U bent hier

Mark Boyle - Streetcorner

Mark Boyle - Streetcorner
Mark Boyle, Streetcorner, 1969 plastic (Epicote) op glasvezel, 183 x 182 cm.
 
Het werk dat hier in kleur is afgebeeld is zomaar een stuk straat. 'Streetcorner' noemde de kunstenaar het. Op het oog is het volstrekt niet te onderscheiden van een echt stuk straat. Maar het functioneert niet meer als zodanig. Het hangt als een schilderij - als een soort stilleven - aan de wand van een museum: het is een ding om naar te kijken.
 
Hoe nu heeft Boyle deze 'Streetcorner' gemaakt en vooral waarom heeft hij zo een uiterst banaal stuk van onze alledaagse werkelijkheid uit zijn omgeving losgemaakt en als een zelfstandig voorwerp tentoongesteld?
 
Wat we zien is een afdruk van een bestaand stuk straat. Met een vloeibare plastic 'Epicote' werd alles wat toevallig los op straat lag gefixeerd en opgenomen: gruis, steentjes, vuil en de laag stof die alles bedekt. Tegelijkertijd werd van de vaste delen van de straat - cement, stenen, asfalt - de vorm meegenomen. Vervolgens monteerde Boyle de hardgeworden, doorzichtige laag 'Epicote' op een frame en schilderde hij de kleuren van de vaste ondergrond van achteren zo realistisch mogelijk in. Het resultaat is dit stuk straat, zoals het er werkelijk op een bepaald moment uitzag. Het is een toevallig en uniek moment: toevallig omdat Boyle plaats noch tijdstip van de handeling met opzet koos; uniek omdat het nooit gelijk is aan een ander moment.
 
Ook al is een stuk straat hier letterlijk overgebracht, toch is het essentieel anders dan het was. Wanneer we op straat lopen, kijken we nooit bewust naar stenen, voegen of vuiligheid. We bewegen ons voort om ergens naar toe te gaan. We komen langs huizen, een gracht of plein. Het is er stil of er is lawaai van spelende kinderen, brommers; er kan stank zijn van benzine, het is koud of warm weer, er is regen of mist. Al deze zintuigelijke ervaringen zijn hier weggevallen. Maar het kijken is gebleven en juist daarom kijken we pas goed: we zien als voor het eerst stenen, asfalt, gruis en vuil. Deze bewustmaking, bijna ontdekking van zo een simpel facet uit ons leven van alledag ontstaat door de ingreep van de kunstenaar. Hij wil ons laten zien, waar we gewoonlijk niet op letten. Een gewoon stuk straat heeft hij een intrigerende, dwingende aanwezigheid gegeven, waar we niet langer aan voorbij kunnen gaan.
 
Ook in Francis Bacons schilderij 'Paralytic child walking on all fours' gaat het om een bepaalde zichtbare werkelijkheid, die door een ingreep - een vormgeving - van de kunstenaar een eigen, indringende betekenis heeft gekregen.
 
Maar er is een belangrijk verschil. Boyle zoekt naar een zo objectief mogelijke presentatie van zijn gegeven - het stuk straat - waarbij hij er naar heeft gestreefd zijn ingreep - de handeling van het maken - onzichtbaar te maken. Bacons vormgeving is daarentegen duidelijk zichtbaar. Hij maakte een schilderij van zijn gegeven: een ongelukkig kind. Daarbij zocht hij niet naar een zo nauwkeurig en objectief mogelijke weergave. Door veranderingen en vervormingen van de werkelijkheid heeft hij de kwetsbaarheid en de verschrikking van zo een kind willen uitdrukken. Details zijn weggelaten, vormen en kleuren overdreven. We zien een roze, larfachtig wezen in een donkere onbestemde ruimte.
 
Nog duidelijker is een eigen vormgeving zichtbaar in het schilderij 'Gotha' van Vasarely. Boyle presenteert de zichtbare werkelijkheid zo realistisch mogelijk. Bacon verandert en vervormt haar. Maar Vasarely heeft haar in zijn werk losgelaten. We zien bij hem zuiver abstracte vormen, bij voorkeur eenvoudige, geometrische vormen als recht- en veelhoeken, cirkels en ovalen. Deze wijzen uitsluitend naar hun eigen aanwezigheid in een door de kunstenaar gevormde situatie. In Vasarely's werk is de vormgeving - de eigen constructie van de kunstenaar - in feite tevens het onderwerp.
 

Mark Boyle, Glasgow (°1934)

Studeerde rechten aan de universiteit te Glasgow, maar begon al spoedig te dichten, schilderijen en assemblages te maken. Houdt zich sinds 1963 bezig met het verzamelen van afdrukken van door toeval bepaalde plekken van de aarde.