U bent hier

Leven en werk van Gerard Mercator - De erfenis van Mercator

Gerard Mercator (1512-1594

 

Eind 2011 kwam de kaart van Vlaanderen uit de collectie van het Antwerpse  Museum  Plantin-Morerus op de Topstukkenlijst van de Vlaamse regering. Die kaart uit 1540 is het werk van Gerard  Mercator en geeft een globaal zicht op de dorpen en steden van het graafschap. De kaart is toen op verschillende bladen gedrukt en nadien samengesteld. Een blad is evenwel verloren gegaan. Eind negentiende eeuw realiseerde de Sint-Niklase  arts en Mercatorverzamelaar Jean van Raemdonck  een facsimile waarbij hij het ontbrekende stuk aanvulde op basis van een Lafreri-atlas.

 

Gerard  Mercator (1512-1594) werd in Rupelmonde geboren en leefde in Gangelt, 's-Hertogenbosch, Leuven, Antwerpen en  Duisburg.  Het  graafschap Vlaanderen, de hertogdommen Brabant  en Gulik  waren de landen waar hij zijn leven heeft doorgebracht. Het Habsburgse Rijk was de dominante machtsfactor die mee zijn leven heeft beïnvloed. Zijn kaart­ en globeproducties op zich hadden hem geen topplaats in de wereldgeschiedenis opgeleverd; zijn bijzondere projectietechniek om een globe op een kaart  te projecteren  die daardoor beter bruikbaar is voor de navigatie op zee hebben dat uiteindelijk wel mogelijk gemaakt.

 

Zijn leven en zijn erfenis zijn werelderfgoed. In de loop van de negentiende eeuw is hij in het pantheon van de grote geleerden uit de zestiende eeuw bijgezet. Tegelijkertijd begon ook de strijd over zijn nationaliteit: Vlaming of Duitser. Tussen 1552 en zijn overlijden in 1594 woonde en werkte  hij in Duisburg en maakte er ook zijn belangrijkste kaarten. De stad waar hij gestorven is, stimuleerde eind negentiende eeuw zijn herdenking.  Ook Vlaanderen herontdekte zijn naam en faam. Die verdienste is vooral op het conto te schrijven van Jean van Raemdonck, antiquarisch geïnteresseerde  en  medestichter van de regionale Oudheidkundige Kring van het Land van Waas. Hij lag ook aan de basis van de eerste wetenschappelijke biografie (in het Frans) over Mercator die in ons land werd gepubliceerd en aan de realisatie van het Mercatorstandbeeld te Rupelmonde.

 

Zijn inzet resulteerde in een ruime Mercatorcollectie te Sint­ Niklaas, de bakermat van het huidige  Mercatormuseum. Naast zijn erfgoedwaarde blijft de globale Mercatorerfenis vandaag  belangrijk.  Zelfs in onze hoogtechnologische wereld wordt nog dagelijks de Mercatorprojectie gebruikt om allerhande  navigatiehulpmiddelen -ook  voor de automobilist en de recreant- te laten werken. Een ode aan een Vlaamse Guliker wiens vijfhonderdste  geboortejaar in 2012 wordt herdacht in binnen- en buitenland.


Inhoud

  • Leven en werk van Gerard  Mercator
  • De erfenis van Mercator
  • Praktisch

 

Leven en werk van Gerard Mercator

 

 

Een wereldbeeld in kaart gebracht

 

Gerard  Mercator wordt als Gerard de Cremer geboren in Rupelmonde, in de zestiende eeuw een klein stadje aan de Schelde onder Antwerpen. Vader Hubertus de Cremer en moeder Emerentia zijn afkomstig uit het toenmalige hertogdom Gulik-Kleef (Noord-Rijnland, Duitsland) en wonen er in het stadje Gangelt (nabij de grens met Nederland). Vader Hubertus is er schoenmaker en het gezin telt reeds zes kinderen.

 

Het is eerder toeval dat Mercator in het Waasland is geboren. Zijn ouders maken een lange en waarschijnlijk oncomfortabele reis naar Rupelmonde om er op bezoek te gaan bij een oom van zijn vader, Gijsbrecht de Cremer, die kapelaan is aan het Sint-Jansgodshuis. Op 5 maart 1512 wordt hun zevende kind geboren, dat ze Gerard dopen. Kort daarop vertrekken ze weer naar Gangelt, waar het kind zijn eerste levensjaren doorbrengt.

 

Maar enkele jaren later vestigt Hubertus zich met vrouw en kinderen voorgoed in Rupelmonde. De kleine Gerard volgt er de plaatselijke school, terwijl zijn grootoom Gijsbrecht hem de eerste noties van het Latijn bijbrengt en besluit zijn pientere neef een toekomst te gunnen door hem op zijn kosten verder te laten studeren. Op vijftienjarige leeftijd gaat Gerard naar de school van de Broeders van het Gemene Leven in 's-Hertogenbosch. Deze religieuze gemeenschap legt de nadruk op vroomheid en studie van de bijbelteksten. Hun onderwijs is een belangrijk middel om de idealen van de moderne devotie te verspreiden. Bij de Broeders maakt Gerard niet alleen vorderingen in de klassieke talen, maar maakt hij ook kennis met de kalligrafie of het schoonschrijven, een discipline die hem later nog van pas zal komen.

 

 

UNIVERSITEIT EN ZELFSTUDIE

 

Op achttienjarige leeftijd schrijft Gerard zich in aan de universiteit van Leuven onder de naam Gerardus Mercator de Repelmunde. Het is in die tijd de gewoonte dat intellectuelen hun naam latiniseren. De naam de Cremer (der Krämer) betekent winkelier of koopman, en in het Latijn is dat Mercator. Mercator volgt de universele basisopleiding in de artes met vakken als grammatica, retorica, dialectiek, aritmetica, geometrie, muziek en astronomie. Astrologie en landmeetkunde vallen hier ook onder. Hij sluit zijn studies aan de universiteit af in 1532 met het behalen van de graad van 'magister in de artes'. In tegenstelling tot de verwachting zet Mercator zijn universitaire studies in Leuven niet verder, maar  verblijft hij enige tijd in Antwerpen, om er aan zelfstudie te doen. Antwerpen is op korte tijd uitgegroeid tot een internationale handelsstad met meer dan 100.000 inwoners en een grote bedrijvige zeehaven, waar de cartografie en de drukkunst floreren. Het conservatieve wetenschappelijke milieu in Leuven, volledig in overeenstemming  met de kerkelijke leer, laat een kritische geest als Mercator niet toe een aantal vragen te stellen. In Antwerpen ervaart hij ongetwijfeld een vrijer klimaat, waar hij door zelfstudie in de theologie en de filosofie tot een aantal  nieuwe inzichten komt. Misschien ontstaat  toen reeds zijn voornemen een kosmografie te ontwerpen, een allesomvattende kritische studie over de oorsprong en de ontwikkeling van de schepping, zowel de hemel als de aarde. Mercator besluit terug te keren naar  Leuven en zich te richten op de praktijk van de cartografie en het maken van wetenschappelijke instrumenten. Hij ontmoet daar de geestelijke Franciscus Monachus,  die zich op de sterrenkunde  en de aardrijkskunde heeft toegelegd en van 1510 tot 1530 aan de Leuvense universiteit doceert. Het is Monachus die de informatie voor het kaartbeeld  levert voor een aardglobe, die Gaspard van der Heyden omstreeks 1526 te Leuven vervaardigt, in opdracht  van de Antwerpse uitgever Roeland Bollaert. Die globe is waarschijnlijk de eerste die in de Nederlanden gebouwd wordt, maar enkel de begeleidende tekst is bewaard gebleven, niet de globe zelf.

 

 

EERSTE GLOBE EN KAARTEN

 

Om wetenschappelijke instrumenten te bouwen moet Mercator zich een wiskundige basis eigen maken en hij kan hiervoor terecht bij Gemma Frisius. Hij werkt mee aan het globepaar dat Frisius in 1536-1537 uitbrengt. De naam van Mercator is duidelijk leesbaar op de aardglobe, waarvan het enige overgeleverde exemplaar  te bekijken is in het Globenmuseum  in Wenen. Door de samenwerking met Frisius verdiept hij zijn theoretische en praktische kennis van astronomie en geometrie en de vakman Gaspard van der Heyden leert hem alle knepen van het graveervak.

 

Op 3 augustus 1536 treedt  hij in Leuven in het huwelijk met Barbara Schellekens. Het  jaar daarop richt hij een eigen werkplaats in voor het vervaardigen van instrumenten en kaarten.

 

Kort daarna verschijnt zijn eerste zelfstandig gemaakte cartografische werk, een kaart van het Heilig Land, Terrae sanctae descriptio. Het is volop reformatietijd met een intense bijbelverspreiding tot gevolg en om de bijbelse gebeurtenissen in hun geografische context te plaatsen, is er een kaart  nodig. De kaart illustreert de tekst van het boek Exodus en is een commercieel succes.

 

Onmiddellijk daarna graveert Mercator een kleine wereldkaart, Orbis  Imago, die in 1538 verschijnt en getekend is in dubbele hartvorm, geïnspireerd op de wereldglobe van Frisius en op bestaande hartvormige kaarten. Mercator vermeldt op deze wereldkaart afzonderlijk Noord- en Zuid-Amerika, waar tot dan toe de naam Amerika slechts voor het zuidelijk deel werd gebruikt.

 

Ondertussen werkt Mercator ook aan een eigen aardglobe en treft hij voorbereidingen voor een kaart van Europa. Maar eind 1539 krijgt hij van enkele kooplieden de opdracht een kaart van het graafschap Vlaanderen te tekenen. Samen met andere geschenken zal ze aangeboden worden aan een verbolgen keizer Karel V, die men begin 1540 in Gent verwacht om de stad te straffen. Gent kwam in opstand omwille van een zoveelste belasting die de vele oorlogen van de vorst moet helpen financieren. Die tactiek mislukt, maar Mercator wordt bekend. De kaart van Vlaanderen Flandriae descriptio betekent immers een aanzienlijke verbetering tegenover de bestaande afbeeldingen. Het staat vrijwel vast dat Mercator zich heeft gebaseerd op het werk van andere cartografen toen hij de kaart van Vlaanderen op zo'n korte tijd realiseerde. De naam die in dit verband het meest wordt genoemd is die van Jacob van Deventer, die als een van de eersten de triangulatiemethode beschreven door Frisius zou hebben toegepast. Tussen 1536 en 1545 brengt van Deventer de Noord-Nederlandse provincies in kaart.

 

Later werkt hij in opdracht van Filips II aan de opmaak van handgetekende plattegronden van ongeveer 250 steden in de Spaanse Nederlanden.  Zijn metingen zouden de meetkundige grondslag hebben geleverd voor de Vlaanderenkaart van Mercator.

 

Nog in 1540 publiceert Mercator een handleiding over het gebruik van het Latijnse cursieve schrift onder de titel Literarum latinarum, quas Italicas. Het boekje introduceert de term 'italique' en beveelt het zgn. Latijnse cursief aan. Dit type schrift geeft een veel duidelijker tekstbeeld en is compact zodat veel meer informatie op een kleine oppervlakte  kan weergegeven worden, wat uiteraard meegenomen is als het om kaarten of globes gaat. Er verschijnen minstens zes edities van dit kalligrafische werkje dat in de zestiende en zeventiende eeuw toonaangevend  is. Het is verplichte lectuur voor ièder die zich met kaarten maken inlaat, omdat het zeer gedetailleerde instructies en technische details bevat.

 

 

SUCCES BIJ KONING EN KEIZER

 

In tegenstelling tot de stad Gent die niet scoort bij de keizer met de kaart van Vlaanderen, doet Mercator dat wel. Karel V zou wetenschappelijke instrumenten en globes besteld hebben bij Mercator. Cartografie is altijd een waardevol machtsinstrument geweest, zowel voor de verdediging  van de eigen gebieden, als voor de militaire expedities. Ook andere invloedrijke figuren uit de keizerlijke omgeving en hoogwaardigheidsbekleders zullen een grote belangstelling voor het werk van Mercator aan de dag leggen.

 

Voor het tijdperk van de ontdekkingen speelde de wereld buiten het eigen territorium geen rol van betekenis. Maar dit verandert grondig  toen eerst de Spanjaarden en de Portugezen  en later de Nederlanders, Fransen en Engelsen over de oceanen uitzwermen en nieuw ontdekte territoria binnen Europees bereik brengen. Het vervaardigen van een driedimensionale globe is de meest sprekende manier om dit nieuwe wereldbeeld  gestalte  te geven.

 

In 1541 voltooit Mercator zijn aardglobe, met een diameter van 41,5cm, groter dan die van zijn voorgangers en gevat in een stevig houten onderstel op vier pootjes. De globe is opgedragen aan Nicolas Perrenot de Granvelle, de invloedrijke kanselier van keizer Karel V. Zijn zoon Antoine, die later kardinaal zal worden, is een Leuvense studiegenoot van Mercator. Nieuw is dat Mercator, als eerste, loxodromen aanbrengt op de globe, koerslijnen die de schepen met kompas makkelijk  kunnen   volgen. Wie op aarde een constante koers vaart, zal vanzelf een gebogen lijn of loxodroom volgen. De loxodromen snijden de meridianen onder steeds dezelfde hoek. De rechte lijn tussen  afvaart en aankomst, waarvan men de richting aan de hand van de naastliggende parallellopende loxodroom kan bepalen,  wordt als de kortste weg beschouwd  die men op zee volgen kan. In 1537  beschrijft  Pedro Nuiiez dit principe voor het eerst  wiskundig. Niettegenstaande een globe het onvervormde  wereldbeeld  weergeeft, is deze wereld in het klein niet direct een praktisch zeevaartinstrument, maar  blijft het vooral een kostbaar hebbeding voor wie het zich kan veroorloven. Koningen en prinsen laten zich vaak portretteren met een globe in het decor, als symbool  van hun macht.  De meeste globes die nu bewaard  zijn gebleven vindt men terug in openbare verzamelingen, die niet zelden teruggaan op voormalige privébibliotheken van vorsten en edellieden. Het succes van de aardglobe helpt Mercator aan belangrijke bestellingen van astronomische instrumenten, waardoor hij ruim kan leven. Aangezien het protestantisme, niettegenstaande alle kerkelijke en keizerlijke verbodsbepalingen en plakkaten, zich in die jaren in onze gewesten steeds krachtiger manifesteert, komt er vanaf  1543 een doorgedreven ketterjacht op gang en gaat men over tot massale arrestaties. Ook Mercator wordt in het begin van 1544 te Rupelmonde, waar hij de nalatenschap van zijn grootoom Gijsbrecht is gaan regelen, opgepakt en daar in het kasteel, dat al vaak tot gevangenis had gediend, opgesloten. De reden van zijn aanhouding is onduidelijk, maar zijn onderzoekende geest en kritische interpretaties in verband met de bijbel en het wereldbeeld, zullen vast een voldoende aanleiding zijn geweest.

 

Pas na ongeveer acht maanden gevangenschap, begin oktober 1544, komt Mercator op vrije voeten. Wellicht door gebrek aan bewijzen, maar waarschijnlijk nog meer dankzij invloedrijke tussenkomsten, onder andere van rector Pieter De Corte van de Leuvense universiteit. Hij is een  belangrijk man (die later pauselijk inquisiteur en de eerste bisschop van het nieuwe bisdom Brugge zal worden) en zal ten gunste van Mercator getuigen.

 

 

NAAR DUISBURG

 

Bij het vervaardigen van kaarten en globes, die voornamelijk voor de scheepvaart  bestemd zijn, en waarbij Mercator tracht zeevaartroutes en  vaarrichtingen zo nauwkeurig als mogelijk aan te duiden, toont hij bijzondere belangstelling voor de magnetische pool. Reeds in de vijftiende eeuw had men vastgesteld dat de magnetische pool niet samenvalt met de geografische Noordpool. De magnetische declinatie, d.w.z. de hoek tussen de magnetische meridiaan en de geografische meridiaan varieert in de ruimte, maar ook in de tijd. Kennis van de declinatie is dus nuttig voor het bepalen van een positie op aarde.

 

Het vraagstuk heeft Mercator lange tijd beziggehouden. Dat wordt treffend geïllustreerd op het  portret dat de Vlaamse graveur Frans Hogenberg van Mercator maakte in 1574, waar de cartograaf met de punt van de passer de vermoedelijke plaats van de magnetische pool aanduidt.

 

In de volgende jaren ontwerpt Mercator allerlei kaarten, waarbij hij de meest actuele informatie verwerkt en met veel oog voor detail uitvoert. In april 1551 verschijnt er een hemelglobe uit zijn atelier, de pendant van zijn aardglobe van tien jaar vroeger, opgedragen aan de toenmalige prins-bisschop van Luik, Joris van Oostenrijk.

 

Anderhalf jaar later, in het najaar van 1552 verlaat Gerard op veertigjarige leeftijd voorgoed de stad  Leuven, om zich met zijn familie te vestigen in Duisburg, toen een landelijk stadje aan de Rijn dat nog geen drieduizend inwoners telt. Waarom heeft Mercator ons land verlaten?  Het zijn beroerde tijden en misschien is het trauma van zijn gevangenschap nog niet helemaal verwerkt. Vanaf 1545 strijken  trouwens  vele Vlaamse emigranten neer in Duitsland, omdat er meer verdraagzaamheid ten  opzichte  van andersdenkenden heerst dan in de Nederlanden. Nochtans laat niets vermoeden dat Mercator zich onmiddellijk bedreigd voelde en zijn vertrek is geen overhaaste vlucht geweest. Hij is rustig uitgeweken en heeft al zijn documentatie, materieel en gegraveerde platen kunnen meenemen. Men weet dat er in die tijd plannen bestonden om in Duisburg een universiteit  op te richten en er is wel eens gesuggereerd dat Mercator de leerstoel van geometrie en kosmografie werd aangeboden, of ambieerde. Maar voor deze stelling is er geen enkel bewijs en de universiteit is er bovendien pas een eeuw later gekomen.

 

In Duisburg wordt Mercator enkele jaren met onderwijs in de wiskunde belast en zal hij later mathematicus en kosmograaf worden van hertog Willem V van Kleef, Gulik en Berg, een titel waar hij trots op is. Hier heeft hij ook zijn belangrijkste cartografische oeuvre tot stand  kunnen brengen. Om te beginnen verschijnt er in 1554 zijn grote wandkaart van Europa, Europae descriptio, waaraan hij zestien jaar lang gewerkt heeft, niettegenstaande hij ondertussen veel andere opdrachten heeft uitgevoerd. Het grootste deel van deze Europakaart is eigenlijk nog in Leuven ontworpen. Het is de eerste grote afbeelding van Europa en een meesterstuk van kritische cartografie, alhoewel nog gebaseerd op het werk van Ptolemaeus, de grote Griekse geograaf  uit de tweede eeuw.

 

Mercator weet veel verbeteringen aan te brengen. Zo heeft hij de overdreven breedte (west-oost afstand) van de Middellandse Zee dichter bij de werkelijkheid gebracht. Zijn Europakaart is een echt wetenschappelijk, maar ook commercieel succes. Ze beïnvloedt het werk en het wereldbeeld van heel wat cartografen na Mercator. In 1572 zal Mercator een verbeterde editie van deze Europakaart publiceren, waarop vooral Scandinavië en Noord-Europa zijn bijgewerkt.

 

 

MERCATORPROJECTIE

 

Een andere beroemde prestatie van Mercator is zijn grote wereldkaart, getiteld Nova et aucta orbis terrae descriptio ad usum navigantium emandate accommodata, die verschijnt in 1569 en ontworpen is met het oog op de verbetering van de scheepvaart, zoals de titel aangeeft.

 

Het eeuwige probleem van de cartograaf, namelijk de bolvormige aarde, of grote delen ervan, in kaart brengen op een plat vlak, is een moeilijke opgave. Om aan plaats- en richtingbepaling te doen, zijn globes het beste middel, maar ze zijn moeilijk mee te nemen op zee en ze zijn bovendien te klein, zodat het cartografische beeld van de aarde sterk gereduceerd wordt. Mercator ontwerpt, om aan dit euvel te verhelpen, een vlakke wereldkaart in cilinderprojectie, die we nu Mercatorprojectie  noemen. Daarop zijn de parallelcirkels en de meridianen voorgesteld door rechte lijnen, de parallellen evenwijdig aan de evenaar en de meridianen loodrecht  erop. Aangezien in werkelijkheid de meridianen convergeren, d.w.z. samen lopen aan de pool, worden bij de Mercatorprojectie de lengtegraden uitgerekt en des te meer naarmate men van de evenaar verwijderd is. Om de ligging van de plaatsen toch op de juiste geografische lengte en breedte te houden en om tevens de vorm, de configuratie van de vastelanden en eilanden zoveel mogelijk te bewaren, worden de breedtegraden, naar de polen toe, in dezelfde mate vergroot of uitgerekt als dat bij de lengtegraden het geval is.

 

Hoewel de wereldkaart op basis van de Mercatorprojectie storende afwijkingen in de oppervlakte van de meer noordelijk en zuidelijk gelegen streken met zich brengt, heeft zij het voordeel bijzonder nuttig te zijn voor de scheepvaart, omdat de rechte verbindingslijn (loxodroom) tussen twee plaatsen de parallelcirkels en meridianen steeds onder dezelfde hoek snijdt, juist zoals dat op de aardbol  het geval is. Met een kompas kan een schip dan ook gemakkelijk in de juiste vaarrichting gestuurd worden.

 

Op de wereldkaart van 1569 heeft Mercator een afzonderlijk kaartje van de Noordpool gegraveerd. Hij stelt de Noordpool voor als vier eilanden met in het midden een grote magneet die alle kompassen doet afwijken.

 

Toch kent Mercators wereldkaart bij zijn tijdgenoten niet het succes van zijn Europakaart. Het heeft meer dan een halve eeuw geduurd vooraleer men zich ten volle ging bedienen van zulke zeekaarten  en het nut ervan begreep. Dat kwam vooral omdat de uitleg van Mercator in het Latijn was gesteld. Eerst was er toelichting in de volkstaal nodig en moest een betere voorlichting aan de zeelieden gegeven worden. Tot vandaag gebruikt men in de zee- en luchtvaart die projectie voor navigatiekaarten. De Mercatorprojectie wordt echter ook bekritiseerd omdat gebieden op grotere breedte (o.a. de rijkere landen) overdreven groot zijn voorgesteld. In zijn atlassen gebruikte Mercator de Mercatorprojectie niet, omdat  die slechts zin heeft bij navigatiekaarten. Voor overzichtskaarten (Gallia, Germania) paste hij een kegelprojectie toe.

 

 

UNIVERSEEL WETENSCHAPPER

 

Tussen zijn drukke cartografische  bedrijvigheid door werkt Mercator verder aan de realisatie van zijn grote droom: een allesomvattend kosmografisch werk publiceren over het heelal en de aarde, dat uit vijf delen zal bestaan, respectievelijk gewijd aan: het ontstaan van het heelal, de astronomie, de geografische beschrijving van het aardoppervlak, een politiek geschiedkundig deel en tenslotte een herwerkte wereldgeschiedenis of chronologie.

 

Terwijl de chronologie als laatste deel is voorzien, verschijnt ze het eerst, namelijk in 1569, hetzelfde jaar als de wereldkaart, onder de titel Chronologia hoc est, temporum demonstratio exactissima  ab initio mundi. Het betreft een geschiedkundig overzicht vanaf de schepping tot aan zijn eigen tijd, waarin Mercator steunt op astronomische gegevens, de Heilige Schrift en bekende geschiedkundige feiten.

 

In 1578 publiceert Mercator te Keulen een kritische heruitgave van Ptolemaeus' geografie in 27 kaarten, Tabulae geographicae Cl. Ptolemei, die naast een algemene wereldkaart, tien kaarten over Europa, vier over Afrika en twaalf over Azië bevat. In 1584 verschijnt hiervan een tweede uitgave onder een enigszins gewijzigde titel. Het jaar daarop ziet een eerste reeks van 51 nieuwe kaarten over West- en Midden­Europa het daglicht, Galliae tabulae geographicae (1585). In 1589 publiceert hij een tweede bundel van 23 kaarten,  gewijd aan Zuid- en Zuidoost-Europa, Italiae, Sclavoniae et Graeciae tabulae Geographicae. Bij die kaarten duikt voor het eerst de naam Atlas op, die hij later zal gebruiken voor de volgende kaartenbundel. Ondanks zijn gevorderde leeftijd werkt Mercator verder aan een derde reeks kaarten van Noord-Europese landen, maar op 5 mei 1590 wordt hij op 78-jarige leeftijd door een beroerte getroffen. Zijn zoon Rumold voltooit de nog niet afgewerkte kaarten die in 1595 uitgegeven zijn onder de titel Atlas sive cosmographicae meditationes de fabrica mundi et fabricati figura, en Atlantis pars altera, geographia nova totius mundi. Samen met de kaartenbundels van 1585 en 1589 telt de complete verzameling 107 kaarten.

 

Intussen is in 1592 te Duisburg een vergelijkende Latijnse studie van de vier evangeliën verschenen, Evangelicae historiae, eveneens geschreven door Mercator. Ook uit andere geschriften van zijn laatste levensjaren blijkt dat hij zich in die periode speciaal toelegt op exegese en theologie.

 

Drie jaar na zijn eerste beroerte volgde een tweede, en dat  is het begin van het einde. Op 2 december 1594 overlijdt Gerard Mercator, in zijn 83ste levensjaar. De befaamde Mercatoratlas, de heruitgave van de 107 kaarten in één volume, verschijnt voor de eerste maal te Düsseldorf in 1602 door toedoen van een kleinzoon en voor rekening van de erfgenamen. In 1604 verkopen de erfgenamen van Mercator zijn bibliotheek en de gegraveerde koperplaten van zijn kaarten. Op dat ogenblik treedt Judocus Hondius op de voorgrond.

 

Door zijn oeuvre is Mercator te beschouwen als filosoof, humanist, theoloog en kalligraaf, die diep doorgedrongen was in het geestesleven van zijn tijd. Hij zag zichzelf op de eerste plaats ook niet als cartograaf. Hij was een universeel wetenschapper in de traditie van de renaissance en beschouwde de wetenschap als een middel om de goddelijke harmonie in het universum te doorgronden. Het is echter de cartografie die hem onsterfelijk en wereldberoemd heeft gemaakt. Het wereldbeeld door hem in kaart gebracht werd pas twee eeuwen later bij een nieuwe fase van grote ontdekkingen verbeterd. Met zijn cilinderprojectie heeft hij de zeevaart buitengewone diensten bewezen. Terecht werd hij beschouwd als de 'Ptolemaeus van zijn tijd'.

 

 

DE ANTWERPSE CONNECTIE

 

Om het succes van het cartografisch werk van Mercator  te begrijpen, moeten we ook de aandacht vestigen op enkele van zijn tijdgenoten, die een belangrijke rol hebben gespeeld. Antwerpen is in de zestiende eeuw het belangrijkste centrum van Europa voor de productie en de verkoop  van kaarten en globes. De toenemende handel brengt welvaart voort en rijke kooplieden zijn ideale klanten voor  dergelijke producten. De cartografie is een nuttig instrument voor de expansie overzee. Naar het voorbeeld van bepaalde Italiaanse graveurs en uitgevers publiceren de Antwerpse geografen-cartografen Abraham Ortelius, Gerard de Jode en enkele minder bekenden tal van verzamelingen kaarten, gebundeld in boekvorm. Abraham Ortelius  (1527-1598) ontmoet Mercator, die toen al in Duisburg  leeft, in 1554 op de boekenbeurs  in Frankfurt. Ortelius heeft als jonge man reeds heel wat kaarten ingekleurd als - wat men toen noemde - 'afsetter' van kaarten. Ortelius verlucht niet alleen kaarten, hij handelt ook in boeken en kaarten. Mercator en Ortelius ontwikkelen een vriendschappelijke band, gesteund op wederzijds respect.

 

Het belang van Ortelius mag niet onderschat worden. Hij is het die in 1570 een kaartenbundel  publiceert  onder de titel Theatrum  orbis terrarum (Schouwtoneel der Wereld), een werk waarvoor Mercator hem feliciteert in een brief (november  1570). Tot 1595, het jaar waarin de Atlas van Mercator verschijnt, bundelt het Theatrum van Ortelius de bestaande geografische kennis. Het  kaartenboek  van Ortelius is op de eerste plaats ingegeven door praktisch nut. Het is een compilatie in boekvorm van (kopieën van) kaarten van de beste cartografen, in één volume met uniforme afmetingen samengebracht, wat veel handiger is dan het telkens weer moeten openrollen van afzonderlijke kaarten in diverse formaten. De eerste editie bevat 70 kaarten en een lijst van 87 cartografen uit wiens werk Ortelius heeft geput. De Mechelse graveur Frans Hogenberg - bekend van het portret van Mercator - heeft alle kaarten gegraveerd.

 

Van alle cartografen die reeds kaartenboeken op de markt hadden gebracht kwam Ortelius het dichtst in de buurt van het begrip 'atlas' zoals wij het kennen. Uit de veertiende en vijftiende eeuw  zijn de zgn. portolaanatlassen bewaard. Rond 1560 werden samengestelde atlassen reeds in Italië op de markt  gebracht, op bestelling vervaardigd door Venetiaanse en Romeinse uitgevers. Ze zijn bewaard  en gekend onder de benaming IATO-atlassen (Italian Atlas to Order). De kaarten erin waren niet eenvormig qua voorstelling of formaat. Ortelius moet als boekhandelaar ongetwijfeld  dergelijke exemplaren hebben gezien en als handelaar voelde hij feilloos aan wat de noden op de markt  waren. Ook regionale kaartenboeken bestonden reeds bijv. Descrittione di tutti i Paesi Bassi van Ludovico Guicciardini uit 1567.

 

In 1570 is een atlas dus zeker geen nieuwigheid. Machtige en geletterde lieden hadden hun persoonlijk en individueel samengesteld exemplaar besteld en laten inbinden en er gretig gebruik van gemaakt. Losse kaarten ingebonden als boek zijn vooral praktisch. Het begrip 'atlas' omvat meer. De techniek om de informatie te ordenen kan de weerspiegeling zijn van bepaalde geografische opvattingen, standpunten en machtsverhoudingen. Door iedere kaart een vaste plaats toe te kennen in het boek en door een hele oplage van honderden identieke exemplaren op de markt te brengen is de atlas een geschikte synopsis van de wereld. Ondanks de hoge prijs is het Theatrum een groot succes en verschenen er in totaal 40 edities.

 

Dankzij cartografen als Ortelius en Mercator wordt het woord 'atlas' synoniem van een concept, een samenhangend cartografisch geheel. Voortaan hoort in elke bibliotheek die naam waardig ook een atlas.

 

De bekende drukker Christoffel Plantijn is eveneens een tijdgenoot en zakenpartner van Mercator. Hij is actief van 1555 tot 1589 en gedurende deze jaren de belangrijkste individuele afnemer van producten van Mercator. Uiteraard deed Mercator een beroep op de meest bekende drukkerij van de Nederlanden. Dankzij o.a. het netwerk  van Plantijn verspreiden de globes, kaarten en atlassen van Mercator zich over heel Europa. Van 1566 tot 1576 bezit hij het monopolie van de verkoop van de wereldkaart en de Europakaart in de Nederlanden. Via de boekhouding  die bewaard is gebleven in het Museum Plantin-Moretus weten we dat Plantijn van Mercator o.a. 18 paar globes aankocht en bijna 900 kaarten (vooral Europa- en wereldkaarten). Hij speelt dus een belangrijke rol in de bekendmaking van het oeuvre van Mercator.

 


 

De erfenis van Mercator

 

 

Vergeten, verguisd en geherwaardeerd

 

Gerard  Mercator Rupelmundanus is momenteel een evident baken in de wetenschapsgeschiedenis. De cartograaf had het allicht niet durven dromen. De cartografiedynastie Mercator hield immers niet lang stand na het overlijden van de stichter. Toch bleven zijn naam en realisaties behouden.

 

Zou de beeldvorming rond de figuur van Gerard Mercator nog kunnen teren op de campagne uit 2005 toen hij genomineerd was voor De Grootste Belg? In dat programma eindigde Gerard de Cremer in de Vlaamse lijst op de achtste plaats, in de Waalse lijst op de zevenenveertigste plaats op honderd verkozen boegbeelden.

 

Mercator heeft een erfenis nagelaten die, zonder veel aandacht te genereren, we nog dagdagelijks gebruiken. Sinds het begin van de zeventiende eeuw is zijn figuur, zijn techniek en zijn oeuvre vergeten, verguisd en nadien herontdekt om vervolgens geregeld in de schijnwerpers van een steeds ruimere herdenking geplaatst te worden.

 

 

IN DE ENCYCLOPEDIEËN

 

Het echte commercieel  succes van de atlas van Gerard Mercator is gerealiseerd door Judocus Hondius (Wakken, 1563-1612), een voor de Inquisitie uitgeweken Vlaamse cartograaf die via Londen in Amsterdam terecht kwam. De cartografische erfenis van Gerard Mercator werd in 1604 door zijn kleinzoon aan Judocus Hondius verkocht. Deze (her)gebruikte het materiaal om in 1606 een nieuwe Atlas uit te geven met 36 bijkomende kaarten. Ondanks zijn aanvullingen verleende Hondius alle eer aan Mercator met een bijzonder epitaaf. Een heruitgave in iets kleiner formaat, Atlas Minor, is in 1607 uitgegeven. De erfgenamen van Judocus Hondius behielden de eer van beiden, zoals op de uitgave van 1632 bij de titelpagina van de Mercator/Hondiusatlas duidelijk wordt in het portret van de twee cartografen. Judocus Hondius junior en Johannes Jansonius gaven tot in 1638 Mercator-Hondiuskaarten uit. De koperplaten waren in 1629 verkocht aan Joan Blaeu, die de atlas verder aanvult met nieuwe kaarten, evenwel zonder nog te verwijzen naar de originele ontwerper.

 

Ondertussen is de ster van Mercator wel wat getaand. De Engelse wiskundige Edward Wright (1561-1615) had in zijn in 1599 gepubliceerde  studie Certaine Errors in Navigation de onnauwkeurigheden van de originele Mercatorprojectie van 1569 aangetoond. Zijn uitleg over het wiskundig functioneren van de Mercatorprojectie maakte het gebruik en het produceren van Mercatorkaarten mogelijk, aangezien Mercator geen handleiding had gepubliceerd. Het boek was ook gericht tegen Hondius, die zijn bevindingen zonder bronvermelding had gebruikt om in 1597 nieuwe kaarten te maken. In 1599 publiceerde Wright ook de eerste in Engeland vervaardigde wereldkaart in het tweede boekdeel The Principal Navigations, Voiages, Traffiques and Discoueries of the English Nation van Richard Hakluyt. Deze Chart of the World on Mercator's Projection, ook  bekend als de Wright-Molyneux kaart, is vooral beroemd voor het niet invullen van zones waar hij geen informatie over had. Aangezien Wright  de wiskundige basisopties voor het maken en gebruiken van de Mercatorprojectie had doorgrond en uiteindelijk ook gepubliceerd, vonden sommige  Britten midden zeventiende eeuw dat de Mercatorkaart beter zou herdoopt worden tot Wrightkaart.

 

In de achttiende eeuw bleek het nog steeds een populaire sport bij sommige wetenschappers en kaartenmakers om de Mercatorprojectie af te schieten, zoals bij de nieuwe kaartprojectie van John Senex, Henry Wilson en John Harris die in 1728 werd gepubliceerd door James en John Knapton. Deze kaart zou gemaakt zijn door Henry Wilson omstreeks 1720, waarbij zijn uitgevers ook de kaart van Wright (Mercator dus) als "puzzling, difficult, and false" omschreven.

 

Zelfs een oud leerling van kaarten- en globemaker John Senex, Ephraim Chambers had er zijn twijfels over. In 1728 publiceerde Ephraim  Chambers (1680-1740) zijn tweedelige Cyclopaedia, or an Universal Dictionary of Arts and Sciences, het eerste verklarend woordenboek dat  als encyclopedie gelabeld werd, en onder andere gepubliceerd ten bate van enkele heren zoals de uitgevers James & John Knapton en zijn oude leermeester globes- en kaartenmaker John Senex. Na de basisbeschrijving van de Mercatorkaart evalueert Chambers dat Mercator niet origineel was en dat  bovendien "our Countryman" Wright de projectie heeft beschreven. In het lemma Globular Chart in zijn Cyclopaedia suggereert Chambers bovendien dat deze nieuwe kaartprojectie - waar zijn leermeester aan meegewerkt heeft - te verkiezen is boven die van Mercator.

 

Het universeel woordenboek van Chambers kreeg ook buiten Engeland de nodige aandacht. In plaats van de oorspronkelijk voorziene zuivere  vertaling van Chambers' Cyclopaedia in het Frans werd het publicatieproject Encyclopédie ou Dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers (1751-1772) van Derris Diderot en Jean Le Rond d'Alembert een nog grootser project. In de 28 volumes komt Mercator in de delen 2 en 11 aan bod. Bij het lemma Carte Marine, in deel 2, bespreekt Jean d'Alembert de gereduceerde kaart, beter bekend als cartes de Mercator. Zijn  bespreking is voor dit luik evenwel een bijna letterlijke vertaling van de lemma's waarin de Mercatorkaart aan bod komt bij Ephraim Chambers in zijn boek uit 1728.

 

Jean d'Alembert vervolgde ook met de globekaart van Senex, Wilson en Harris, "qui a été proposée  dans ces demiers tems", zoals Chambers in 1728 een kwarteeuw vroeger nog wel kon stellen.

 

Bij het lemma Navigation, in deel 11 van de Encyclopédie, is de Mercatorprojectie als "navigation de Mercator", beschreven,  allicht door d'Alembert en  Edme-François Mallet. De Mercatormethode wordt er vergeleken met de "navigation plane" en met de loxodromische tafels. Zij konden ook melden dat deze Mercatorkaart in gebruik werd genomen voor scheepsnavigatie vanaf omstreeks 1630.

 

De verdediging van de Mercatorprojectie werd in 1763 toch gevoerd door William Mountaine (ca . 1700-1779 in het tijdschrift van de Royal Society. Mountaine was leraar navigatie aan de loodsopleiding van Trinity House Corporatien te Southwark en Fellow van de Royal Society en auteur, gespecialiseerd in het verbeteren en aanvullen van nautische publicaties. Het verslag van Mountaine hield een analyse in van het werk van Edward Wright en de verfijningen die andere wetenschappers zoals Edmond Halley nadien toevoegden.

 

 

NATIONALE SYMBOLEN IN DE 19DE EEUW

 

Bij de stichting van de Oudheidkundige Kring van het Land van Waas in 1861 gaf voorzitter Adolphe Siret een niet exhaustief lijstje van elf te verheerlijken personen uit het werkgebied. Daarbij werd Gerard Mercator even aangehaald. Onder de stichtende leden verkoos men arts Jean-Hubert Van Raemdonck tot conservator. In die zin was hij verantwoordelijk voor de samenstelling van een erfgoedpatrimonium. Een boek over de in Verrebroek geboren hoogleraar anatomie Philip Verheyen  bleek een voltreffer en er kwam een standbeeld op 24 augustus 1862. Het succes vroeg naar meer en kreeg een geweldige impuls toen kroonprins Leopold en kroonprinses Maria Hendrika op 17 september 1865 Sint-Niklaas bezochten. Ze ontmoetten het bestuur van de Oudheidkundige Kring. De prins feliciteerde hen met de herdenking van Verheyen en riep op om ook andere beroemde mannen uit de geschiedenis van de streek te verheffen tot meerdere eer en glorie van de regio en van de natie.

 

In september 1866 stelde Van Raemdonck de herdenking van Gerard Mercator voor aan het bestuur van de Oudheidkundige Kring. Hij zou opnieuw een boek maken in de reeks Buitengewone Uitgaven van de vereniging. Van Raemdonck verzamelde informatie over leven en werk van Mercator en publiceerde in 1869 de biografie Gérard Mercator, sa vie et ses oeuvres. Om het Belgisch karakter van Mercator te vrijwaren, publiceerde hij in 1870 en 1880 een repliek op de stelling van Arthur Breusing, directeur van de Seefahrtschule in Bremen, die Mercator in zijn biografie in 1869 én 1878 als Duitse geograaf had bestempeld.

 

De Mercatorbiografieën van Van Raemdonck en Breusing uit 1869 plaatsten Mercator in de belangstelling van geïnteresseerden in wetenschapsgeschiedenis. Dit resulteerde in het opnemen van een biografisch lemma in de nationale biografische woordenboeken van het einde van de negentiende eeuw. Breusing mocht zelf het biografisch lemma van Mercator verzorgen in de Algemeine deutsche Biographie van 1885.

 

Ook in ons land wordt Mercator in 1897 verder erkend als een grote Belg met de opname van een lemma in deel 14 van de Biographie nationale, geschreven door luitenant-generaal Henri-Emmanuel Wauwermans, voorzitter van de Société Royale de Géographie van Antwerpen.

 

Charles Raymond Beazley (1868-1955), professor geschiedenis aan de Universiteit van Birmingham (1909-1933) tekende voor het lemma Mercator in de befaamde Encyclopaedia  Britannica van 1911. Het tekstvolume is minder uitgebreid dan Breusing in de Algemeine deutsche  Biographie, maar wel met gebruik van de diverse Mercatorartikels die Van Raemdonck in de Annalen van de  Oudheidkundige Kring  publiceerde.  Over leven en werk van Mercator concludeerde Beazley: "Besides his famous projection, he did excellent service to free the geography of the 16th century from the tyranny of Ptolemy; his map and instrument work is noteworthy for its delicate precision and admirable execution in detail."

 

 

ECHO'S UIT HET LAND VAN WAAS

 

Ook in het Land van Waas houdt  men in de loop van de negentiende, twintigste en de éénentwintigste eeuw de herinnering aan Mercator levendig in verschillende historische of cultuur-toeristische publicaties.

 

Districtscommissaris André J. L. Van den Bogaerde (1787-1855), gepassioneerd door kunst, publiceerde in 1825 zijn driedelige monografie over het district Sint-Niklaas. In het eerste deel belichtte hij de "uitmuntende geleerde mannen", "aan ons distrikt als aan hunne geboorteplaats verbonden", waarbij hij als eerste aandacht vroeg voor "Gerardus Koopman, bijgenaamd Mercator,  de Prolorneus  zijner eeuw". De aandacht voor Mercator haalde hij uit de Histoire générale de la Belgique van Louis Dieudonné Joseph  Dewez (1760-1834), die tussen 1805 en 1807 een zevendelige geschiedenis  van België publiceerde (heruitgave in 1826-1828) en een kort overzicht van belangrijke  wetenschappers samenstelde. Hierbij  is Mercator- kort en bondig - vermeld als: "géographe, né à Rupelmonde, en Flandre, en 1512, a donné un grand nombre d'ouvrages, de tables et de cartes  géographiques, dans lequels on remarque autant sa science que son adresse, car il gravait et enluminait lui-même ses cartes. Il mourut  en 1594."

 

Ook een volgende arrondissementscommissaris, Adolphe Siret (1818-1888), verdiept zich in de geschiedenis van het Land van Waas. In de Vlaamse versie van zijn historisch overzicht uit 1870  beschouwt hij het verleden van Rupelmonde dat wel een "aanzienlijk kasteel"  had, maar voor de rest niet veel voorstelt, buiten als geboorteplaats van een van de grote wetenschappers uit de zestiende eeuw: "de plaats heeft door haar zelven geen belang opgeleverd, en indien thans eenige zaak haar tegen vergetelheid moet behoeden, zal het de omstandigheid zijn dat zij de bakermat is geweest van eenen der grootste geleerden uit de XVIe eeuw, van Geeraard Mercator." In het daaropvolgend overzicht  van belangrijke  data voor de geschiedenis  van Rupelmonde krijgt het geboortejaar van Gerard  Mercator - 1512  - een vermelding,  evenals  de inhuldiging van het standbeeld opgericht  aan Gerard Mercator, "in 1869-1870", aangezien er bij publicatie nog geen juiste datum bekend was.

 

Toen Frans De Potter en Jan Broeckaert in 1879 Rupelmonde belichtten in hun historisch overzicht van de gemeenten in de provincie Oost-Vlaanderen, was Mercator geen onbekende meer. In de inleiding blijft de informatie beperkt tot "... de marktplaats, met haar standbeeld van MERCATOR, den wereldberoemden Rupelmondenaar."  Niets meer, niets minder. Maar dat maken de auteurs in het laatste hoofdstuk meer dan goed. De Potter en Broeckaert vinden vier verdienstelijke mannen die in Rupelmonde geboren werden. Drie (ene Walterus, Hendrik Verstraeten en Augustijn-Leonard Goetgebuer) zijn elk niet meer waard dan een kleine alinea, terwijl Geeraard De Cremer goed is voor meer dan zeven pagina's, een samenvatting van de Mercatormonografie van Van Raemdonck uit 1869.

 

Ook in de twintigste en éénentwintigste eeuw ontbreekt Mercator niet in de overzichtswerken van de geschiedenis van het Land  van Waas.

 

 

VERZAMELAARS EN VERENIGINGEN

 

Verschillende bibliotheken en musea in Europa bewaren atlassen en globes van Mercator. Eind negentiende, begin twintigste eeuw waren het vooral enkele verzamelaars, zoals Dr. J. Van  Raemdonck (1817-1899) te Sint­Niklaas of Heinrich Averdunk (1840-1927) te Duisburg, die Mercator een warm hart toedroegen en zich om zijn publieke  herinnering bekommerden. Van Raemdonck zette zich in om een  biografie en een monument te realiseren, Averdunk om Duisburg zowel de erfenis van Mercator te laten ontdekken als zijn nageslacht in kaart te brengen. Averdunk toonde in het Niederrheinischen Heimatmuseum Mercator als een groot Duisburger en was in maart 1912 de gangmaker van de herdenking van het vierhonderdste geboortejaar.

 

Sinds het internationaal geografisch congres te Antwerpen in augustus 1871 Gerard Mercator roemrijk herdacht, wordt Mercator geregeld academisch in de schijnwerpers gezet. Zowel zijn werk, de intellectuele uitdagingen van zijn tijd en het veranderend wereldbeeld van de zestiende eeuw staan daarbij steeds centraal. Pioniers, zoals een Van Raemdonck, bleven de Belgische faam van Mercator verdedigen, zoals op het geografisch congres van augustus 1875 te Parijs.

 

Op 12 december 1950 werd het Mercator-Gesellschaft te Duisburg opgericht, de feitelijke vriendenkring van het historisch stadsmuseum. Ook in het Waasland zagen Mercatorverenigingen het licht, evenwel meer met een toeristisch-recreatieve doelstelling, zoals de nog steeds actieve vzw Mercataria in 1955 en de Mercatorghesellen Rupelmonde in 2008.

 

Ondertussen is het strikt academisch niveau nog steeds aanwezig, maar richt men zich op verzamelaars. Zo verzamelde IMCoS,  de International Map Collectors  Society, in oktober 1994,  tijdens het vorige grootschalige herdenkingsjaar te Antwerpen voor een congres rond Mercator en een bezoek aan onder andere het Museum Plantin-Moretus, het Mercatormuseum en natuurlijk het standbeeld van Mercator te Rupelmonde voor de obligate groepsfoto.

 

 

DE MUSEALE HERINNERING

 

Op 27 augustus 1874 nam Van Raemdonck ontslag  als conservator van de Oudheidkundige Kring  van het Land van Waas, maar had ondertussen wel de basis van de Mercatorcollectie gelegd door de aankoop van stukken op veilingen, zoals de hemel- en aardglobe te Madrid. DeMercatorcollectie was achtereenvolgens te bewonderen  in het stadhuis (1861-1874), ten huize van de bankier Talboom-Delebecque (1874-1878), het nieuwe stadhuis (1878-1895), de Cipierage (1895-1911) en het huis Janssens (1911-1962).

 

Op 16 september 1962 opende burgemeester Jozef van Royen de nieuwe Mercatorzaal van de Musea van de Stad St.-Niklaas en van de Oudheidkundige  Kring van het Land van Waas. Dat was een waardige herdenking  van het eeuwfeest van de Oudheidkundige Kring die ruim weerklank kreeg als educatieve en toeristische attractie. Tegelijkertijd was het nieuwe museum een opwaardering van de samenwerking tussen het stadsbestuur, dat tekende voor de realisatie van het gebouw, en de oudheidkundige kring, eigenaar van de Mercatorcollectie. De Mercatorrelatie tussen Sint-Niklaas en Duisburg werd eveneens gestimuleerd door persoonlijke contacten tussen conservator Albert Buvé en Rolf Kirmse, Studienrat te Duisburg. In 1994, in het kader van de vorige herdenking van Mercator, kreeg het museum een volwaardige schatkamer waar de atlassen en globes in een musealer  belichtingsklimaat werden geplaatst.

 

 

RUPELMONDE

 

De graventoren te Rupelmonde is een jachtpaviljoen, een historiserende folly, dat baron De Feltz in 1817 liet bouwen op de ruïnes en de steenklamp van het in 1678 vernielde grafelijk kasteel dat ooit dit Waas stadje domineerde. In 1955 werd er op initiatief van romanschrijver Lode Baekelmans  en dichter Bert Peleman een Schelde- en Mercatormuseum in onder gebracht. Diorama's tonen leven en werk van Mercator, met bijzondere aandacht voor zijn verblijf in de gevangenis.

 

Dit recent bezoekerscentrum diende het Mercatorstandbeeld op het kerkplein te Rupelmonde toeristisch bij te staan. Het standbeeld was een initiatief van de Oudheidkundige Kring van het Land  van Waas. Het is het werk van de Sint-Niklase kunstenaar Frans Van Havermaet. De inhuldiging was voorzien voor 1869. Om er een internationale uitstraling aan te geven, had Van Raemdonck deze manifestatie voorgesteld  als  uitstap  aan het wereldcongres voor geografie dat in 1869 in Antwerpen gepland  was. Het  uitbreken van de Frans-Duitse oorlog  (1870 - 1871) verhinderde dat  plan. Het congres werd verschoven naar augustus 1871, maar Van Raemdonck wou niet langer wachten. Op zondag 14 mei 1871 werd het Mercatorstandbeeld te Rupelmonde feestelijk ingehuldigd  in aanwezigheid  van de ministers  van Binnenlandse Zaken, J. Kervyn de Lettenhove, en van Openbare Werken, A. Wasseige, andere prominenten en een twintigtal muziekverenigingen die de Mercatorcantate uitvoerden. De teksten van de cantate en van een huldezang werden gedicht door de secretaris van de Kring, Loclewijk Billiet.

 

De herdenking van het vierhonderdste geboortejaar ging op 19 mei 1912 te Rupelmonde door met het plaatsen van een herdenkingsbord aan de gevel van het huis waar in de zestiende eeuw Mercator als kind zou gewoond  hebben.

 

 

BRUSSEL EN  LEUVEN

 

Ondertussen was te Brussel, op aangeven van burgemeester Charles Buis, een opwaardering van verschillende Brussels buurten begonnen. Op de Kleine Zavel ontwierpen architect Hendrik Beyaert (1823-1894) en zijn leerling Paul Hankar (1859-1901) een neogotisch park, een uitloper van de herdenking van vijftig  jaar onafhankelijkheid. Zowel de Brusselse gilden als het centraal standbeeld van de graven van Egmont en Hoorne zijn een hulde aan het nationaal bewustzijn dat zich in de zestiende eeuw manifesteerde. De nationale grootsheid is ondersteund met een reeks beelden van wat men midden negentiende eeuw als de belangrijke figuren uit de zestiende-eeuwse Nederlanden vond. De cartografen Gerardus Mercator en Abraham Ortelius zijn bij de uitverkorenen. Het standbeeld van Mercator is gemaakt door beeldhouwer Louis Van Biesbroeck (Gent, 1839 - Ukkel, 1919), die toen nog te Gent woonde en werkte. Het ontwerp van het beeld is van Xavier Mellery, 'artiste-peintre' te Laken. Het park  werd plechtig geopend op 20 juli 1890. Op 18 augustus 2001 onthulde het Leuvense Handelaarsverbond een standbeeld van Mercator op het Mercatorpad. Hiermee wilden zij hun 55ste verjaardag als vereniging vieren en een beroemde inwoner van Leuven huldigen. Het standbeeld is gemaakt door de Leuvense kunstenaar Raoul  Biront.

 

 

OP EEN SOKKEL IN DUITSLAND

 

Van 1552 tot aan zijn overlijden in 1594 woonde en werkte Mercator te Duisburg. Hij overleed er en ligt er begraven in de Salvatorkirche. In de kerk lieten de kinderen van Mercator een gedenksteen oprichten waarop onder andere duidelijk  zijn geboorteplaats - Natvs Rvpelmvndae Flandrorvm - vermeld is.

 

Naast deze obiit zou de heropgewaardeerde cartograaf in de negentiende eeuw ook een waardig  monument op de Burgplatz van Duisburg krijgen. Het stadsbestuur wou ter ere van Gerhard Mercator een standbeeld oprichten. De directeur van de Zeevaartschool te Bremen, Arthur Breusing, hield op 30 maart 1869 een lezing over de cartograaf die later dat jaar ook gepubliceerd werd. De opbrengst was voor de realisatie  van het standbeeld bedoeld.

 

Het standbeeld van Mercator zou op 3 augustus 1869 ingehuldigd worden, ter gelegenheid van de herdenking van de driehonderdste verjaardag van de uitgifte van zijn zeekaart. De eerste steen werd die dag gelegd, maar de verdere afwerking kwam ook hier door de Frans-Duitse oorlog tot stilstand. In 1875 nam stadsarchitect Hermann Schülke het dossier terug op.  Op 2 september  1878 werd het monument als Mercatorbrunnen ingewijd. De link naar de zeekaart is te vinden in een bassin onderaan het monument van meer dan negen meter hoog. Naast Mercator stellen  vier allegorische  figuren de Scheepvaart, de Handel, de Industrie en de Wetenschap (Aardrijkskunde) voor. Het ontwerp van stadsarchitect Schülke is door de Düsseldorfse beeldhouwer Joseph Reid gerealiseerd. De Mercatorbiografie van Breusing werd dat jaarheruitgegeven, met behoud van de nationaliteitsclaim van Mercator. Op 30 september 1960 bracht het stadsbestuur een gedenkplaat aan op de plaats in de Oberstrasse waar het huis stond waar Mercator tussen 1558 en 1594 woonde,  toen de stedelijke nijverheidsschool. Bij de verdere verfraaiing van het openbaar domein rond de stad in het begin van de eenentwintigste eeuw is de aardglobe gebruikt  als visueel onderdeel van de uitstraling van Duisburg als Mercatorstad.

 

Ook Gangelt, de woonplaats van Mercator's ouders, en waar hij de eerste jaren van zijn jeugd doorbracht, heeft een Mercatorgedenkteken opgericht. De globe staat daarbij centraal.

 

 

IN ENGELAND

 

De maritieme link is in het British Empire steeds evident geweest. De koloniale driehoekshandel tussen Engeland, Afrika en Amerika en de negentiende-eeuwse scramble om de rest van de wereld te koloniseren kon niet zonder schepen en zonder cartografische hulpmiddelen. Belangrijke ontdekkingsreizigers zoals James Cook waren tegelijkertijd ook cartografen. Hun erfenis wordt beheerd door roemruchte instellingen als het National Maritime Museum te Greenwich.

 

Sefton Park te Liverpool is een openbaar park dat aangelegd is naar een ontwerp uit 1867 van de Franse tuinontwerper Edouard André en de lokale architect Lewis Hornblower. Het park is in 1896 verrijkt met een octagonale serre. Op de hoeken van de fundering van dit Palm House  zijn acht standbeelden geplaatst. Zij zijn gemaakt door de Franse kunstenaar Léon-Joseph Chavalliaud en beelden belangrijke figuren uit de wereld van de plantkunde en de ontdekkingsreizen uit. Bij de ontdekking van de wereld zijn de beelden van de Engelse kapitein James Cook, Christoffel Columbus, de Portugese prins Hendrik de Zeevaarder en de Vlaming Gerard Mercator.

 

 

ANDERE MERCATORBEELDEN

 

Het meest bekende Mercatorbeeld is zonder twijfel  het museumschip dat sinds 1964 te Oostende voor anker ligt. Het in 1932 in gebruik genomen opleidingsschip Mercator kreeg op 24 september 1933 te Rupelmonde tijdens een plechtigheid een medaillon met de kop van Mercator aangeboden door de Oudheidkundige Kring van het Land van Waas. In 1960 is het uit de vaart genomen en in 1964 begon het in Oostende een nieuw leven als museumschip.

 

Als een van de illustere wetenschappers uit de zestiende eeuw is Mercator ook in de twintigste en eenentwintigste eeuw herdacht op financiële waarden zoals postzegels en bankbiljetten. Met het bankbiljet van 1.000 frank dat de Nationale Bank in 1962 in omloop bracht, kreeg Gerard Mercator (inter)nationale monetaire erkenning.

 

Op 5 maart 1994, in het kader van de herdenkingsfeesten rond het vierhonderdste overlijdensjaar van Mercator, werd reus Gerardus Mercator Rupelmundanus gedoopt. Hij is gemaakt door Jo Bocklandt en is eigendom van vzw Het Schelleke. Tijdens het eerste weekend van augustus danst hij nog steeds doorheen de steegjes van de vroegere visserswijk te Rupelmonde.

 

In 2012 brengt B Post de cartografiezegel in omloop die zowel  Mercator (1512-1594) als Hondius (1563-1612) herdenkt. Ook de Deutsche Post pakt uit met een MercatorpostzegeL Mercator zal in 2012 zeker de wereld rond gaan ...

 

 

MERCATOR DIGITAAL

 

Mercator bouwde wetenschappelijke meetinstrumenten, produceerde aard- en hemelglobes en etaleerde zo zijn sublieme graveerkunst. Hij gebruikte als eerste het cursief schrift op kaarten, zodat hij er veel meer informatie op kwijt kon. Hij introduceerde het begrip 'atlas' als een samenhangende verzameling kaarten. Mensen herinneren hem vandaag wereldwijd als de uitvinder van de Mercatorprojectie. Elk zeeschip heeft nog altijd kaarten aan boord gebaseerd op deze projectie. Zelfs de kaartindeling op de GPS is afgeleid van de Mercatorprojectie. Reden genoeg dus om het leven en werk van Mercator, 500 jaar na zijn geboorte, met een originele tentoonstelling in het SteM te Sint-Niklaas in de publieke aandacht te brengen.

 

De zeldzame aardglobe (1541) en de hemelglobe (1551) zijn de blikvangers van de tentoonstelling. Een reeks atlassen, van de allereerste Ptolemaeus-editie uit 1584 tot de postume versie van 1638, schitteren in de vitrines. Een handgeschreven brief uit 1576 brengt een DNA-spoor van Mercator in de expo. De veilingcatalogus van de bibliotheek die Mercator ooit bezat, doorstond de tand des tijds. De Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas toont in een afzonderlijke zaal een veertigtal titels uit de zestiende eeuw: werken over geschiedenis, theologie, wiskunde, geneeskunde. Een duidelijker illustratie van Mercators brede intellectuele belangstelling.

 

Zeven kiosken brengen een digitale presentatie van verschillende aspecten van Mercators leven en werk. Computeranimaties, videoreportages en interactieve aanraakschermen plaatsen de kaarten, atlassen en globes in een spannende hedendaagse context. Bezoekers maken een reis rond de wereld uit de zestiende eeuw: een projectie zoomt in op diverse details van de roterende aardglobe van 1541. Voor extra spektakel zorgen de 51 intrigerende sterrenbeelden van de hemelglobe die langzaam oplichten.

 

Een spannende documentaire aan boord van het onderzoeksschip de Belgica onthult alle geheimen van de wereldvermaarde Mercatorprojectie die de basis legde voor de moderne navigatie op zee. Acteur Vic De Wachter kruipt in de huid van Mercator en neemt de bezoeker mee naar de plaatsen waar de cartograaf gewoond en gewerkt heeft.

 

Geen tentoonstelling over Mercator zonder het te hebben over zijn tijdgenoten die als opdrachtgever, wetenschapper, cartograaf of handelaar bezig waren met cartografie. Vijftien figuren brengen deze cartografische connectie weer tot leven. Grote aanraakschermen geven digitale toegang tot de accurate Kaart van Vlaanderen (1540). Men kan inzoomen op historische kaarten én recente topografische kaarten en luchtfoto's. De tentoonstelling sluit af met drie Mercatoratlassen uit 1584, 1595 en 1607 die digitaal raadpleegbaar zijn.

 


Praktisch

TENTOONSTELLING MERCATOR DIGITAAL

04/03/2012 – 26/08/2012

SteM – Tentoonstellingszaal Sint-Niklaas

De Stedelijke Musea Sint-Niklaas organiseren Mercator Digitaal in nauwe samenwerking met de Universiteit Gent Vakgroep Geografie, de Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land Van Waas en de Erfgoedcel Waasland.

Tentoonstellingspartners zijn onder meer de Koninklijke Bibliotheek van België, het Nationaal Geografisch Instituut en Aerodata Surveys.

AV- en multimediaspecialist Maverick ICS, thuis in museale toepassingen, en technologiebedrijf Barco, wereldwijd specialist in visualisatieproducten, staan als hoofdsponsors van de tentoonstelling garant voor haarscherpe projecties van het erfgoed.

Info: www.mercator21012.be

 

DE MERCATOR-HONDIUS-ATLAS UIT 1607

De Mercator-Hondius-atlas behoort tot de collectie van het Mercatormuseum. In april 2012 verschijnt een schitterende facsimile in samenwerking met Davidsfonds Uitgeverij.  De originele wereldatlas bevat 149 kaarten, nog overwegend van de hand van Gerard Mercator. Lezers zullen verwonderd zijn over zoveel ‘gestolde’ kennis van toen. De kaarten op zich zijn pareltjes van graveerkunst, met een waaier aan details en prachtig ingekleurd.

 

MERCATOR REVISITED:

CARTOGRAPHY IN THE AGE OF DISCOVERY

Internationaal cartografisch Congres (25/04/2012 > 28/04/2012) georganiseerd door de Universiteit Gent Vakgroep Geografie en de Erfgoedcel Waasland. Voertaal: Engels.

Info: www.mercatorconference2012.be

 

MERCATORTENTOONSTELLINGEN IN BELGIË

‘Mercatorspot over het kosmografisch werk’ en ‘Een Koninklijke bron voor Mercator (de Atlas Bruxellensis van Christiaan Sgrooten uit 1573)’ in het Librarium en de Nassaukapel van de Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel (25/04/2012 > 29/07/2012).

Info: www.kbr.be

‘Mercator: Reizen in het onbekende’ in het Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet – Antwerpen (25/03/2012 > 18/06/2012).

Info: http://www.plantin-moretus.be

 

ZEILSCHIP MERCATOR 80 JAAR GELEDEN TE WATER GELATEN

Zeilschip Mercator werd ontworpen door de poolreiziger Adrien de Gerlache, als opleidingsschip voor de koopvaardijvloot. Het werd in Leith, Schotland gebouwd en te water gelaten in 1932. De verjaardag wordt o.a. gevierd met een thematentoonstelling.

Info: tel. 059/51 70 10 www.zeilschip-mercator.be

 

MERCATOR BEKIJKEN

SINT-NIKLAAS, MERCATORMUSEUM

Zwijgershoek (Park Huis Janssens)

9100 Sint-Niklaas

http://musea.sint-niklaas.be/mercator

In 2012 de tijdelijke tentoonstelling Mercator Digitaal, in 2013 heropent het Mercatormuseum de deuren.

 

DUISBURG, MERCATOR-SCHATZKAMMER (DUITSLAND)

Kultur- und Stadthistorisches Museum

Johannes-Corputius-Platz 1

47051 Duisburg

www.stadtmuseum-duisburg.de

De Mercatorschatkamer is – ter gelegenheid van het 500ste geboortejaar van Mercator – in een nieuwe presentatie gestoken.

 

ROTTERDAM, MARITIEM MUSEUM(NEDERLAND)

Maritiem Museum Rotterdam

Leuvehaven1

3011 EA Rotterdam  

www.maritiemmuseum.nl

De tentoonstelling ‘Recht zo die gaat! Varen op de kaart van Mercator’ is te zien tot en met 8 september 2013 en plaatst de Mercatorkaart van 1569 in een ruimer verband.

 

WENEN, GLOBENMUSEUM (OOSTENRIJK)

Globenmuseum

Palais Mollard, Herrengasse 9

1010 Wien

http://www.onb.ac.at/globenmuseum.htm

 

LONDON, NATIONAL MARITIME MUSEUM (ENGELAND)

National Maritime Museum

Romney Road Greenwich

London SEI0 9NF

www.mg.co.uk


BEKNOPTE MERCATORBIBLIOGRAFIE

F. Depuydt, M. Goossens & G. Polfliet (reds.), Van Mercator tot computerkaart. Een geschiedenis van de cartografie (Sint-Niklaas-Turnhout, Brepols-Stad Sint-Niklaas, 2001)

M. Monmonier, Rhumb Lines and Map Wars. A Social History of the Mercator Projection (Chicago-London, University of Chicago Press, 2004)

S. de Meer, Atlas van de Wereld. De wereldkaart van Gerard Mercator uit 1569 (Zutphen, Walburg Pers, 2011)

Th. Horst, De wereld in kaart, Gerard Mercator (1512- 1594) en de eerste wereldatlas (Brussel, Mercatorfonds, 2011)

G. Polfliet (ed.), Gerardi Mercatoris Atlas sive cosmographicae meditationes de fabrica mvndi et fabricati figvra. Facsimile van de Atlas van de wereld, (Leuven, Davidsfond, 2012)


AUTEURS

Ward Bohé is licentiaat geschiedenis en communicatiewetenschappen (beide UGent) en is conservator van de Stedelijke Musea Sint-Niklaas.

Greet Polfliet is licentiaat geschiedenis (UGent) en adviseur van de Stedelijke musea Sint-Niklaas.

Harry van Royen is licentiaat geschiedenis (UGent) en projectmedewerker in het kader van Mercator Digitaal.