U bent hier

MAS | Museum aan de Stroom - Antwerpen in de wereld, de wereld in Antwerpen

MAS | Museum aan de Stroom

 

Een stad aan een stroom met een haven

 

 

Antwerpen is een stad apart: levendig en gedreven, eigenzinnig en creatief. Het is een wereldstad in zakformaat. Ze telt meer dan 160 verschillende nationaliteiten onder haar inwoners, organiseerde drie wereldtentoonstellingen en de Olympische Spelen in 1920 en kende de eerste wolkenkrabber op Europees vasteland. Het is de stad waar de wieg stond van de internationale kunsthandel en het is de stad van Peter Paul Rubens en Luc Tuymans, van Jan Fabre en dEUS, van Dries Van Noten en internationaal creatief talent. Het is de stad waar 85 % van alle diamanten passeert . Deze eigenzinnige metropool aan een stroom bezit een wereldhaven, de tweede grootste van Europa. Deze stad opent nu een nieuw, eigenzinnig museum: het MAS of Museum aan de Stroom.

 

Een eerste eigenzinnigheid van het MAS is de brede focus. Het MAS zal werken met zowel maritieme, volkskundige, stadshistorische als etnogra- fische collecties. Dat in Antwerpen niet enkel erfgoed over de stad en de eigen haven is bewaard, maar ook heel wat erfgoed uit de rest van de wereld, is geen toeval. Dat heeft alles te maken met de Antwerpse haven, die altijd een kruispunt is geweest van goederen, mensen en ideeën uit de hele wereld. Het MAS zet in op die lange geschiedenis van uitwisseling tussen de stad en de wereld. Met de sporen van die uitwisseling zal het MAS nieuwe verhalen vertellen. ‘Over de stad, de stroom en de haven. Over de wereld in al zijn verscheidenheid. Over de eeuwenlange verbondenheid van Antwerpen met de wereld. Maak kennis met Antwerpen in de wereld, en met de wereld in Antwerpen’, zo luidt de missie van het MAS. 

 

Een tweede eigenzinnigheid van het MAS is de locatie. Niet in het klassieke toeristische district van Antwerpen, wel in de oude haven. Het Eilandje, de oude havenwijk, beleeft vandaag een opvallende renaissance. Mensen komen er wonen, bedrijven vestigen er zich, toeristen en Antwerpenaren komen er genieten van de stad en haar stroom. Het MAS is de motor en het nieuwe icoon van dit bruisend nieuwe stadsdeel.

 

Op de plek waar nu het MAS staat, stond tot aan het einde van de negentiende eeuw het Hanzehuis. Het is een symbolische plek, die steeds heden met toekomst verbond, en dat zal blijven doen. Het stapelhuis van weleer heeft nu plaats gemaakt voor een stapelhuis van verhalen.

 


Inhoud

  • MAS - Een stapelhuis vol verhalen
  • Het MAS als een museum+ - Ontmoetingsplek en totaalbelevenis
  • In en rond het MAS - De Visie van Neutelings Riedijk Architecten
  • Praktisch

 

DE HANZE IN ANTWERPEN

 

 

 

In de zestiende eeuw ging het Antwerpen voor de wind op economisch gebied: meer en meer kooplieden uit Engeland en Duitsland vestigden zich in de Scheldestad. De Iberische specerijenhandel volgde en snel werd Antwerpen het commerciële centrum van Europa. In 1553 verhuisde het Hanzekantoor van Brugge naar Antwerpen, en de Duitse handelaars hadden nood aan een groter gebouw. Antwerpen stelde gronden ter beschikking en Cornelis Floris, de architect van het Antwerpse stadhuis, werd aangesteld tot bouwmeester. Men bouwde vijf jaar aan dit gigantische complex. Het was ook vanaf deze plek – het latere Eilandje – dat de moderne haven werd uitgebouwd. De eerste dokken werden omzichtig omheen het Hanzehuis uitgegraven en de haven kleefde toen als het ware tegen de stad aan. In de nacht van 9 op 10 december 1893 brandde het gebouw helemaal af. 

 

 

VAN MUSEUM VOOR OUDHEDEN TOT MAS

 

 

Op 14 augustus 1864 opende het Museum voor Oudheden in het Steen zijn deuren. Een tijdgenoot noteerde: “Dit lokt eenen grooten toeloop volks uit, een bewijs van de belangstelling welke dit gesticht bij onze stadsgenooten opwekt. Verscheidene van wege ingezetenen gedane giften zijn de verzamelingen komen vermeerderen, hoe onvolledig dezelve ook nog zijn, toch zijn zij reeds merkwaardig over het geheel.” De collectie Antwerpen had aanvankelijk vooral betrekking op Antwerpen en de omgeving. Toegepaste kunsten benam naast archeologica een voorname plaats, terwijl aankopen en schenkingen elkaar snel bleven opvolgen. In 1874 kocht de Bestuurlijke Commissie het prachtige retabel van Averbode dat men onmiddellijk liet restaureren, en er verschenen catalogi, zelfs één in het Engels. De collectie telde – munten en penningen niet meegerekend – 882 objecten. 

 

In 1879 ontving de Bestuurlijke Commissie uit handen van het stadsbestuur de grote verzameling Egyptologica, gekocht van de Fransman Eugène Allemant. In de daaropvolgende jaren werd de collectie, die vanaf 1913 in het Vleeshuis werd gepresenteerd, steeds 'exotischer'. Dat moet niet verbazen in een havenstad als Antwerpen waar de wereld elke dag binnenvaart. Zo kocht de stad Antwerpen in 1920 1.572 Afrikaanse voorwerpen van kunsthandelaar Henri Pareyn, om het publiek vertrouwd te maken met de kolonie Congo. In de twintigste eeuw werd deze stedelijke collectie geleidelijk verspreid. Naast het Museum Vleeshuis, ontstonden het Volkskundemuseum (1907), het Museum voor Handel en Scheepvaart, later Nationaal Scheepvaartmuseum (1927) en het Etnografisch museum (1988) . [zin over collectieverhuis geschrapt] Deze collecties, die samen om en bij 470 000 objecten tellen, komen opnieuw samen in het MAS. Daar zullen bij de opening ruim 2.400 objecten worden getoond in de museumzalen, terwijl er nog eens 3.600 zichtbaar worden gesteld in het kijkdepot en 160 in een tijdelijke tentoonstelling. 

 


 

MAS - Een stapelhuis vol verhalen

 

 

B-architecten uit Antwerpen kreeg de opdracht om de scenografie van het MAS te ontwerpen. Het bureau werkte eerder het masterplan voor de scenografie uit en ging bij het ontwerpen uit van hoe het MAS het museum wordt van, voor en door Antwerpen en hoe het gebouw een boeiend inhoudelijk en museaal verhaal kan brengen. In de scenografie van B-architecten wordt het MAS thematisch verteld. Elk thema krijgt zijn eigen verdieping. Alle themaverdiepingen kennen dezelfde indeling: de wake-upruimte, de introruimte, de focusruimte, de wauw-ruimte, de concentratieruimte, kennisruimte en sporenruimte. Dit grid bepaalt de dramaturgie van het thema, en bijgevolg van het MAS. Het grafisch ontwerp bij de scenogarfie is van de hand van studio Tom Hautekiet.

 

 

+2: HET KIJKDEPOT: DE SCHATKAMER VAN HET MAS

 

Het kijkdepot geeft de bezoeker eerst en vooral een unieke blik achter de schermen. Van achter een gaaswand kan het publiek kijken naar de niet-tentoongestelde objecten van het MAS. In het eerste niet-toegankelijke deel van het kijkdepot staan rekken, kasten en wanden die tot de nok gevuld zijn met gelabelde voorwerpen. Museummedewerkers registreren en controleren er objecten, pakken er bruiklenen in en uit.

 

Het tweede en toegankelijke deel van het kijkdepot vertelt het verhaal van een rijk verzamelverleden. De MAS collectie werd bij elkaar gebracht door bijzonder interessante en uiteenlopende verzamelaars [ZIN WEG]. Een bezoek aan dit kijkdepot zal een kennismaking zijn met de gedrevenheid van verzamelaars en met de verzamelcultuur van de late negentiende en de vroege twintigste eeuw. Bezoekers zien onder meer de archeologische voorwerpen van Georges Hasse (1880-1956), de volkse objecten van Max Elskamp (1862-1931), de scheepsmodellen van Emiel Beuckeleers (1854-1945), en etnografica uit de voormalige Belgische kolonie Congo uit de collectie van Henri Pareyn (1869-1928). 

 


MAX ELSKAMP (1862-1931)

 

De bankierszoon, vrijzinnige jurist en Franstalige Antwerpenaar Max Elskamp wijdde zijn leven aan twee liefdes: volkskunde en kunst. De Antwerpse volkscultuur fascineerde hem mateloos, en hij schreef en dichtte erover in het Frans. Elskamp schuimde Antwerpse volkswinkeltjes af. Hij noteerde wat hij zag, hoorde en kocht, en verwerkte dat in zijn poëzie en grafi sche kunst. Elskamp verzamelde zowel ‘exotische’ voorwerpen uit de lokale volkscultuur als objecten uit Japan, 

 

India en Afrika. Hij kocht met kennis van zaken, maar ook vanuit verwondering en een buikgevoel. Haar enorme diversiteit maakt zijn collectie uniek. In 1900 richtte Elskamp met vrienden het 'Conservatoire de la tradition populaire - Vereeniging tot Bewaring der Vlaamsche Volksoverlevering' op. Hun doel: een volkskundig museum. In 1904 trok zijn 'huiscollectie' de aandacht van burgemeester Van Rijswijck. Elskamp schonk haar aan de stad. Die opende in 1907 het Musée de Folklore, het eerste volkskundemuseum in Vlaanderen. Elskamps collectie vormde er de basis van.


 

VERSCHILLENDE COLLECTIES MET EEN VERSCHILLENDE AANPAK

 

De collectie van het MAS is heel gevarieerd: onder meer maskers, textiel en speren uit het Etnografi sch museum, scheepsmodellen en nautische instrumenten uit het Nationaal Scheepvaartmuseum, speelgoed en religieuze objecten uit het Volkskundemuseum,... Aan de verhuis van deze zeer uiteenlopende deelcollecties gingen enkele jaren van registreren, labelen, fotograferen, reinigen, restaureren en inpakken vooraf. Het was een logistieke operatie die in Antwerpen nooit eerder zijn gelijke heeft gekend. De manier van registreren, verpakken en plaatsing in het depot werd door de medewerkers van de stedelijke dienst Collectiebeleid/Behoud en Beheer vooraf bepaald. Papier, textiel en kleinere objecten werden bijvoorbeeld in zuurvrije kartonnen dozen of plastiek bakken met museumartfoam verpakt. Voor de scheepsmodellen werden er speciale, makkelijk demonteerbare framekisten gemaakt. 

 

Voor een deel van het in- en uitpakken en voor het volledige transport werd een gespecialiseerde kunsttransportfi rma onder de arm genomen. Alle objecten krijgen een nieuwe thuishaven in de aangepaste rekken, compactussen of verrijdbare ladekasten in het MAS of in de twee nieuwe museumdepots in de stad. Waar ze in de beste klimatologische omstandigheden voor het nageslacht kunnen worden bewaard en bereikbaar gesteld voor bezoekers of onderzoekers.

 

De registratie met barcodelabels, ondersteund door speciaal daarvoor ontwikkelde software, zorgde er voor dat het verhuistraject van elk object duidelijk kon gevolgd worden. In de registratiedatabank werd elke verandering automatisch geregistreerd. Zo wist het verhuisteam onmiddellijk in welke fase een voorwerp zat: inpakken, transporteren, uitpakken, of op zijn plaats. Deze vernieuwende manier van werken, werd voor het eerst in België in het MAS toegepast.


 

+3: TIJDELIJKE EXPO

 

Meesterwerken in het MAS. Vijf eeuwen beeld in Antwerpen is de openingstentoonstelling in het MAS. In de zestiende en zeventiende eeuw was Antwerpen een wereldcentrum voor de ontwikkeling van het beeld. Tot op vandaag is de beeldende kunst uit de Scheldestad internationaal toonaangevend. 

 

Aanvankelijk ging de inhoud van het westerse beeld over het ongrijpbare en het bovenmenselijke. God of gezagsdragers werden met kostbare materialen vereeuwigd. Nu worden we overspoeld door vluchtige beelden die uitingen zijn van de materialistische maatschappij. Antwerpen speelde een belangrijke rol in deze evolutie. 

 

De Vlaamse primitieven vervingen het bladgoud op de achtergrond door een realistische weergave van hun leefwereld. Alle details in de schilderijen droegen een symbolische betekenis. De kritische geest van de vroegmoderne maatschappij hersmeedde vaste waarden. Dit leidde tot een beeldenstorm. Oude waarden bleken niet zo zeker, en nieuwe kennis vroeg om ordening. 

 

De anonieme kunstmarkt verdrong langzaam de directe relatie tussen kunstenaar en opdrachtgever. Er ontstonden nieuwe categorieën van schilderijen: stillevens, landschappen en boerentaferelen. Standaardisering van panelen en doeken vereenvoudigde de productie en verkoop.

 

Niets democratiseerde het beeld echter meer dan de prentkunst. Antwerpen had in het Spaanse wereldrijk het monopolie voor het drukken van boeken. Deze prenten overspoelden overzeese gebieden en verspreidden zo ‘onze’ kennis. De Antwerpse grafi ek vormde een fundament van de wereldwijde beeldvorming zoals wij die vandaag kennen. 

 

Vijfhonderd jaar later zoeken kunstenaars in deze regio opnieuw naar betekenis in het ogenschijnlijk toevallige. Kunstenaars experimenteren met mogelijkheden om de grootsheid van het kleine en haast pietluttige uit te drukken. Schoonheid ontdekken zij in textuur, in randen en geringe afwijkingen, maar ook in het alledaagse of in een intense ervaring. Ze maken het kleine monumentaal. De complexe beelden van hedendaagse kunstenaars zijn ontstaan door de radicale keuzes van de voorgangers.

 

De openingstentoonstelling Meesterwerken in het MAS. Vijf eeuwen beeld in Antwerpen is een samenwerking tussen het MAS en drie andere prominente Antwerpse musea: het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA), het Museum van Hedendaagse Kunst (M HKA) en het Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet. Ze confronteert topstukken van oude meesters met werken van hedendaagse kunstenaars. 

 

 

+4: MACHTSVERTOON. OVER PRESTIGE EN SYMBOLEN

 

Van +4 tot en met +8 ontdekt de bezoeker vier grote thema’s over vijf verdiepingen. Op +4 is het thema ‘Machtsvertoon’.

 

Macht en het verwerven van macht is van alle tijden, bij uitstek op economisch of politiek belangrijke plekken zoals Antwerpen. Macht is verleidelijk, overal. Belangrijke leidersfiguren, maar ook mensen in hun dagelijks leven, overtuigen anderen ervan dat zij macht verdienen door te verleiden en ontzag te wekken, door overtuigingskracht en handige strategieën, met rijkdom en uiterlijk vertoon. In alle culturen spelen mooie, vaak sacrale statussymbolen een belangrijke rol. En als macht onder druk komt te staan, worden deze symbolen het eerst vernietigd, ontheiligd of ontvreemd. De MAS collectie herbergt duizenden van deze statusobjecten, uit de hele wereld. Dat moet niet verwonderen. Door de exclusiviteit belanden deze statusobjecten vlugger dan erfgoed in museale verzamelingen en in de internationale kunsthandel.. ‘Machtsvertoon’ confronteert bezoekers met de fascinerende verhalen acter deze exclusieve voorwerpen. 

 

Verhalen over macht dichtbij en verder af, vroeger en nu. Van macht en imago van de wisselende machthebbers in Antwerpen tijdens de Opstand (1568-1648),tot Japan, waar het besef van rangorde steeds opduikt in de geschiedenis en verhoudingen tussen ‘hoog’ en ‘laag’ ook in de opvoeding duidelijk aanwezig zijn. Van het prestige van Afrikaanse leiders van de 16de tot de 19de eeuw tot een collectie Indonesische wapens uit de koloniale tijd en de visie van Maori kunstenaar George Nuku op Polynesisch erfgoed in Westerse musea.

 


GEORGE NUKU

 

In de museumzaal Machtsvertoon op de vierde verdieping werkt Nieuw-Zeelands kunstenaar George Nuku momenteel aan een installatie die geïnspireerd is op een Maori-ontmoetingshuis. Nuku, sculpteert in de aloude Maori-traditie maar werkt vernieuwend door het gebruik van eigentijdse materialen zoals piepschuim en plexiglas. Een traditioneel Maori-ontmoetingshuis verbindt mensen met hun voorouders. De installatie stelt het lichaam van een voorouder voor. Ze toont Polynesische museumstukken die in Polynesië beladen zijn met een goddelijke kracht mana en toebehoren aan leiders. Nuku, zelf ook chef (rangatira) bij de Ngate-Kahungunu-stam van Nieuw-Zeeland daagt het MAS uit. Hij plaatst het Polynesische erfgoed opnieuw in een sacraal kader. Tegelijkertijd maakt Nuku in deze installatie een knipoog naar Reus Antigoon.


 

+ 5: WERELDSTAD, OVER HIER EN ELDERS

 

Een stad leeft nu, is gebouwd op haar verleden en kijkt naar de toekomst. Ze krijgt vorm in gebouwen en gebeurtenissen, in portretten en verhalen. [Zin weg] Hoe portretteert Antwerpen zich zelf sinds zowat vijfhonderd jaar? Als een stad met vele gezichten. Maar altijd opnieuw ook als een stad aan de stroom en als een stad in de wereld. In de zestiende eeuw groeit ze uit tot een trotse handelsmetropool van wereldformaat. De Antwerpse ‘ommegangen’ dragen die trots uit en evolueren van religieuze processies tot steeds profanere odes aan de stad en de haven. In de negentiende eeuw bloeien haven en economie opnieuw, en pakt Antwerpen op drie wereldtentoonstellingen uit met zijn geloof in de toekomst. Ook vandaag blijft de stad dankzij haar internationale uitstraling en veelkleurige bevolking een stad die in de wereld staat.

 

Globalisering heeft Antwerpen gemaakt tot wat het is. Hoe vinden mensen elders in de wereld hun plaats? De tijdelijke presentatie HOME CALL over wonen en globalisering in noordelijk Ghana verruimt de horizon.

 


DE WERELD TENTOONGESTELD

 

In 1885 vond de eerste Belgische wereldtentoonstelling plaats in Antwerpen. Hier ontwikkelde zich immers een wereldhaven: een knooppunt van internationale handel en een draaischijf voor de Belgische industrie. Al in 1894 werd dit initiatief herhaald. De initiatiefnemers van 1894 waren ervan overtuigd dat de havenstad kon uitgroeien tot de evenknie van metropolen als Londen en Parijs. Zoals op alle wereldtentoonstellingen, waren de hoofdingrediënten: industrie, vooruitgangsoptimisme en handel - ook vanuit de kolonies. Antwerpen zelf en de vele deelnemende landen toonden er hun producten en innoverende technologie.

 

Ook spectaculaire shows en exotisch vermaak behoorden tot het overzicht van de wereldactualiteit. In de meest populaire attractie van de wereldtentoonstelling wekte Antwerpen zijn eigen grootse verleden als zestiende-eeuwse metropool opnieuw tot leven. 


 

+ 6: WERELDHAVEN, OVER HANDEL EN SCHEEPVAART

 

Waar water en land elkaar tegenkomen, ontstaan havens. Het zijn kruispunten en ontmoetingsplekken. Mensen van over de hele wereld varen er af en aan. Ze verhandelen er goederen, komen in een andere wereld, doen er nieuwe indrukken, dromen en ideeën op.

 

Antwerpen heeft veel aan de Schelde en de haven te danken. Dat verhaal begint in de middeleeuwen, en het is er één van groei en expansie, tot op heden. Dankzij de haven vaart sinds eeuwen de wereld Antwerpen binnen, en vaart Antwerpen de wereld tegemoet. De Oost-Indiëvaart en de intense contacten met Congo, België’s voormalige kolonie, zijn twee bijzondere episodes.

 

Bij Wereldhaven wordt dat verhaal chronologisch gebracht. Bezoekers leren de haven kennen als kleine nederzetting en zien ze, met ups and downs, uitgroeien tot één van de grootste internationale kruispunten van de wereld. Unieke scheepsmodellen, filmbeelden, verhalen, oude kaarten en werktuigen tonen de expansie van de haven, de handel en de scheepvaart en de mensen die dat realiseerden.

 


DEN OOST

De val van Antwerpen tijdens De Opstand in 1585 betekent niet het einde van de vaart op de Schelde, maar wel het einde van de vrije vaart. De welstand van een groot deel van de Antwerpse bevolking gaat sterk achteruit. De rijke burgerij, die enorme kapitalen had vergaard, blijft echter investeren in de overzeese handel met het Oosten. In de achttiende eeuw bekostigt ze bijvoorbeeld expedities vanuit Oostende naar China en Bengalen. In het begin van de negentiende eeuw voeren Vlaamse koopvaarders ook naar Indonesië en Japan. Thee, porselein, zijde en katoen werden belangrijke handelsgoederen.


 

+7: LEVEN EN DOOD, OVER MENSEN EN GODEN

 

Waar komen we vandaan? Waar gaan we naartoe? Wat gebeurt er na de dood? Mythes en religies, fi losofen en wetenschappers gaan sinds eeuwen op zoek naar antwoorden op deze vragen. De antwoorden verschillen sterk, maar er zijn ook verrassende gelijkenissen. Zo verbinden de meeste culturen de dood met nieuw leven. Dat weerspiegelen de kunstvoorwerpen, rituele voorwerpen, verhalen en muziek in box 7 en 8. 

 

In ‘Leven en dood, over mensen en goden’, ervaren bezoekers de wereldwijde verscheidenheid aan zingeving, maar ook de intense behoefte aan beleving. Ze maken een reis van het dodenritueel in het oude Egypte naar voorouderbeleving in Afrika. Van de idee dat dood doet leven in Melanesië, naar de wedergeboorte gedachte van het hindoeïsme, jaïnisme en boeddhisme. En tot slot naar het geloof in het eeuwige leven in de drie religies van het boek: jodendom, christendom en islam.

 

Bezoekers kunnen overal op deze verdieping vaststellen dat in Antwerpen, smeltkroes van culturen, de religieuze en fi losofi sche diversiteit groot is. Voor Antwerpenaren vandaag is het geloof in het hiernamaals of het niet geloven in het hiernamaals een erg persoonlijke zaak. Dat vertellen de persoonlijke getuigen, die bezoekers tussen de grote verhalen door kunnen horen. 

 


KARMA EN WEDERGEBOORTE

 

Kunstvoorwerpen, film en muziek uit het hindoeïsme, jaïnisme en boeddhisme belichten de ideeën rond karma en wedergeboorte en maken duidelijk hoe ze worden beleefd. Ook vandaag, in Antwerpen. Hindoes vereren tijdens hun leven veel goden, maar die verpersoonlijken één absolute kracht: de al-ziel. Voor boeddhisten en jains is er geen god-schepper. Zij volgen verlichte leermeesters die een weg naar de verlossing tonen. Boeddhisten moeten vooral bewust zijn van de vergankelijkheid van het leven. Jains houden vast aan een strenge ethiek van geweldloosheid.

 

De Indiase diamantairs in Antwerpen, zowat 1.300 mensen, beoefenen het jainisme. Zij kwamen vooral sinds de jaren 1970 naar Antwerpen. Recent lieten ze een grote tempel bouwen in Wilrijk. Het MAS bezit een unieke collectie objecten en filmbeelden van de jains en werkt samen met de gemeenschap. 


 

+ 8: LEVEN EN DOOD, OVER BOVEN- EN ONDERWERELD

 

Na de verscheidenheid van verdieping 7, illustreert ‘Leven en dood. Over boven- en onderwereld’ de band tussen leven en dood bij mensen die in nauw contact met de natuur leven of leefden. Voor hen is de dood geen einde, maar een overgang naar een andere wereld, zoals de zon die opkomt en ondergaat of de planten die afsterven en weer opbloeien. In deze culturen spelen overal ter wereld sjamanen een belangrijke rol. Zij kunnen zich in andere werelden begeven: de onderwereld van de dood en de bovenwereld van goden of voorouders. Sjamanisme is eeuwenoud, maar het is niet verdwenen. Tegenwoordig komt het voor in afgelegen natuurgebieden zoals bij de Kayapo uit het Braziliaanse regenwoud, maar ook in grootsteden in de context van alternatieve geneeswijzen of psychotherapie. Bezoekers kunnen dat actuele sjamanisme verkennen bij het begin van de box. Na deze actuele aanhef volgt de presentatie van de collectie dr. Paul en Dora Janssen-Arts, die tastbaar maakt wat sjamanisme en leven en dood betekenden in het precolumbiaanse Amerika.

 

 

LEVEN EN DOOD IN PRECOLUMBIAANS AMERIKA: DE COLLECTIE DR. PAUL EN DORA JANSSEN-ARTS

 

De collectie dr. Paul en Dora Janssen-Arts illustreert op indringende wijze dat, niettegenstaande regionale verschillen, in heel Amerika de idee leefde dat mensen na hun dood overgingen naar andere werelden. Sjamanen en priesters waren bijzondere mensen: zij konden al tijdens hun leven die nieuwe bestemmingen betreden. Muziek, dans of geestverruimende middelen brachten hen in een trance waarin ze zichzelf veranderden in dieren en naar de boven-of onderwereld reisden. Die transformaties van mens naar dier komen heel vaak terug op gouden juwelen.

 

Natuur en bovennatuur, leven en dood, waren nauw verbonden. Daarom verwijzen zoveel precolumbiaanse kunstvoorwerpen naar vruchtbaarheid. Mais was in Amerika het belangrijkste gewas. De maïsgod werd dan ook vaak afgebeeld, net als de mythe waarin hij sterft en herboren wordt. Die wedergeboorte betekende dat de maïsplanten opnieuw zouden groeien. De dood bracht nieuw leven.

 

Op de achtste verdieping wordt collectie dr. Paul en Dora Janssen-Arts ook als verzameling voorgesteld. Sinds 2006 is de collectie eigendom van de Vlaamse Gemeenschap. Het MAS beheert de collectie, die zowat 420 objecten telt. Na de 'ontdekking' van Amerika door Colombus in 1492 kwamen Europeanen voor het eerst in aanraking met precolumbiaanse voorwerpen. Alles uit het nieuwe continent was exotisch en werd gretig verzameld. Verzamelaars toen en nu stellen de esthetische kwaliteit van dit erfgoed op prijs. De schoonheid van deze objecten en de bijzondere materialen waarin ze gemaakt zijn, vormden ook voor Dora Janssen-Arts belangrijke criteria bij het verzamelen van precolumbiaanse voorwerpen.

 


 

Het MAS als een Museum+

 

Ontmoetingsplek en totaalbelevenis

 

 

Het MAS is meer dan een museum. Het is ook het museumplein met de mozaïek van Luc Tuymans, het is de wandelbouvard voor een verticale stadsverkenning, het zijn de paviljoenen van haven, diamant en zilver, het is ‘s werelds grootste museale havencollectie langs de Scheldekaai en het zorgt voor de ondersteuning van honderden erfgoedzorgers in Antwerpen...

 

 

LUC TUYMANS’ MOZAÏEK ‘DEAD SKULL’

 

Het MAS wil behalve museum, ook een ontmoetingsplek zijn. De plaats bij uitstek hiervoor is het museumplein met het 1.600 m² grote mozaïek Dead Skull van Luc Tuymans. Het mozaïek grijpt terug naar Tuymans’ gelijknamige schilderij uit 2002, waarvoor de hedendaags kunstenaar zich baseerde op de gedenkplaat voor Antwerps schilder Quinten Metsys op de gevel van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Tuymans verbindt met Dead Skull het heden met het verleden, net als het MAS. Het is het eerste publieke werk van Luc Tuymans dat permanent zichtbaar is. 

 

Op een innovatieve manier verbindt de kunstenaar zijn eigen kennis van het geschilderde beeld aan het proces van werken met natuursteen op een nooit gezien formaat. In een eerste fase werd een nieuw beeld opgebouwd naar het voorbeeld van het schilderij uit 2002, dat alle subtiele nuances en schilderkunstige kwaliteiten vertaalt naar een grid van 488 bij 488 pixels. Met behulp van dit beeld en een speciaal voor dit project ontworpen digitale omzetting, ontstond het finale architecturale ontwerp voor het mozaïek, dat gebruik maakt van vier verschillende formaten en een palet van elf natuurlijke steensoorten.

 

De uitvoering van het mozaïek begon in volle vrieskou tijdens de winter van 2009, en de finale afwerking is voorzien in de zomer van 2011. 

 

 

EEN VERTICALE STADSWANDELING IN HET MAS: DE WANDELBOULEVARD

 

Een bezoek aan het MAS wordt een totaalbelevenis. Een bezoeker hoeft zelfs het museum niet in om ervan te genieten! Een wandelboulevard laat de bezoeker genieten van verre gezichten op stad, stroom en haven. Je maakte er een heuse ‘verticale stadswandeling’. Reusachtige roltrappen brengen u naar boven en ondertussen ziet men door de glaspartijen een steeds grootser en wisselend panorama op de stad, de stroom en de haven. De MAS-boulevard is gratis toegankelijk voor iedereen, ook wie de museumzalen zelf niet bezoekt.

 

Om het MAS een eigentijdse toets te geven, werkt het nieuwe museum sa - men met hedendaagse kunstenaars Anne-Mie Van Kerckhoven en George Nuku, Tom Hautekiet en Tom Lanoye, Luc Tuymans, en er werd zelfs een heuse huiscomponist aangesteld: Eric Sleichim. Eric Sleichim creëert klank - sculpturen voor verschillende presentaties. Onder meer in de museumzaal ‘Leven en Dood’ op de zevende verdieping zal een compositie te horen zijn bij de opstelling over de drie monotheïstische religies en bij de opstelling over boeddhisme. Ook het thema rond sjamanisme zal opgeluisterd worden door muziek van Eric Sleichim.

 
Hedendaags kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven kreeg een dubbele op - dracht van het MAS. Enerzijds werkt zij aan een ontwerp voor de lichtwan - den in de MAS Wandelboulevard, anderzijds begeleidt ze het jongerenpro - ject ‘Vitrinetraject’ van MAS in Jonge Handen.
 
Ze zegt hier zelf over: “Het MAS is een toren die uitkijkt naar de vier wind - richtingen. Op de acht verdiepingen krijgt de bezoeker acht verschillende ho - rizonten te zien die zich uitstrekken naar landen en streken waar Antwerpen in het verleden, nu en in de toekomst mee te maken had, heeft en zal hebben. In de 16de eeuw, de bloeiperiode van het oude Antwerpen, was het onder - scheid tussen verbeelding en realiteit niet zo absoluut als nu. Ik besloot een keuze aan prenten die ik in het archief van het Museum Plantin-Moretus | Prentenkabinet vond, te linken aan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De overeenkomsten met de architecten worden gefinaliseerd, werkgroepen opgericht en het voorontwerp goedgekeurd. Minister Bert Anciaux kent de Vlaamse architectuurprijs toe aan schepen Eric Antonis, die van de minister vier schetsen van het MAS ontvangt. Minister Anciaux geeft een persconferentie rond de culturele infrastructuur 2002-2004. In dit plan staat 850 miljoen Belgische Franken of 21,07 miljoen euro voor het MAS ingeschreven.

 

2002

Minister Bert Anciaux bevestigt het bedrag van 21,07 miljoen euro te hebben voorzien in de begroting.

 

2003

Het college van burgemeester en schepenen geeft opdracht aan het autonoom gemeentebedrijf Vastgoed- en Stadsprojecten Antwerpen (VESPA), dat speciaal werd opgericht om o.a. grote stadsprojecten te begeleiden, de taak van gedelegeerd bouwheerschap op zich te nemen.

 

2004

Paul Van Grembergen, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken herhaalt en bevestigt zijn engagement en dat van zijn voorganger Bert Anciaux voor het MAS.

 

Een directeur voor het MAS, alsook een veiligheidscoördinator en een technisch controlebureau wordt aangesteld. Het architectuurontwerp wordt verfijnd ter voorbereiding van de aanbesteding. Het ontwerp wordt gedetailleerd opgemaakt, de bouwaanvraag klaargemaakt en het bouwbudget op punt gesteld. Het dossier ‘Museumplein, stedelijk plein voor de 21ste eeuw’ wordt samengesteld en voor de eerste fase ingediend bij de Vlaamse overheid voor een toelage vanuit het stadsvernieuwingsfonds.

 

2005

Minister Bert Anciaux bevestigt op 5 januari 2005 zijn engagement voor het MAS in een gesprek met Philip Heylen.

 

De stad Antwerpen en het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen beslissen om de eigendom van de Hanzestedenplaats over te dragen aan de stad Antwerpen. Nadat het bouwvallige ‘International’-magazijn op de Hanzestedenplaats wordt gesloopt, vangt het archeologisch onderzoek naar resten van het Hanzehuis aan. Voor dit onderzoek worden een zestal maanden uitgetrokken.

 

De bouwvergunning wordt verkregen en in juni keurt het college van burgemeester en schepenen het bestek en de procedure voor de uitvoering van de bouw goed. Na goedkeuring door de gemeenteraad wordt een beperkte aanbesteding op Europees niveau opgestart in twee fasen. Dit neemt in totaal een zestal maanden in beslag. In een eerste fase kunnen aannemers zich kandidaat stellen. In een tweede fase wordt aan een beperkt aantal aannemers gevraagd om een prijs op te maken. Uit deze offertes wordt een finale keuze gemaakt: THV MAS Antwerpen (bestaande uit InterbuildWillemen-Cordeel). 

 

De Vlaamse overheid bevestigt zijn engagement van 21 miljoen euro. Op 16 december stuurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen een brief naar minister Anciaux met het verzoek om de stad of AG Vespa een machtiging te bezorgen voor het afsluiten van de lening zodat de werken volgens planning in januari 2006 gegund kunnen worden. Vanuit het stadsvernieuwingsfonds wordt aan het dossier ‘Museumplein, stedelijk plein voor de 21ste eeuw’ 2,4 miljoen euro toegekend.

 

2006

Op 14 september wordt de eerste steen van het MAS gelegd. De aannemer (THV MAS) kan met de bouw beginnen.

 

2007

In februari 2007 wordt gestart met de ruwbouw. In mei 2007 besluit het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen om een ‘verruimd MAS’ te ambiëren, met de integratie van de collecties van het Etnografisch Museum en de collectie Paul en Dora Janssen-Arts, en van de Erfgoedcel Antwerpen. 

 

2008

In februari 2008 wordt Umicore Founder van het MAS. In september en november van 2008 engageren ook KBC Bank & Verzekering en het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen zich als Founder.

 

4 augustus 2008: het nieuwe Erfgoeddecreet reikt een nieuw instrument aan voor een grensverleggend museum zoals het MAS. Als “Erfgoedforum” zal het MAS een brede werking uitbouwen, die maximaal inzet op innovatieve concepten om diverse erfgoedcollecties en –praktijken (museologie, archiefwetenschap, etnologie, enz.) met elkaar in verbinding te brengen.

 

Op 2 oktober wordt het hoogste punt van de bouw bereikt. 

 

2009

Het college van burgemeester en schepenen verklaart zich in juni akkoord met het scenografisch concept (thematische invulling en tentoonstellingsgrid) van meesterscenograaf B-Architecten. In augustus wordt deze eerste opdracht uitgebreid met de scenografie-opdracht ‘uitwerking van het concept voor de museale inrichting van de museumboxen’. Deze opdracht wordt net als de scenografieopdracht voor atelier en depotruimte aan BArchitecten gegund.

 

In september 2009 wordt SD Worx de vierde Founder van het MAS. In dezelfde maand wordt ook de officiële openingsdatum van het museum bekendgemaakt, m.n. dinsdag 17 mei 2011. 

 

2010

In mei 2010, drie jaar en acht maanden na de officiële eerstesteenlegging, volgt de voorlopige oplevering van het gebouw.

 

In mei opent het MAS ook even de deuren voor de buurtbewoners en het grote publiek. Tijdens rondleidingen krijgen zij een glimp van het gebouw en de wandelboulevard. Verder worden er lezingen, films/documentaires en concerten georganiseerd in het MAS-paviljoen.

 

Ook Schepen voor cultuur en toerisme Philip Heylen geeft in mei een toelichting aan een tweehonderdtal Antwerpenaren over het MAS in een eerste informatiemoment. In het najaar volgt een reeks informatiemomenten in de cultuurcentra.

 

Hierna begint de inrichting van het museum en de verhuis van de 470.000 collectiestukken. In een gestructureerde verhuisoperatie worden alle stuks zorgvuldig verpakt en geregistreerd. Voor dit intensieve werk van registreren, reiniging, controle, labeling en restauratie is een gespecialiseerd team van de dienst Collectiebeleid | Behoud en Beheer aangesteld.

 

2011

Op 17 mei opent het MAS zijn deuren. Aan de opening gaat een vierdaags openingsfestival vooraf.


MAS  - MUSEUM AAN DE STROOM

Hanzestedenplaats 1

2000 Antwerpen

mas@stad.antwerpen.be

03 338 44 34

www.mas.be

 

BEREIKBAARHEID:

Bus 9, 17, 30 - Tram 4, 7 De betaalparking Q-Park Godefriduskaai ligt op wandelafstand Het MAS streeft een ruime toegankelijkheid na voor een breed publiek.

 

OPEN:

Donderdagavond is het MAS tot 21u open periode april - oktober wandelboulevard: 9u30 - 24 u museumzalen: 10 -17 u (di-do); 10 - 18 u (zat-zon) periode november - maart wandelboulevard: 9u30 - 22 u museumzalen: 10 -17 u (di-do); 10 - 17 u (zat-zon)

 

GESLOTEN:

maandag (behalve op Paasmaandag en Pinkstermaandag), 1 januari, 1 mei, Hemelvaartsdag, 1 en 2 november en 25 december.

 

RONDLEIDINGEN EN ATELIERS

Het MAS heeft een uitgebreid aanbod aan rondleidingen en ateliers.

 

Groepen kunnen in het MAS terecht voor de volgende rondleidingen: Quick Tour, MAS-Tour, Thematische rondleidingen, Architectuurrondleiding, Meesterwerken in het MAS.

 

Individuele bezoekers kunnen elke zondag aansluiten bij een rondleiding, of zich inschrijven voor het atelier Meesterwerken in het MAS.

 

Ook voor scholen is er een gamma aan rondleidingen en ateliers met museumbezoek, aangepast aan de studiegraad.

 

Tijdens de schoolvakanties zijn er eveneens ateliers voor kleuters, kinderen en jongeren. Families kunnen gratis het mobiel familiespel ontlenen in het MAS. 

 

Het MAS nodigt je eveneens uit om het rijke erfgoed van Antwerpen te verkennen via speciaal ontwikkelde rondleidingen en uitstappen.

 

TARIEVEN

Vaste collectie 5 – 3 – 1 euro

Meesterwerken in het MAS 8 – 6 –  1 euro

Meesterwerken in het MAS + Permanente collectie 10 – 8 – 2 euro

De MAS-boulevard, het kijkdepot, het panorama en de paviljoenen zijn gratis.

 

Gids: 65 euro per groep - maximum 20 personen per gids - eigen gidsen zijn niet toegestaan.

 

Het bezoek aan de tentoonstelling is ingedeeld in tijdsblokken.

 

Alle Info en tarieven op www.mas.be

 

INFO & RESERVERING

Antwerpen Toerisme & Congres

Grote Markt 15

2000 Antwerrpen

T: +32 (0)3 232 01 03

F: +32 (0)3 338 95 91

visit@stad.antwerpen.be

 

ONLINE TICKETVERKOOP

www.mas.be


AUTEURS

Leen Beyers is inhoudelijk coördinator van het MAS, Carl Depauw is directeur van het MAS en  Rafaelle Lelièvre is coördinator communicatie van het MAS

Met medewerking van Elsje Janssen (curator KIJKDEPOT),

Vicky van Bockhaven (curator MACHTSVERTOON),

Jan Parmentier (curator WERELDSTAD),

Jef Vrelust (curator WERELDHAVEN),

Chris De Lauwer en Annelies Valgaeren (curatoren LEVEN EN DOOD),

Nico Van Hout, Bart de Baere en Iris Kockelbergh (curatoren MEESTERWERKEN),

Els De Palmenaer, Mireille Holsbeke, Elly De Weirdt, Annemie De Vos, Claire Baisier, Staf Daems (interne co-curatoren), Karin Vetters (beeldredactie).

Het hoofdstuk 'In en rond het MAS' is geschreven door OKV-redacteur Daan Rau.