U bent hier

Nieuwe zuurstof voor het Mijnmuseum - Kolen, kompels en het leven in de cités

Turnfeest in het stadion van FC Beringen, op de achtergrond de Sint-Theodarduskerk van Beringen-Mijn, Archief Mijnmuseum.

 

Het vernieuwde Mijnmuseum in Beringen zet de mens centraal. Daarom focust het niet alleen op het werk van de kompel, maar ook op het leven van de mijnwerker en zijn familie in de cité.

 

 

boven- en ondergronds

 

De frisse scenografie van het Genkse Buro B zou de ongezonde werkomgeving bijna doen vergeten. Dat beeld wordt echter algauw rechtgezet door geluidsfragmenten, filmpjes en foto’s. Voor individuele bezoekers en gezinnen komen er nog altijd applicaties bij, recent nog een iPodtour in vier talen met de steun van Erfgoedcel Mijn-Erfgoed, en tegen deze zomer moet het Kinderpad operationeel zijn. 

 

Tot vorig jaar bevond het toen nog Vlaams Mijnmuseum zich op het gelijkvloers van het sociaal gebouw, waar vroeger een melkbar was en nu een cafetaria. Het vernieuwde Mijnmuseum verhuisde naar de eerste verdieping, zodat de bezoeker nu een eersteklas uitzicht heeft op de best bewaarde mijnsite in Europa.

 

Een maquette van de mijn anno 1957 helpt om de site te lezen: de twee schachtbokken, de ophaalmachinegebouwen, de kipzaal en de kolenwasserij waar de kolen gesorteerd werden, de elektriciteitscentrale, de koeltorens en het imposante badzalencomplex. In het opvallende gebouw in grijs beton met rode voegen, dat terugkwam in het kasteel van de mijndirecteur tegenover de mijnsite, bevonden zich de centrale burelen. 

 

Er liggen nog treinsporen waarlangs het zwarte goud naar de kolenhaven aan het Albertkanaal en verder naar Antwerpen, Luik en het buitenland werd afgevoerd. En van hieruit is ook de terril te zien die intussen een Vlaams natuurreservaat is geworden. Bij mooi weer kunt u vanop de top op zoek naar de schachtbokken en terrils van de zes overige mijnzetels van Belgisch Limburg: Zolder, Houthalen, Zwartberg, Winterslag, Waterschei en Eisden. 

 

De site heeft ook iets geheimzinnig door alles wat er na de sluiting in de ondergrond achtergebleven is, zoals stallen voor de paarden die in de beginjaren in de mijn werden ingezet, machinekamers met robuuste telegrafen, kolenschaven en ondersnijmachines die het werk mechaniseerden, en in Beringen alleen al meer dan honderd kilometer steen- en galerijgangen.

 

De mijnsite van Beringen is vandaag in volle ontwikkeling. Rond de koeltorens wordt momenteel een zwembad gebouwd en verder plant be-MINE restauraties en herbestemmingen zoals horeca, kunstenaarswoningen en -ateliers, kantoren, winkel- en exporuimte, en vanaf 2017 een Provinciaal mijnmuseum dat het badzalencomplex en de kolenwasserij zal integreren.

 

 

interessantissimo

 

De opeenvolgende zalen van het Mijnmuseum brengen het verhaal vanaf de eerste proefboringen in Limburgse bodem door de Leuvense geoloog André Dumont in 1901 tot aan de woelige sluiting van de mijnen, voor Beringen was dat op 28 oktober 1989.

 

Het museum zoomt in op persoonlijke familiegeschiedenissen, zoals die van Rocco Berterame die na de Tweede Wereldoorlog Italië verliet voor een bestaan in de mijn van Beringen. Zijn kleine koffer is het begin van een opmerkelijk familieverhaal in foto’s. Hij was een van de 50.000 arbeiders die Italië zou recruteren voor de Belgische steenkoolmijnen in ruil voor 2 tot 3 miljoen ton kolen per jaar. In het museum hangt nog een van de wervende affiches met daarop: “Attenzione!! Attenzione!! Interessantissimo”. Na de mijnramp op 8 augustus 1956 in Marcinelle, waarbij 262 mensen omkwamen onder wie 136 Italianen, stopte die overeenkomst. Vanaf dan werden Spanjaarden, Grieken, Marokkanen en Turken aangetrokken met de belofte van werkzekerheid.

 

In de ondergrond was iedereen gelijk - zwart - en gaandeweg ontwikkelde zich het Cités, de taal die nu nog altijd door de ex-mijnwerkers gesproken wordt. Op de zangerige tonen van het Italiaans, met de grammatica van het Limburgs, en met woorden uit het Italiaans, Grieks, Spaans, Frans en Engels.

 

Achter een fotowand met echte citératten kunt u verschillende anekdotes ontdekken. Op zaterdag-wasdag gaan douchen op de mijn voor vijf frank, bijvoorbeeld, of spelen op de terril en daarbij de garde en zijn hond te slim af zijn. De teneur is dat de mijnbazen streng waren, maar het leven in de cité comfortabel. In het interbellum hadden de tuinwijken al stromend water en elektriciteit, wat nog lang niet vanzelfsprekend was. Vlak na de oorlog werden Russen en Polen in barakken ondergebracht, in het zogenaamde Baltisch kamp, maar vanaf de jaren vijftig kon iedereen over een degelijke woning beschikken. De hiërarchie van de mijn valt nog altijd op: ingenieurs kregen een vrijstaande villa, bedienden betrokken tweewoonsten, arbeiders woonden het verst van de mijn in de cité. De mijn voorzag verder in het kinderheil, de mijnschool en de mijnkathedraal (kerk). Aankopen in het warenhuis van de mijn gingen rechtstreeks van het loon af, en zelfs het kattenkwaad van de kroost kon verrekend worden.

 

Ook ontspanning werd door de mijn georganiseerd: balletschool voor vrouwen en dochters, voetbal of roeien (tussen de kolenschepen) voor de arbeiders. Attributen zoals een cyclobalfiets, de trom van de muziekkapel, vlaggen en wimpels en foto’s van sportclubs en culturele kringen illustreren het rijke verenigingsleven. De spelers van FC Beringen mochten soms trainen tijdens de werkuren. Privileges, maar – zo wordt er ergens fijntjes opgemerkt – gelukkig nog niet zoveel als nu. In Beringen waren arbeiders bijna een uur onderweg naar hun werkplaats, met een gammel treintje op 800 m diepte. De steenkool zat te diep en te ver om te concurreren met bijvoorbeeld de Verenigde Staten, waar ze in een jaar tijd dezelfde hoeveelheid steenkool bovenhaalden als de mijn van Beringen in haar 67-jarig bestaan.

 

Het verhaal van de sluiting wordt verteld door getroffenen, vakbondsafgevaardigden en stakingsleiders.

 

 

mijnmuseum is de max

 

Afdalen in de mijn is niet meer mogelijk, maar op de Mijnzondagen, en voor groepen en scholen ook op andere dagen, kunt u dezelfde weg afleggen als de mijnwerker voor hij in de schacht werd neergelaten. In een van de duizenden kastjes vond hij zijn blauwe werkplunje, helm en verstevigd schoeisel. Elk haalde zijn eigen lamp en zuurstofmasker op in de lampenzaal, en de ploegchef ook een benzinelamp die waarschuwde voor het gevaarlijke methaangas. In de bezettingszaal kan de bezoeker zich een idee vormen van hoe de ploegen werden samengesteld. Tekorten werden aangevuld met mannen met spierballen op de reservebank.

 

De douchezaal met vierhonderd betegelde en afgeronde douchecellen spreekt tot de verbeelding. Het rumoer als het water te koud was. Het vuil dat wegspoelde. Beginnelingen vielen naar het schijnt op, want het duurde een tijd voor ze wisten hoe dat zwart eraf te krijgen. Vakbondslui mochten zich eerst wassen, zodat ze presentabel waren wanneer er iemand met een probleem kwam. 

 

De ophaalmachinist werd na drie kwartier al afgelost, want de lift bedienen was een zware verantwoordelijkheid. Alles was strak geregisseerd, en dat moest ook, tijdens de hoogdagen werkten er in de mijn van Beringen bijna 6.000 mensen. In het museum werd al duidelijk dat dé mijnwerker niet bestond. Hier werkten dus niet alleen kolenhouwers, maar ook elektriciens, mechanici, redders, vrouwen die de benzinelampen onderhielden, opzichters met de steigerstok met een meetlat om de voortgang van de werken te controleren. In de ondergrondsimulatie ziet u hoe de schietmeester of de boutefeu te werk ging. Heel wat ingenieurstermen uit het Frans kregen een Limburgse draai en misschien hoort u een ex-mijnwerker nog zeggen: “De loco liep fagiet in bouveau suud één op 27, just waarze de gieten geraveleerd en gehajeerd hebben.”

 

Het educatief computerspelletje Maximine, dat de Provinciale Hogeschool Limburg ontwikkelde, zal tegen de zomer deel uitmaken van het Kinderpad, maar men kan het nu al downloaden via de website van het Mijnmuseum. Wat moet zeker mee en wat mag zeker niet mee in de mijn? Hoe het hoofd koel houden tijdens een instorting? Eerst de echte mijnsite verkennen en achteraf spelenderwijs de beelden weer oproepen, voor ons testpubliek was het de max.

 

 

An Devroe

 


 

Info

 

Mijnmuseum

 

Open: maandag t.e.m. zondag van 10 tot 16 uur

Mijnzondagen (extra rondleiding in de mijngebouwen) van maart t.e.m. oktober, elke eerste en derde zondag van de maand om 11 en 14 uur

Gesloten: van 23 december 2013 t.e.m. 1 januari 2014

Koolmijnlaan 201

3582 Beringen

Tel. 011 45 30 25

www.mijnmuseum.be

Reservaties:

Toerisme Beringen

Koolmijnlaan 203

3582 Beringen

Tel. 011 42 15 52

toerisme@beringen

 


 

OKV-archief

 

Industriële archeologie. Het verleden van onze toekomst OKV, 1989, nr. 4

Mijnerfgoed in Limburg OKV, 2009, nr. 2

www.tento.be