die knap weergegeven gesp, suggereert gewicht. De kunstenaar werkte ook doeltreffend met de kleurstof zilvergeel, die tegen hoge temperaturen in het glas wordt gebrand en dan prachtige blonde of gouden kleuren oplevert. De lokken van Johannes en de engel, de stralenkransen van Maria en Jezus zijn aan oordeelkundig gebruik van zilvergeel te danken.

 

Rogier Van der Weyden

 

Wie was de kunstenaar? Niets staat vast. Wel kun je zeggen dat deze Bewening beïnvloed is door Rogier Van der Weyden (1400-1464), die zo meesterlijk emotie in religieuze taferelen wist op te roepen. Na zijn dood volgde Vranke Van der Stockt hem op als stadsschilder van Brussel. Vrancke werkte soms voor de hertog van Bourgondië. We weten dat hij voor een riant honorarium de feestdecoratie ontwierp bij het derde huwelijk van Karel de Stoute, met Margareta van York. Dit feest vond in 1468 plaats in Brugge. Was Vrancke al eerder actief voor het hof en ontwierp hij dit glasraam? We weten in elk geval dat hij zich, zoals gebruikelijk voor kunstenaars toen, niet tot schilderen beperkte. Hij ontwierp ook wandtapijten en borduurwerk.

 

Wil je alleen zekerheden hanteren en dit werk toeschrijven aan Anoniem, dan heeft dat ook charme. Want het stemt nederig, te bedenken dat iemand zoiets moois heeft gemaakt en toch vergeten is. Onze kennis van de geschiedenis is even fragmentair als dit glasraam. Anderzijds is die anonimiteit een teken van rijkdom. Als zo’n goede kunstenaar vergeten wordt, dan wil dat zeggen dat hier heel veel goede kunstenaars aan de slag waren. En alle bronnen bevestigen dat.


Overvloed, dat heerst hier in meer opzichten. Jean van Caloen verzamelde immers niet alleen gotische kunst. Hij verwierf ook een reeks prachtige prenten van Bruegel. Zijn zoon Roland van Caloen vulde de schatten aan met oude boeken en boekbanden. Roland van Caloen was ook actief als fotograaf. En wie de overloop volgt, komt vanzelf uit in de kamers waar Albert I en Elisabeth verbleven aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, na hun jaren aan het IJzerfront. In deze historische omgeving zijn de grondslagen gelegd voor het moderne België: het algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen, de oprichting van een Nederlandstalige universiteit in Gent , de erkenning van de vakbondsvrijheid zijn hier beslist. 

 

Het wordt tijd om naar buiten te gaan en de gevel weerspiegeld te zien in de vijver. Het wordt tijd om eens door het labyrint in het park te dwalen en alles te laten bezinken.

 


INFO

Kasteel van Loppem – Open van maart t.e.m. november: dinsdag t.e.m. zaterdag van 14 tot 18 uur – Gesloten van december t.e.m. februari; van maart t.e.m. november op maandag, zon- en feestdagen – Steenbrugsestraat 26, 8210 Zedelgem-Loppem – T 050 82 22 45


WEBSITE

www.kasteelvanloppem.be


GERAADPLEEGDE WERKEN

  • De Sint-Lucasscholen en de neogotiek. 1862-1914, J. de Maeyer (red.), (Kadoc-studies, 5), Leuven, 1988.
  • L. Huet en J. Grieten, Belgisch museumboek, Amsterdam, 1996, p. 19-32.
  • V. van Caloen, J.F. van Cleven, J. Braet, Het kasteel van Loppem, Oostkamp, 2001.