U bent hier

OKV plus 2002.3

OKV plus 2002.3

Edito

Heeft het nog zin?

Het is een trend en hij is niet te stuiten:  de  mega­manifestatie.

Denk maar aan Brugge 2002, Anno '02 en wat verder terug het Van Dijck-jaar. En dan nu Europalia er nog eens bij.  Qua traditie staat die organisatie het sterkst, denk maar aan de  vele schitterende tentoonstellingen in het verleden.  Het verre verleden eigenlijk. De laatste jaren sluimert Europalia een beetje. Tegenvallende bezoekcijfers, financiële problemen en weinig interessante tentoonstellingen.

Wanneer je deze OKV-Plus in de bus krijgt is het Europalia gebeuren weer van start gegaan. Nou ja, gebeuren. Dat impliceert beweging, en dat is er niet bij.

Europalia Bulgarije is een mager beestje.

Dat er politieke druk is en een verregaande financiële tegemoetkoming van de organisatie aan het gastland  is nu wel  geweten, maar wat levert het op? En volgend jaar komt  Italië aan de  beurt. Opnieuw eigenlijk, want dat land stond al eens in de kijker. Handig is het natuurlijk wel, op die manier kan men dan nog een tijdje doorgaan.

Of zielig natuurlijk, want men zou ook de bedenking kunnen maken dat in een sector waar verschillende musea het water aan de lippen staat, een dergelijke vertoning nogal pervers kan overkomen.

Misschien is het beter eerst de  eigen culturele instellingen van degelijke werkingsmiddelen te voorzien en  een degelijk beleid op poten te zetten. Daar is uiteraard moed en een visie voor nodig, en er is minder prestige aan verbonden.

Nou ja, prestige.

Eén tentoonstelling over de  Scythen die  al een tijdje reist en dus alles behalve  exclusief is en twee expo­ sities over iconen en Bulgaarse volkscultuur waar niemand  echt zit op te wachten.

Prestige?

Europalia is op sterven  na dood.

En sommige dingen reanimeer je beter niet.

 

Michel Peeters


INHOUD

 

Musea 

           Voor  mij een  MAC's graag

Informatief

·         Over  torentjes en zo

·         De wending in het Muhka

·         Herwig Verhovert

Expo

·         'Films-tekeningen' Jan Fabre

·         Besloten wereld, open seminarie

·         Meesterlijke Middeleeuwen

·         Geen groot genie zonder een greintje waanzin

·         Bekijk het eens vanuit een ander perspectief

Undercover

·         Living Tomorrow

In de kijker

·         Filip Naudts en het zwarte licht

De keuze van de redactie


IN DE KIJKER - Filip Naudts en het zwarte licht

 

 

Een onopvallend huis met een reeks foto’s voor het raam zodat het binnenshuis verduistert is. Een voorkamer volgestouwd met materiaal, een computer, papieren en foto’s natuurlijk.

 

Daarachter de opnamestudio, eenvoudig en wat benepen, de tweede kamer van wat in Vlaanderen zo gracieus een 'salon­suite' wordt genoemd. Het is niet indrukwekkend, niet artistiek, niet hip, het is een werkplaats. Sommige van de foto's die her en der aan de muur geprikt zijn, komen me bekend voor. Ik heb ze reeds ergens gezien, ze zijn niet van een 'gewone' fotograaf.

 

 

Een start vanuit de praktijk

 

Filip Naudts (°1968) is niet een van die kunstenaars die aan een academie zijn opgeleid. Hij leerde het vak onder leercontract, met zijn voeten ten volle inde praktijk, bij reclamefotograaf  Benny De Grove in Merelbeke .Via de middenstandsopleiding verwierf hij zijn vestigingsattest. Je zou verwachten dat hij van hieruit zou starten met een eerbare fotozaak en braaf huwelijksreportages zou maken. Niets daarvan bij Naudts. Als eindwerk voor zijn opleiding maakte hij een reeks portretten va n artiesten: muzikanten en kunstenaars. Bea Van der Maat was daar een van en ze was blijkbaar tevreden over het resultaat. Er volgde immers meer.

 

Tot nu is Naudts naast fotograaf ook documentalist in het Provinciaal Museum voor Fotografie te Antwerpen. Duizenden foto's worden door hem bekeken,  bewaard  en gekoesterd. Hij geniet van die bij velen onbekende schat, maar ziet node hoe weinig geld er is voor de goede conservering van zoveel historisch en kunsthistorisch belangwekkend materiaal. Het wordt er overigens niet beter op, de provincie moet bezuinigen, hijzelf verlaat zijn job en wordt wellicht niet vervangen.

 

Naudts schrijft voor het tijdschrift 'Foto'. En heel af en toe geeft hij een boek uit of zou toch willen dat het gebeurde.

 

 

De 'madammen' van Filip

 

Hij fotografeert vrouwen (hij noemt ze een beetje lacherig en ernstig tegelijk 'madammen'), dat was zo in de reeks 'Auromatic' en dat is eveneens zo in de reeks die hij nu gaat tonen. 'Erfenis van het moederlandschap' heeft h ij de reeks genoemd. Ik heb hem niet naar de betekenis van deze titel gevraagd, hij is een beetje enigmatisch . Je hebt het gevoel hem te begrijpen, te vatten en toch - bij nader inzien - ontglipt hij je. Misschien moeten we de foto's maar eerst eens be kijken .

 

Het gaat om een reeks va n tien foto's:  tien vrouwen  in een landschap.  De vrouwen zijn min of meer bekende vrouwen, ze komen in de media. De foto's zijn honderd ten honderd geregisseerd  door de fotograaf. "Dat ging soms zeer moeilijk", bekent hij. De vrouwen  zijn soms onherkenbaar, zelfs zijzelf herkennen zich soms niet. Bij de opname is er een soort van transformatieproces aan de gang en voor de fotograaf is dat beter te meten wanneer hij werkt met beken de gezichten.

 

 

Terug naar de moederschoot

 

Alle foto's zijn opgenomen in het park van het Kasteel van Beervelde, het kasteel waar in de kelders Raveel, Lucassen, Elias en De Keyser zich mochten uit leven in de tijd van de vader van de huidige graaf de Kerckhove de Denterghem. Het park is een schitterend stuk natuurgebied in het fel geürbaniseerde en vooral voor en door tuinbouw verhakkelde  land rond Lochristi waar Filip Naudts woont. Het is een park met eeuwenoude bomen, duistere groen­partijen en niet te vergeten een ruime vijver.

 

Voor de fotograaf speelt dit park duidelijk de rol van ongerepte natuur, de natuur die haar gang gaat zonder bedreigend te zijn, die geborgenheid en bescherming biedt en die het leven laat open bloei en. Een park als een moederschoot.  Het is niet het echte paradijs, het is er een lichtdrukmaal van, een schijnsel op de wand van de grot, het is een erfenis van het moederlandschap dat er eens was.

  

 

Wat zien we nu eigenlijk?

 

De vrouwen worden in dit park geplaatst. De fotograaf beweegt  hen zodanig dat ze er zich thuis voelen, ze vinden er hun plek of ze zoeken ernaar. En dan komen daaruit die schitterende foto's. Het zijn beelden die je pakken. De referenties naar de kunstgeschiedenis zijn legio, ik weet niet eens of het de bedoeling was van de fotograaf, ik stel gewoon vast. Is het beeld van de fadozangeres Lula Pena niet dat van een Moeder van Smarten? Kunnen we anders dan aan Rembrandt denken bij het zien van de plassende Jits Van Belle? En is de foto van Sabine De Vos die de mannelijke figuur omarmt, geen perfecte weergave van een verstild prerafaëlitisch schilderij?

 

De mannelijke figuur waarvan sprake is de fotograaf zelf, hier staat hij als een vogelverschrikker, de armen gespreid, zoals het zwarte beeld van Thierry de Cordier dat zich in het SMAK bevi ndt. Of het is een Christus beweend door Maria Magdalena. De fotograaf is nog in een foto aanwezig met name in 'Zelfportret met Bloem de Ligny'. Hij heeft zes beelden, uit telkens een andere hoek genomen, gecomponeerd tot een panorama van 360°, niet Bloem de Ligny is het centrum van de foto maar het alziend oog van de kunstenaar.

 

 

Hoe zwart toch kan stralen

 

Alle foto's zijn analoog gemaakt maar digitaal afgewerkt. De beelden beroeren mij als leek in de fotografie. Ik word aangesproken door hun beeldwaarde, door hun referentie naar beelden uit het verleden en hun kracht die ze nu hebben voor mij. Maar evenzeer treft mij de kwaliteit van de grijswaarden, of zou ik hier beter zeggen de zwartwaarden. Stefan Beyst verwoordt  het in zijn tekst over deze reeks erg sprekend: "Naudts' in zichzelf gekeerde vrouwen  hullen zich in het schemerduister van het park waarin iets overleeft va n de intimiteit van het gedempte licht in een interieur. Maar hoe meer we ons laten fascineren door dit licht, hoe meer het tot ons doordringt dat dit niet het licht is van de zon dat wordt getemperd door het gebladerte van de bomen of de schemerzones tussen dag en nacht. Het is een onwerelds licht, een soort uit zichzelf lichtende ether die de vrouwen omhult en zelf de stof lijkt te zijn waaruit ze zijn gemaakt. In 'Antje De Boeck' lijkt de lichtende ether zelfs zwart te zijn en het wit uit het beeld te verdrijven. Zag men zwart ooit stralender lichten?".

 

Filip Naudts ziet zijn werk niet als hedendaagse fotografie. "Het is gewoon mijn ding", zegt hij, "de wijze van een beeld maken is totaal anders dan de hedendaagse fotografie voorschrijft." Ik vind die bewering niet echt relevant, ze doet niets af van de waarde van het werk en vermindert in generlei mate het genot dat ik eraan beleef. Trouwens ik ben niet erg voor voorschriften in de kunst.      

 

Daan Rau

 


EXPO - ''Films - tekeningen'' Jan Fabre

''de eenvoudigste manier om van een vierkant een vliegend tapijt te maken ''

 

 

Vanaf 12 oktober worden in het S.M.A.K. films en tekeningen van Jan Fabre getoond. Een keuze uit de periode 1978 – 2002.

 

 

Tovenaar

 

"Ik voel het tot in het merg van mijn botten. Ik ben geboren om een groot kunstenaar te worden. Ik ben gedoemd om belangrijke werken te creëren .", schrijft Jan Fabre op 15 augustus 1982 in zijn dagboek. Hij is dan24 jaar oud en veel bezig met performance-art. "Die stelt de essentie van kunst in vraag. Ze confronteert de kunsten aar met zijn eigen fysieke en mentale grenzen, waardoor hij de meest essentiële vragen stelt omtrent zichzelf, zijn bezigheid en de algemene vergankelijkheid va n het leven." Ondertussen geniet Fabre internationale erkenning als theaterman, choreograaf en beeldend kunstenaar. De cyclus van leven en dood staat nog steeds centraal in zijn oeuvre. Kunst moet "magisch" zijn en nieuwe rituelen laten ontstaan.

 

"Wij kunstenaars moeten tovenaars blijven die met liefde en warmte de toeschouwer kunnen veranderen in een wild zwijn of een kalm lammetje, genezen of juist ziek maken, zodat hij voelt dat hij nog een lichaam en een hart heeft."

 

In het mythologisch  universum van Fabre spelen insecten en roofdieren een belangrijke rol. De achterkleinzoon van insectenkenner Jean Henri Fabre is bijzonder gefascineerd  door mogelijkheid tot metamorfose en door de passage waarin deze zich voltrekt.

 

 

"Zoveel als ademen"

 

"Tekenen is een metamorfose van tekens die van gedaante wisselen zoals insecten", zegt Fabre. "Voor mij is tekenen de eenvoudigste manier om van een vierkant een vliegend tapijt te maken. Om van een insect een hemellichaam te maken. Alles is mogelijk in de tekening". In het S. M.A.K. worden meer dan 250 tekeningen getoond, in reeksen.  Jan Fabre en Jan Hoet hebben gekozen voor zelfstandige tekeningen, niet voor de vele werktekeningen die hij tijdens film- en theaterproducties maakt.

 

In de "bloedtekeningen" (79/82) tekent Fabre landschappen met zijn eigen bloed .Metafoor voor leven en dood en een schrijnend zoeken naar lichamelijke overdracht.

 

"Ilad of the Bic Art" uit '8o bestaat uit een reeks tekeningen gemaakt tijdens een performance. Ilad is een omkering van Dali, de publiciteitspaus van de kunst. Fabre bewerkte onder meer reproducties van grote schilders met een blauwe bic en pinde ze aan de muur. De term "bic art" lanceerde hij toen in die geest, en kunstcritici zijn hem in alle ernst blijven gebruiken.

 

"De vervalsing van het geheime feest" (1985) is een reeks met een sterk politiek­sociaal getinte inhoud.  In 'overtekeningen' van reportagefoto's en burgerlijke kunst worden thema's als dood, geweld en terrorisme becommentarieerd .

 

 

Bic blauw

 

Jan Fabre houdt van het "uur blauw",  het moment waarop de nachtdieren gaan rusten en de dagdieren ontwaken, een suprème moment waarin ondefinieerbare dingen gebeuren."

 

"Toen ik daarover las, verbleef ik veel in de natuur en daaruit zijn mijn eerste grote tekeningen ontstaan. Ik volgde insecten op papier en zo ontstonden lijnen die steeds dichter bij elkaar kwamen te liggen en anderzijds ontstond er ook een splijting van de ruimte. Het ging in die tekeningen om het creëren van nieuwe ruimten zonder vast te houden aan het gewone perspectief,  eerder om het scheppen van verschillende lagen over elkaar waarbij, door het lijnenspel, men een reiziger wordt die telkens nieuwe ruimten schept."

 

Het onnatuurlijke bic blauw wordt een handelsmerk in de jaren '80. Jan Fabre gaat -met monnikenenergie- grote oppervlakken be-biccen. In de eindeloze monotone handeling is er sprake van een h ast erotische omgang met het materiaal. "Je voelt je één met de handeling en de blauwe kleur." Het principe van tekenen als de kunst van het weglaten wordt door Fabre omgedraaid. "Ik beteken en laat de tekening ontstaan en herteken. De lijn geeft me betekenis en geeft richting naar de in houd."

 

In 1988 laat hij in Künstlerhaus Bethaniën (Berlijn) vloer, plafond en wanden van een ruimte adembenemend mooi blauw bebiccen. Alles vibreert door de wirwar van honderdduizenden lijnen. Naar aanleiding van de voorstelling  Prometheus Landschaft, door 8 acteurs om 4 uurs'ochtends opgevoerd, wordt een film gemaakt.

 

 

 De vlieg en de kever

 

"Hé wat een plezierige zottigheid" dateert van hetzelfde jaar. In deze film zien we hoe Fabre behoedzaam een blauwe glazen uil te water laat. De film is een aanvulling op een installatie met 7 blauw bebicte badkuipen.

 

In 1990 laat Fabre een paar tientallen helpers een volledig kasteel blauw biccen. Geen deurknop laten ze onberoerd . Tivoli, nabij Mechelen, wordt getransformeerd tot een hallucinant blauw fort.

 

Een 10 minuten durende film documenteert deze tot sculptuur geworden tekening.

 

In het S.M.A.K. worden een 20-tal films getoond; van vroege registraties van performances tot opnames in samenwerking met Bilt Forsythe (Engel van de dood) en Dietmar Kamper en Peter Sloterdijk (The problem).

 

Met de Russische kunstenaar llya Kabakov maakt hij in 1997 "Een ontmoeting/Vstrecha". Kabakov's ironische identificatie met de vlieg en Fabre's vereenzelviging met de kever leidde tot een fascinerende en bijwijlen hilarische Russisch/Nederlandse dialoog. Daadwerkelijk gekostumeerd in insectenoutfit op een New Yorks dakterras en in een kelder.

 

Wil u meer weten over de vitalistische doodsdrift van de kever en de wonderlijke organisatie van de vliegenmaatschappij, dan kan u vanaf 12 oktober in het S.M.A.K. terecht.

 

Els Nouwen

 

Praktisch:

S.M.A.K

Citadelplein

9000 Gent

09/221.17.03     

museum.smak@gent.be

www.smak.be


UNDERCOVER - Living tomorrow

 

 

De man achter de balie verzekert ons er van dat je zonder gids alleen een salon met televisie, gordijnen en toffe dingen ziet.

 

Ze zet de auto in de garage en loopt naar haar levensgezel die in zijn bureau aan het werk is. Ze begroeten elkaar vluchtig.

• "Is het goed dat ik een film kijk?" vraagt ze terwijl ze zich nonchalant in een geel zeteltje van het Home Theatre nestelt, de afstandsbediening in de hand.

• "Ja, gaan we straks uit eten?"

•  "Vandaag niet, ik ben 1 kilo aangekomen ... "

 

Het Home Theatre bevindt zich op de eerste verdieping van het Huis Van de Toekomst en is volledig geïsoleerd zodat je geen rekening hoeft te houden met de andere bewoners.

 

Dat het individualisme hoogtij gaat vieren is een indruk waar ik me niet van kan ontdoen.

 

 

Spanning en ongeloof

 

Dankzij een aanbeveling met bon in het magazine "Klasse voor Ouders" besluiten we om een tiental jaren vooruit te kijken. In Vilvoorde hopen we dat de wegaanduiding met vermelding "Living Tomorrow" ons naar het Huis van de Toekomst zal leiden zoals gepland.

 

Het binnentreden van het Huis geeft me een vergelijkbaar gevoel als toen een vriendin mijn hand ging lezen. Met een menging van spanning en ongeloof vraag ik wanneer de volgende rondleiding plaatsvindt.

 

De man achter de balie verzekert ons ervan dat je zonder gids alleen een salon met televisie, gordijnen en toffe dingen ziet. De gids vertelt de achterliggende informatie en laat allerlei dingen gebeuren. Onze nieuwsgierigheid groeit. We hebben nog even de tijd om op het terras van een eigentijds drankje te genieten terwijl de kinderen zich uitleven op enkele futuristisch aandoende speeltuigen in zwart en grijs. Zijn kleuren  in de toekomst dan niet meer belangrijk voor kinderen?

 

 

Een robot in maatpak?

 

Een bezoek aan het toilet eindigt verrassend wanneer dit zonder enige merkbare aanwijzing doorspoelt. Als ik achter een klapdeur een merkwaardig urinoir opmerk, is een kleine kreet van verbazing moeilijk te onderdrukken.  De pictogrammen aan de muur verduidelijken dat het hier om een vrouwenurinoir gaat. Spijtig dat ik dit niet eerder heb opgemerkt.

 

Onze gids in streng klassiek maatpak, komt vertellen dat de rondleiding begint.

 

Eerlijk gezegd had ik me hem in een moderner outfit voorgesteld, de toekomst in acht genomen. Hij praat ook vlot en maakt geen robotachtige bewegingen ... Als enige bezoekers maken we in de in komhal kennis met een sprekende lift en wordt het ontstaan en de idee achter "Living Tomorrow" uit de doeken gedaan nl. kennismaken met de nieuwste technologieën in een herkenbare huis- en kantooromgeving.

 

We bevinden ons in het tweede Huis. Het eerste is gesloten omdat de tijd het tentoongestelde heeft ingehaald.  Onze groep is ondertussen uitgegroeid tot een tiental personen.

 

Ons vertrouwen in de man in maatpak maakt plaats voor enig wantrouwen op het moment dat hij een vrijwilliger vraagt om de vingers tussen  de deur te steken . Liefst geen kinderen want hij wil geen onnodig risico lopen. Alvorens ik hem ervan kan weerhouden, stelt mijn vriend zich kandidaat. Wat voorspelbaar was: de deuren zijn zo ontworpen dat de vingers worden weggeduwd!

 

 

Science Fiction?

 

Na het high tech sanitair weten we dat het toilet binnenkort met 2 à 4 liter regenwater doorspoelt en wordt het vrouwen­ urinoir standaard in openbare gebouwen. De centrale ruimte heeft een schuin dak met semi-transparante fotovoltaïsche cellen die op een zonnige dag een wisselend schaduwspel  garanderen op de met de nieuwste technieken beschilderde muren. De dakramen gaan automatisch toe als het regent en het licht gaat aan en uit op stemcommando.

 

In de woonkamer met klimaatregeling maken we kennis met interactief televisie kijken. Via het beeldscherm aan de muur kiezen we welke film we willen zien op welk moment, krijgen we in formatie over de kleding van de acteur die we aanduiden, bestellen we een nieuwe lamp ...

 

Het domoticasysteem  zorgt ervoor dat de sfeer op stemcommando plots romantisch wordt. Het Huis heeft blijkbaar and ere plannen want er weerklinkt een luide beat. Op de vraag om de open haard te laten branden, was dezelfde muziek het antwoord. Hopelijk staat dit systeem  nog niet volledig op punt, anders heeft het een eigen brein en staan ons nog meer verrassingen te wachten.

 

 

Een kameleon in de keuken

 

Vervolgens komen we in de kameleon­keuken en -eetkamer. Met stemcommando zien we eerst een ontbijtkeuken met aanrecht, dan een diep uitgeschoven dinerkeuken. Hoge kasten komen uit de muur en verlagen zich zodat ook rolstoelgebruikers probleemloos kunnen kijken wat de inhoud ervan is. We zullen geen kasten  meer moeten doorzoeken om te weten wat we in huis hebben. De centraal opgestelde computer is van alles op de hoogte. Hij zorgt ervoor dat we, weer op stemcommando, op tijd inkopen doen via internet die aan huis geleverd worden door het doorgeefluik met delivery-box. Deze bevat zelfs een bewaarruimte met koelgedeelte.

 

Elke ruimte kan gestofzuigd worden zonder dat we het onhandige ding achter ons moeten trekken . De darm wordt aangesloten op een bevestigingspunt in de muur en het stof komt samen  in een daarvoor bestemde zak in de garage of kelder.

 

Onze wandeling op het gelijkvloers eindigt in de garage van de toekomst waar het brein van het hele huis achter glas staat te pronken. 

 

 

Een cinema thuis

 

Langs de trap komen we langs de tussenverdieping met zicht op de binnenvijver en een kunstwerk van Hubert Minnebo. De gids verzekert ons dat het nu pas echt spannend zal worden voor de kinderen.

 

We betreden het Home Theatre  en nemen plaats in de gele zetels. "Dit internet entertainment centre integreert inkasting, zwevende vloer, akoestisch  entertainment van de volgende generatie". We bevinden ons eigenlijk in een kleine cinema. Waar is de popcorn?

 

De gids demonstreert hoe op het reuzenscherm het internetsurfen vanuit het aansluitende Home Office gevolgd kan worden. "Alles loopt langs hetzelfde hogesnelheidsnet: data- en stemverkeer, domotica, beveiliging, televisie, alles gebaseerd op het Internet Protocol". Thuiswerken  wordt de regel. Het Home Office is eigenlijk een cockpit die als een sas op een cirkelas rolt, hetgeen toelaat afgesloten te worden van het Home Theatre indien gewenst.

 

 

Big Brolher

 

In één zone zijn slapen-baden-slapen ondergebracht.  De slaapkamers van volwassenen en kinderen staan opgesteld rond een centrale badkamer. Bedden zijn aanpasbaar aan de lichaamsbouw. Zogauw je gaat liggen vertelt de computer hoe het met je slaapritme gesteld is, of je voldoende lichaamsbeweging hebt gehad en hoe het met je gewicht gesteld is. Deze informatie kan nuttig zijn en zolang de resultaten positief zijn zal het onze nachtrust ten goede komen. Het zou echter ook kunnen dat je na de analyse zo overladen  wordt met schuldgevoelens en complexen dat je geen oog meer dicht doet. Dan kan je nog altijd aan de computer vragen om de kamer te installeren om televisie te kijken. Het bed zet zich in de meest comfortabele positie maar de televisie komt niet. Hij is geblokkeerd aan de badkamer. Deze technologie staat nog in zijn kinderschoenen.

 

Zo komen we aan de kinderkamer die uitgeeft op het dakterras met ingebouwde zandbak. Het meubilair is verrolbaar omdat kinderen van verandering houden. Het bed op wielen laat niet toe om erop te springen. Het lieve kind zou aan denandere kant van de kamer terechtkomen.

 

Ook de badkamer ontsnapt niet aan de health-rage: temperatuurregeling, water­ en stoomvernuft, sauna met therapeuti sch effect. Als je om de ene of andere reden de slaap niet kan vatten,  kan je hier alsnog tot rust proberen te komen.

 

 

Een virtuele secretaresse

 

Als laatste bezoeken we het Office of the Future Prototype (OFP). Een paar passen voor de bezoeker maar tegelijk een sprong van 10 jaar in de toekomst.  In het OFP worden visionaire oplossingen getoond uit de meest prestigieuze labs en partnerbedrijven.

 

Via een magnetische kaart worden alle gegevens van de gebruiker doorgestuurd zodat het OFP zich volledig aan zijn nieuwe bezoeker aanpast. Het computerprogramma wordt opgestart, persoonlijke muziek weerklinkt, de klimaatregeling wordt aangepast. Zo krijg je toch het gevoel dat je je persoonlijke office binnen stapt.

 

Het persoonlijke contact wordt gereduceerd tot virtuele figuren op het immense scherm dat een hele wand bestrijkt.

 

We krijgen nog een filmpje te zien dat ons een beeld geeft over hoe het Huis in de praktijk in gebruik wordt genomen.

 

Ze zet de auto in de garage en loopt naar haar levensgezel  die in het Home Office aan het werk is. Ze begroeten elkaar vluchtig.

• "Is het goed dat ik een film kijk?" vraagt ze terwijl ze zich nonchalant in een geel zeteltje nestelt, de afstandsbediening in de hand.

• "Gaan we vanavond uit eten?"

 

 

Beste wensen

 

Door het Huis van de toekomst of Living Tomorrow te bezoeken, krijg je een beeld van hoe wonen en werken er binnenkort uit kan zien.

 

Een gezonde dosis fantasie en humor maken de zakelijke rondleiding wat losser en aangenamer. De gids was niet in de mogelijkheid om de toekomstige  gebruikers van het Huis, Jules (6j) en Ona (5j), te boeien .

 

De abdij van Grimbergen ligt vlakbij en het is mooi weer...  Laat de toekomst maar even wachten!

 

Lea Van de Wijngaert


Praktisch:

Living Tomorrow

lndringingsweg 1

18oo Vilvoorde

02/263.01.33

www.livtom.com


MUSEA - Voor mij een MAC's graag

 

 

Nieuw museum voor hedendaagse kunst in Wallonië opent haar deuren.

 

De Waalse tegenhanger van Jan Hoet is ongetwijfeld Laurent Busine. Vanuit zijn Paleis voor Schone Kunsten in Charleroi schonk hij ons de laatste decennia een reeks schitterende tentoonstellingen. Bij elke Europalia haalde hij er de beste tentoonstelling uit zoals de onvergetelijke Egon Schiele bij Europalia Oostenrijk en de Japanse etsen bij Japan. Bij elke tentoonstelling hoorde een mooi uitgegeven catalogus die telkens hetzelfde formaat hadden en waarmee je in je bibliotheek een hele plank kon vullen: Rodin, De Chirico, etc...

 

Maar er was één frustratie. De man die als Belgisch commissaris voor de Biënnale van Venetië (100ste verjaardag  - 1995) jonge Belgische talenten kansen gaf, bezat géén eigen verzameling.

 

 

Zonder partijkaart geen museum?

 

Weliswaar bezit Luik een museum voor Moderne Kunst met zelfs de enige Picasso in openbaar bezit in dit land, maar echt fier kan Franstalig België op dit ouderwets en fel gepolitiseerd museum niet zijn. Want in dat bedje zijn vele musea in Wallonië ziek. Hun conservators worden niet altijd aangesteld op basis van capaciteiten, maar op basis van de juiste partijkaart en dat geldt in Wallonië trouwens voor vele kunstdisciplines.

 

Tegelijkertijd worstelt Franstalig België met een industrieel verleden en met de bijhorende, soms schitterende, sites die dikwijls in verpauperde buurten liggen. Een nieuw museum voor hedendaagse kunst op zo'n site zou dus twee vliegen in één klap slaan: een re-engineeringsproces voor een buurt en de uitbouw van een hedendaags imago gekoppeld aan een rijk verleden.

 

 

Terug de mijn in

 

Het nieuwe Museum voor Hedendaagse Kunst  in Franstalig België ligt op één van de mooiste industrieel archeologische domeinen van Noord-Europa: de vroegere steenkoolmijn van Le Grand-Hornu.

 

Het deels gerenoveerde en deels nieuw opgetrokken museumgebouw heeft ingangen op verscheidene plaatsen van het domein, dat dankzij het werk van de vereniging "Grand-Hornu Images" sinds de jaren '90 een toeristische, culturele en wetenschappelijke groeipool is geworden. Die vereniging hield er de laatste jaren opvallende tentoonstellingen rond vormgeving. De gebouwen zijn ontworpen door Pierre Hebbelinck, een jonge Luikse architect en stedenbouwkundige.

 

 

Oud gebouw met eigen tafels

 

De geklasseerde gewezen steenkoolmijn van Le Grand- Hornu is representatief voor de industrialisering van de 19de eeuw. De neoklassieke architectuur van het domein integreert industrie met woningbouw en verwijst naar het utopische principe van de ideale arbeidersstad dat in Frankrijk door Nicolas Ledoux was ontwikkeld . De ge bouwen verzoenen op harmonieuze wijze een hedendaagse creativiteit met de herwaardering van het erfgoed.

 

De hedendaagse kunst wordt niet opgesloten in het patrimonium, dat op zijn beurt niet door de hedendaagse kunst wordt uitgehold . Oude en moderne architectuur komen allebei volledig tot hun recht. De glasramen lijken op de oude vensters aangebracht. Aan de bakstenen muren is niets veranderd . De tentoonstellingswanden vormen een tweede huid, parallel met de ongelijkmatige muur.

 

De natuurlijke verlichting van de geëxposeerde werken is één van de fundamentele opties va n de museagrafie va n het MAC's. De verlichting van de zalen werd in het laboratorium bestudeerd. Voor het interieur en meer in het bijzonder het restaurant, heeft het museum een beroep gedaan op Belgische creativiteit: de tafels werden door een Belgische meubelmaker speciaal voor het MAC's ontworpen.

 

Ze komen binnenkort onder het label "Table MAC's" op de markt.

 

 

Kunst voor het volk

 

Als echo van het verleden, heeft Laurent Busine het MAC's een eigen karakter gegeven, een weerspiegeling van zijn sociale visie, namelijk de hedendaagse kunst voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk maken. De eerste resultaten van dit opzet zijn reeds zichtbaar in de streek, die tot voor kort als de kansarmste van het land werd beschouwd maar op benijdenswaardige wijze in haar reconversie slaagt. De voordrachten over hedendaagse kunst die Laurent Busine in middelbare scholen geeft, zijn besprekingen van kunstwerken in de huisjes van de oude mijnwerkerswijk, zijn streven om leken aan te trekken en de kunst door middel van didactische en pedagogische instrumenten begrijpelijk en toegankelijk te maken. Zo is er bijvoorbeeld een vulgariserend tijdschrift voor hedendaagse kunst, DITS.

 

 

Minimac

 

Het nieuwe tijdschrift van het Musée des Arts Contemporains, dat tweemaal per jaar zal verschijnen, zal zich op specifieke thema's richten, om te ontsnappen aan de dwang van een steeds meer evenement­gerichte actualiteit.

 

In plaats van zijn achtergrondartikels,volgens een programma te kiezen, zal het blad voor elk nummer een thema ontwikkelen dat het meest relevant lijkt voor de huidige stand van zaken in de hedendaagse kunst.

 

Verder is er een krant voor kinderen, ouders en leerkrachten - de MINI MAC's. Elk nummer is volledig gewijd aan een werk uit de collectie van het museum en de kunstenaar die het heeft gemaakt. MINI MAC's verschijnt tweemaal per jaar.

 

Nummer 5 (september 20 02) is gewijd aan de Belgische plastische kunstenares Ann Veronica Janssens.

 

 

Busine laat zich gaan

 

Het splinternieuwe museum opent met de tentoonstelling het Herbarium en de Hemel. Laurent Busine volgt in deze eerste expositie twee grote richtingen, die elk op hun eigen manier worden ontwikkeld : de opsomming van beelden van mensen in hun leven en hun dood, in de herinnering en het geheugen.

 

Ten tweede de inventaris van de beelden van de wereld in de natuur en de bouwsels van de mens, de mogelijkheid om ze te klasseren, de onmogelijkheid om ze te vatten.

 

"Om  voltooid te worden, moet het museum door de blikken van zijn bezoekers worden gebouwd. Een museum - en  zeker een museum voor hedendaagse kunst - is een plaats waar ontmoetingen ontstaan tussen de bezoeker en de werken die zich aanbieden om  te worden ondervraagd. Het mag in geen geval een plaats zijn waar een gevestigde cultuur of kennis wordt verspreid. In dat geval zou men het echte doel van het museum over het hoofd zien: rijkdom en diversiteit leren ontdekken door de kennismaking met beelden en objecten die mensen samenbrengen. Het Museum van  ledereen is het Museum van Elkeen.", aldus een bevlogen Busine.       

 

Peter Wouters


Praktisch:

MAC's

Site du Grand-Hornu

Rue Ste Louise, 7301 Hornu (bij Bergen)

t. +32(0)65/65.21.21,

info.macs@grand-hornu.be

Open alle dagen van 10-18 uur, behalve op maandag, 25/12 en 01/01

 

HERBARIUM VAN DE HEMEL

De toegangsprijs voor individuele bezoekers bedraagt € 6,00.

Open din. t/m zon. 5 januari, 10-18 uur

(gesloten op maandag, 25 december en 1 januari)


INFORMATIEF - Over torentjes en zo

 

 

Wie onder u heeft er nog nooit een burcht bezocht? Het zullen er niet veel zijn. Blikvanger bij uitstek is dan natuurlijk dat gedeelte, waar de ‘ridders’ woonden, de donjon.

 

 

Maar wat is dat nu  eigenlijk , zo'n donjon? Bij OKV verscheen er zopas een boekje, waarin u dat allemaal uit de doeken wordt gedaan. Misschien  een tip voor een verbouwing?

 

 

Wat is een donjon?

 

Het woord "donjon" wordt door castellalogen gebruikt voor de als toren uitgebouwde woning van de middeleeuwse adel.  Hij was het belangrijkste gebouw op een leengoed en als dusdanig de materiële exponent bij uitstek van de feodaliteit. Een donjon kon dus ook in min of meerdere mate militaire karakteristieken vertonen, doch in andere gevallen was zijn rol louter symbolisch.  Belangrijk is ook dat deze torenvormige woning onafhankelijk van gelijk welk ander gebouw op de burchtsite kon gebruikt worden. Dat betekent dus ook dat de verschillende verdiepingen via  de donjontrap konden bereikt worden en dus niet via één of ander aanpalend gebouw.

 

 

Bouw eens een donjon!

 

In de meeste gevallen bouwde een leenman niet onmiddellijk een stenen donjon op het pas verworven terrein. Aangezien een donjon vaak zo duidelijk de financiële draagkracht van zijn opdrachtgevers weergeeft kan men begrijpen dat de kersverse leenman niet altijd onmiddellijk over de nodige financiële middelen beschikte om aan de bouw van een stenen donjon, laat staan een grotere  burcht te beginnen. Vaak zal  hij, en soms ook nog zijn onmiddellijke nazaten, enkele decennia lang een hoeve uitbaten.

 

Niettegenstaande de donjon op de meeste kasteelsites waarschijnlijk het belangrijkste bewoonbare gebouw was, toch vinden we in burchtcomplexen nog een aantal andere gebouwen terug met uiteenlopende functies. Afhankelijk van de grootte van de burcht en va n het belang van de kasteelheer vindt men er de  grote zaal, de kapel, een aparte woning voor de kastelein, kazernes, stallingen, een gevangenis en een hoevecomplex.

 

 

Binnen langs het valluik

 

De kelder was in de meeste gevallen een opslagplaats. De waterput komt er echter zelden in voor. De  kelder vervulde echter duidelijk ook de functie van sokkelverdieping voor de bewoonbare niveaus. Daardoor bevindt de hoofdingang van de donjon zich meestal op de eerste verdieping, soms zelfs op de tweede. In vele gevallen bestaat de enige toegang uit een valluik. De verlichting is er zeer beperkt: meestal één lichtspleet, kleine rechthoekige vensters, soms ook een schietgat voorvuurwapens.

 

 De  ontvangstkamer bevindt zich meestal op de eerste verdieping, dus onmiddellijk boven  de kelder. Het is geen ruimte waar grote receptie s werden gehouden, maar door de aanwezigheid va n de hoofdingang op die hoogte was het meestal de ruimte waar eventuele bezoekers werden ontvangen. Die deur was aan de buitenzijde bereikbaar via  een houten trap. Zij was de meest kwetsbare plek van de donjon. Zij kon dan ook aan de binnenzijde met één of twee houten schuifbalken worden geblokkeerd .

 

 

Je kan er wonen want er is een latrine

 

Op het residentieel niveau speelde zich het dagelijks leven af van de kasteelheer. Men vindt er dan ook altijd een schouw, voldoende verlichting, vaak ook muurkasten en nissen. Het element, dat, naast de schouw, toelaat om dit vertrek het gemakkelijkst te lokaliseren, is de aanwezigheid van  de  latrine , zodanig zelfs  dat in woontorens met slechts één latrine ze altijd te vinden is op dit niveau. De vensters zijn er even talrijk en  even groot als op het ontvangstniveau.

 

 Er zijn geen concrete elementen om de slaapkamer van een donjon te identificeren. Meestal zijn het negatieve getuigen die toelaten deze verdieping van de andere te onderscheiden. De zoldering ligt duidelijk lager dan op het residentieel niveau. Andere vrij algemeen voorkomende kenmerken zijn de  kleinere vensters, het ontbreken van een schouw, van de zitbankjes in de vensternissen, zelfs van de  latrine, de muurkasten en de nissen.

 

 

Eén of meer kamers per verdieping?

 

In de  meeste donjons in onze  gewesten vindt  men slechts één kamer per verdieping. In meerdere Franse en Engelse donjons scheiden muren echter verschillende vertrekken van elkaar. Dergelijke woontorens bestaan bij ons niet. Wel kan men bij sommige grote donjons argumenten vinden om  aan te nemen dat ook daar de ruimte oorspronkelijk door houten wanden was onderverdeeld in kleinere vertrekken. Meestal wijst de aanwezigheid van meerdere schouwen op een zelfde verdieping daarop. Als de vensters bovendien zo zijn opgesteld dat elk kleiner vertrek voldoende licht kon ontvangen, dan wordt de onderverdeling van de ruimte wel zeer waarschijnlijk.

 

 

De donjon, ook een architecturaal symbool?

 

De donjon was in de eerste plaats de woning van de plaatselijke machthebber; afhankelijk van het geval kon hij ook in min of meerdere mate zijn uitgerust met militaire elementen. Een "woning" uitbouwen in de hoogte kan twee redenen gehad hebben: een militaire, omdat de verdediging van de burchtsite veel gemakkelijker kon gecontroleerd worden; een symbolische, omdat de opdrachtgever op die manier zijn politieke en financiële macht kon uiten. Het contrast tussen deze hoge stenen toren en de kleine vakwerkhuisjes zal zeker niet ontgaan zijn aan de middeleeuwse dorpsbewoners.

 

Dit uitstallen van macht was bovendien niet alleen van buiten te zien; ook de ontvangstruimte was vaak opgesmukt met een kruisribgewelf, beeldhouwwerk en muurschilderingen, die de kwaliteit van het gebouw letterlijk extra in de verf zetten.

 

 

Is een donjon vandaag nog bewoonbaar?

 

Ook vandaag zijn nog heel wat donjons bewoond. Wel moet rekening gehouden worden met het feit dat de burchten of kastelen rond of tegen een donjon gebouwd, met de tijd mee geëvolueerd zijn. De toegang tot de donjonverdiepingen gebeurt dan vaak niet meer uitsluitend via de oorspronkelijke trap, maar vanuit de aanpalende vleugels van het recentere kasteel. De donjonkamer is dus vaak nog slechts een bijkomende kamer in een reeks recenter gebouwde kasteelkamers. Ook een aantal donjons die vandaag alleen staan, zijn nog steeds opnieuw bewoond. Hedendaagse architecten proberen op diverse manieren om een donjon een nieuw leven te geven, ofwel met totaal respect voor de authenticiteit van de middeleeuwse elementen ofwel door een totale wijziging van de inwendige organisatie en circulatie, waarbij de middeleeuwse elementen vaak worden gereduceerd tot decoratieve achtergrond voor de nieuwe structuur.

 

Frans Doperé en Michel Peeters


Huizen in torens

De Zichemse Maagdentoren en andere donjons

AUTEURS:  Frans Doperé, Kjell Corens en Eduard Van Ermpen

VORMGEVI NG: Geert Verstaen

Formaat: 28 x 16 cm

60 bladzijden, 62 afbeldingen in 2 kleuren Uitgave: Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen

ISBN 90-76099-48-0

 


EXPO - Besloten wereld , open seminarie

 

 

In het kader van Brugge 2002 loopt dit najaar een tentoonstelling over handschriften in het Grootseminarie. Voorwaar een bijzondere, maar weinig gekende plek.

 

 

Terug bij elkaar

 

De handschriften, die de kern van de tentoonstelling uitmaken, zijn afkomstig uit de Vlaamse cisterciënzerabdij Ten Duinen (°1138, Koksijde, later Brugge) en haar twee stichtingen, Ter Doest (°1175, Lissewege, begin 17de eeuw gefusioneerd met Ten Duinen) en Clairmarilis (°1140, Saint-Omer). Ruim 700 handschriften van deze middeleeuwse collecties zijn vandaag nog bewaard,  in de Openbare Bibliotheek Brugge, het Grootseminarie van Brugge en de Bibliothèque de l'Agglomération te Saint-Omer. Enkele handschriften belandden in de loop der tijd in buitenlandse bibliotheken en instellingen.

 

De samensteller van deze tentoonstelling is Laurent Busine (zie ook artikel over het MAC). Volgens hem was het onmogelijk deze handschriften te tonen zonder de link te leggen naar het hedendaagse. Hij zocht drie kunstenaars aan om een eigentijds antwoord te formuleren op de verstilde wereld van de miniaturen.

 

 

Duifjes in de kerk

 

Jose Maria Sicilia (Madrid, 1954) studeerde eerst architectuur en vervolgens schilderkunst in Madrid (1975-1979). Hij woont nu afwisselend  in Spanje en Parijs, maar voelt zich ook thuis in New York. Hij schildert architectuur, landschappen, stillevens en bloemen, maar is ook graficus en maker van boekobjecten. Zijn werken zijn suggestief. Ze geven de werkelijkheid niet klaar en duidelijk weer. Het lijkt alsof we enkel echo's opvangen of schimmen zien achter mat glas. Dit geldt zeker voor de schilderijen van bloemen op de tentoonstelling, uitgevoerd in een gemengde techniek. Soms bieden de bloemen niet alleen inspiratie, maar ook letterlijk de materie voor het kunst werk. Geperst tussen twee bladen papier, vormen ze de 'inkt', de kleur, de vorm en de geur.

 

Van Sicilia is ook de installatie in de kerk: 250 terracotta duifjes, waarvan een aantal  tegelijk olielampjes zijn. Ze vormen een sfeervolle en betekenisvolle start voor een bezoek aan de tentoonstelling.

 

 

Vibraties van  ingetogen leven

 

David Claerbout (Kortrijk, 1969) is de jongste van de drie. Hij studeerde aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen (1992-1995) en aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunst in Am sterdam (1996). We lezen in zijn biografie dat hij woont en werkt in Brussel, maar weten intussen wel beter. Onze landgenoot is een echte wereldburger. We kregen e-mails van hem uit New York. Kort daarna is hij naar Berlijn vertrokken om er aan zijn project voor Brugge 2002 te werken.

 

David Claerbout drukt zich uit met moderne media: computer, video, fotografie, licht- en geluidseffecten. De middelen bij uitstek om flitsende beelden op ons af te vuren in een jachtige tijd. Maar Claerbout gebruikt ze anders.

 

Voor zijn multimedia-installaties vertrekt hij dikwijls van foto's (soms zelfs hele oude). In deze verstilde beelden vibreren details va n ingetogen leven: een boomkruin wiegt zacht in de wind, een meisje knippert met de ogen. Maar om dat te kunnen zien, moet je als toeschouwer de tijd nemen, je tempo vertragen, onthaasten.

 

 

De bronzen boom

 

Giuseppe Penone (Garessio Ponte, 1947) heeft al geruime tijd zijn sporen verdiend als arte povera-kunstenaar. Sinds het einde van de jaren zestig werkt hij met natuurlijke materialen zoals takken, bladeren, boomschors, slangenhuiden, glas, marmer, aarde en water. De rode draad in zijn werk is de band tussen de mens (met zijn cultuur) en de natuur.

 

Door zijn werken maakt hij ons attent op de schoonheid van de natuur en op de kracht van menselijke arbeid.

 

De sporen die de mens nalaat, worden op deze tentoonstelling gesymboliseerd door vingerna gels. Ze liggen in holtes die uitgehouwen zijn in een grote steen of op een bedje van laurierbladeren,  die speciaal gekozen zijn om hun rijkdom aan betekenis (ze verwijzen naar onsterfelijkheid en naar lauwerkransen)  en om hun geur. In de binnentuin van het Groot­ seminarie plaatst hij een bronzen boom.

 

Michel Peeters


Praktisch:

BESLOTEN WERELD, OPEN BOEKEN

Nog tot 17 november 2002.

Grootseminarie

Potterierei 60

8ooo Brugge


EXPO - Middeleeuw en Miniaturen van  Karel De Grote tot Karel De Stoute (800-1475)

 

 

In zijn beleidsnota over culturele infrastructuur pleitte de vroegere minister van cultuur Bert Anciaux voor de uitbouw van een Leuvense museumsite.

 

 

De voormalige openbare bibliotheek, de academie en het stedelijk museum vormen de kern van dit (ver)bouwproject. Kunsten en erfgoed worden er in sa menhang ontwikkeld zonder dat het een afzonderlijk kunstmuseum wordt. De site is ook het startplatform voor het erfgoed­convenant dat de stad met de Vlaamse Gemeenschap zal afsluiten. Ondertussen zitten ze in Leuven niet stil en brengt de stad opnieuw een sterk onderbouwde tentoonstelling, ditmaal rond miniaturen. In tegenstelling tot architecturaal erfgoed zijn manuscripten zelden in de publieke sfeer aanwezig. Vandaar dat het zo uitzonderlijk is om een grote expositie te kunnen bewonderen met alleen maar handschriften.

 

 

Uniek in de wereld

 

De wetenschappelijke partners achter Meesterlijke Middeleeuwen zijn het Studiecentrum Vlaamse Miniaturisten en het Walters Art Museum in Baltimore (V.S.). Het Studiecentrum Vlaamse Miniaturisten werd in 1983 opgericht aan de K.U. Leuven en is het enige in de wereld dat de Vlaamse miniatuurkunst als specifiek object behandelt. Het maakt de resultaten van haar onderzoek bekend via het Corpus of Illuminated Manuscripts, waarvan er reeds negen volumes gepubliceerd zijn. Eén van de grote problemen bij dergelijke tentoonstelling is het op peil houden van de voortdurend wisselende temperatuurs- en vochtigheidswaarden.

 

 

Reeds een jaar lang getest

 

Daarom dat de organisators reeds sinds vorig jaar temperatuur- en vochtigheidsmetingen laten plaatsvinden, zowel in de ruimtes als in een proefopstelling met een gesloten vitrine. Alle vensters  in de tentoonstellingsruimtes zitten achter panelen verborgen. Er komen glazen deuren aan het begin en het einde van de rondgang. Door de grootte van de ruimtes en de dichting van de vitrines worden schommelingen door bezoekersaantallen zodanig vertraagd  en genivelleerd , dat ze een minimale uitwerking hebben op de microklimaten in de vitrines.

 

De verlichting van de boeken, die beperkt moet blijven tot 50 lux, wordt verzorgd door ultramoderne fibreoptics, die geen warmte in de vitrines genereren. Ten opzichte van vroegere systemen hebben zij meer en kleinere lichtpunten en daardoor een volledig egale spreiding van het licht.

 

 

Vrij klassiek parcours

 

De tentoonstelling volgt een klassiek chronologisch parcours en werd gemakshalve  in vier delen gesplitst: 800-1000, de Illusie van het Lichaam, 1000-1200, de Hemelse Kleuren, 1200-1400, de Veredelde Lijn en tot slot 1400-1475, de Suggestie van de Ruimte. Ze begint met de keizerlijke cultuur van Karel De Grote. Door de steun van deze laatste groeit het handschrift na eeuwen van verwaarlozing  opnieuw uit tot een belangrijk instrument in dienst van de machtsdrager. Als schakels verbinden de handschriften de kloosters en de bisdommen met het centrale gezag. Voor de vroegere periodes (9de-13de eeuw) heeft het Studiecentrum beroep gedaan op buitenlandse (veelal Angelsaksische) specialisten (o .a. Yale, Princeton), die ook instaan voor de behandeling van de betreffende  periodes in de catalogus. Als referentie bij de bruikleen­ aanvragen van de oudste boeken heeft die onderbouwing duidelijk positieve invloed op de beslissing gehad.

 

 

Een goede reputatie

 

Het was dus niet zo moeilijk om de bruikleengevers te overtuigen. Kris Callens: "Onderhandelingen met de belangrijkste nationale en internationale bruikleengevers zijn einde 1999 gestart. Persoonlijke contacten tussen wetenschappers uit Leuven en de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel (16 boeken) en het Walters Art Museum in Baltimore (13 boeken) hebben geleid tot een partnerschap met de twee instellingen. Het partnerschap en de toezegging van de 29 topstukken heeft voor andere bruikleengevers de geloofwaardigheid van het project vergroot. Bijvoorbeeld de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft met de bruikleen van vijf absolute meesterwerken ingestemd omdat haar zusterinstelling in Brussel zo prominent deel zou nemen. De toezeggingen zijn vooral te danken aan de wetenschappelijke status die het Studiecentrum Vlaamse Miniaturisten sinds 1983 wereldwijd heeft opgebouwd. "

 

 

Een mooi overzicht

 

Het tweede deel va n de tentoonstelling bestrijkt de periode 1000-1200. Tijdens die Romaanse periode ontvoogden de abdijen zich in Noord-Frankrijk opmerkelijk van hun wereldse dominantie. Het worden eilanden van spiritualiteit, intellectuele ontwikkeling en handenarbeid. Hoewel het handschrift in grote mate een religieus object blijft, dragen de monniken ook bij tot de overlevering van de antieke cultuur. Niet de dagelijkse realiteit inspireert, wel het bovenaardse. Het kleurenspel onderstreept de afstand tot de menselijke werkelijkheid.  Het derde deel tussen 1200-1400 illustreert het ontstaan van een stedelijke burgerij.

 

De kritische zin groeit en een nieuw, geïndividualiseerd mensbeeld verdringt dat van de kloosters. Het leven richt zich meer en meer op het aardse.

 

Het laatste deel tussen 1400-1475 toont de ware explosie van de handschriften­ productie in West-Europa. De grote vraag naar al dan niet verluchte teksten leidt tot een rationelere productie wat uiteindelijk uitmondt in het gedrukte boek. Het geestelijk erfgoed krijgt stilaan een sociale dimensie waarvan deze tentoonstelling getuigt.

  

Peter Wouters

 


Praktisch:

MEESTERLIJKE MIDDELEEUWEN

Stedelijk Museum Vander Kelen-Mertens,

Vanderkelenstraat, Leuven.

Van 21 september tot 8 december, ma. van 13.30-17-30 uur

en di. t/m do. 09.30-17-30 uur, vrij. 09-30-21.30 uur

016/22.45-64

www.meesterlijkemiddeleeuwen.be


INFORMATIEF - ''De kunstenaar als eerste raadgever'' De wending in het Muhka

 

 

Kersvers directeur Bart De Baere opent op 21 september zijn twee eerste grote tentoonstellingen in het Museum voor Hedendaagse kunst Antwerpen. Aan de vooravond een gesprek met hem en de kunstenaar Richard Venlet.

 

 

Krachtlijnen

 

Bart de Baere spreekt gedreven over de 2 tentoonstellingen die exemplarisch zijn voor zijn nieuw beleid. "Op de bovenverdiepingen is er de retrospectieve Guy Mees, a-chronologisch en verweven  met de collectie, waardoor je ofwel naar Guy Mees kunt kijken met op de achtergrond de collectie, ofwel naar de collectie met als rode draad Guy Mees. Een permanente aandacht voor de collectie dus, maar in dat vaste museale kader willen we aan kunstenaars ruimte geven om te interfereren.

 

"Paramount Basies (extended)" van Richard Venlet op het gelijkvloers is een tentoonstelling die een referentiepunt moet zijn in onze reflectie over beeldende kunst."

 

De ex-curator van het SMAK heeft duidelijke krachtlijnen uitgestippeld . "Enerzijds tracht je hypothesen te formuleren, voorstellen te doen over wat er in hedendaagse kunst gebeurt en hoe je daar tegenover kunt staan. Aan de andere kant moet je je verantwoordelijkheid nemen om die visie te vertalen, naar een publiek toe te presenteren. Collectievorming en aankoopbeleid kun je zien als een naden ken over wat echt referentiepunten zijn op lange termijn. Het zijn eigenlijk een soort van permanente presentaties." Beide tentoonstellingen zijn ontstaan in nauwe samenspraak met de kunstenaars. "Als je bezig bent met hedendaagse kunst, met dingen die nog niet verhard zijn tot een soort celebratie, dan is het heel logisch dat je eerste raadgevers de kunstenaars zijn."

 

Overleg was ook de basis van zijn baanbrekende "This is the show and the show is many things" ('94), richtinggevend voor een nieuw tentoonstellingsmodel waarin het proces centraal staat. Inmiddels klinkt het iets genuanceerder. "Als je met een complex organisme als een museum zit, heb je zoveel verschil lende belangen, dat er iemand moet zijn die in die belangen ruimte schept, maar ook de limieten van die ruimte aangeeft. "

 

 

De overslag naar een breed publiek

 

De afgelopen twee jaar was de Baere adviseur beeldende kunst voor Minister van Cultuur Anciaux. Verklaart dat zijn ambitie om tentoonstellingen toegankelijk te maken voor een breed publiek? "Het opnemen van die burgerdienst voor Anciaux was een logisch gevolg van mijn opvattingen. Het was niet voor de hand liggend dat ik mijn parcours als tentoonstellingsmaker even aan de kant zette  om iets te gaan doen voor een bredere maatschappelijke situatie. Het is bijna axiomatisch, het is een afwijking als een andere. Ik kan die niet echt onderbouwen, maar voor mij zijn dingen maar relevant binnen een maatschappelijke context. Altijd geweest, zal altijd zo zijn.

 

Kunstenaars mogen voor mij zo extreem  zijn in keuzes als ze maar willen, ze moeten die vrijheid hebben. Het zijn mensen die autonome beslissingen nemen en moeten kunnen nemen. Heel vaak echter gaan bemiddelaars dat soort vrijheid op zichzelf projecteren en dat heb ik altijd onzinnig gevonden. Als bemiddelaar geloof je altijd heel erg in die artistieke energie, maar geloof je ook, aan de and ere kant -anders zou je geen bemiddelaar worden- in het feit dat zo'n energie in een maatschappij een meerwaarde kan geven."

 

Ook bij kunstenaars ervaart de Baere een groeiend bewustzijn van het brede kader, dat niet de achtergrond van de insiders heeft. Bemiddeling is volgens  hem dan ook vraag en aanbod samentrekken in je handelen "tot beiden inhoudelijk worden".

 

"Dat kun je concreet ook perfect vertalen in je werking. Dat je niet alleen denkt in termen van artistieke voorstellen, maar dat je die toeschouwers en hun ervaring meedenkt als een volwaardig gegeven."

 

 

Synergieën

 

"Heel essentieel: onze regio is niet Vlaanderen, maar op zijn minst een stuk van Noordwest Europa." Bart de Baere wil in zijn programmering de internationale horizon duidelijk aanwezig stellen.

 

"Dat is een zaak van jaren en van aandachtspunten . Het is ook zo dat het parcours dat ik heb doorlopen altijd reëel internationaal is geweest, en dat je dan merkt dat een heleboel vanzelfsprekendheden van een toch tamelijk gewatteerde situatie hier, dat je die absoluut niet for granted mag nemen. Ik vind het aan de andere kant ontzettend belangrijk om met lokale kunstenaars te werken, en niet omdat ze lokaal zijn, maar omdat zij de internationaliteit zijn op de plek waar je je beweegt.  Het gaat er uiteindelijk om dat je probeert je bewust te zijn van hoe de plek in de wereld van waaruit je opereert zich tot de rest van de wereld verhoudt of zou kunnen verhouden. "

 

Een mogelijke samenwerking met andere musea in Antwerpen vindt hij de logica zelve.

 

"We zitten hier met een reeks instellingen die hetzelfde gebied hebben; het fotomuseum, het centrum voor beeld cultuur en het Muhka. De specialismen lossen zich op, je kunt die domeinen niet meer van elkaar onderscheiden. Een groot gedeelte van hedendaagse kunst is gebaseerd op fotografie, video, en nieuwe media. Binnen de fotografie heeft die enge niche zich open gebroken. Het is dan ook voor de hand liggend dat we gaan kijken hoe die instellingen "performanter" kunnen zijn door samenwerking. Het mag niet gaan om een grote versmelting waarbij alles een groot flou gebied wordt. Het moet juist kunnen blijven gaan over diverse invalshoeken. Bijvoorbeeld de traditie van film tegenover het gebruik va n bewegend  beeld in de beeldende kunst tegenover experimenteel bewegend beeld in de nieuwe media. Dat je verschil blijft maken als je naar buiten komt, maar dat je tegelijkertijd in je onderbouw die verschillende tradities mekaar laat bevruchten. Dat is het opzet." 

 

 

Retrospectieve Guy Mees

 

"Zijn werk is heel aanwezig, maar heeft geen frontale aanwezigheid. Het is iemand die je bijna perifeer moet kunnen bekijken," zegt de Baere over het oeuvre van Guy Mees (°1935. Mechelen). ln het voorjaar werd in het Muhka reeds het audiovisuele werk getoond. Nu volgt het overzicht van dit delicaat en groots oeuvre, waarin vervaging tussen de disciplines een constante is. "Sculpturalisatie" van de schilderkunst en "picturalisatie" van de ruimte, zo worden de eerste zwarte reliëfs reeds omschreven. ln de jaren '60 overtrekt hij witte kant op paneel. Een burgerlijk materiaal, dat door zijn decoratieve en sensuele associaties normaal taboe zou zijn voor het naar neutraliteit strevende modernisme. In verschillende werken is achter de lagen kant een neon licht aangebracht, waardoor de bijna organische structuur vibreert. Principes als het repetitieve en het seriële worden verder uitgewerkt in een reeks aluminium sculpturen die op symmetrische gekozen plaatsen doorbroken zijn en waardoor het licht van een binnenin verwerkte neon schijnt.

 

In de jaren '70-'80 spelt hij dunne vellen papier, bewerkt met stippen en strepen, direct tegen de muur. Pastels herintroduceren een esthetische praktijk die het midden houdt tussen tekenen en schilderen. Impressies  die lijken op een abstracte landkaart of een partituur.

 

Zijn stellingname tegen het statische van het schilderij leidt Mees er toe hybride vormen uit papier te snijden ('80-'90), en op grote samengestelde vellen papier te groeperen in zones of aan de randen. Deze werken worden net als de kantwerken "verloren ruimte" genoemd.

 

Later word en zijn "picturale ruimten" louter omzoomd door gekleurde plinten.

 

 

Richard Venlet

 

"Je stapt het Muhka binnen, en wordt letterlijk geconfronteerd met je eigen beeld én met een ruimtelijke situatie die je herkent als het Muhka, maar die toch volledig anders ervaren wordt." Richard Venlet beschrijft de centrale architectonische ingreep, de spiegelwand die de gehele benedenverdieping doorsnijdt.

 

In het verleden was het werk va n de Brusselse kunstenaar steeds het resultaat van een doorleefd visueel aftasten van de ruimte waarin hij te gast was. Sereen, met respect voor de aanwezige architectuur. "Mijn werk is in die zin aan het evolueren dat ik me wil lostrekken van ruimtelijke condities. Met deze wand geef ik een oriëntering aan, het is een soort van as. Eerder een buiten spel zetten van de architectuur.  Het spiegelende deconstrueert de ruimte wel. Er is echter geen sprake van pure illusie. Ik gebruik namelijk spiegelende folie, en die heeft een voelbare materialiteit die een echte spiegel niet heeft. Ze creëert een beeld dat niet honderd percent aanwezig is. Vooral belangrijk is dat ik een situatie wil laten ontstaan waarbij je als toeschouwer actief moet zijn. In de wand  bevinden zich deuren, waardoor je circulerend kan passeren. De achterzijde, de zichtbare constructie va n de wand, is evenwaardig met de spiegelende voorzijde."

 

Richard Venlet vertegenwoordigde dit jaar ons land op de Biënnale van São Paulo.

 

Als voornaamste werk presenteerde hij een verrijdbare tentoonstellingruimte, aan de buitenkant volledig verspiegeld. Toen al had hij het idee om een reeks van kunstenaars bij wijze van spreken mee te nemen "in depot". Samen met Bart de Baere, Liliane Dewachter en curator Moritz Küng heeft Venlet dit concept verder uitgewerkt. "Het resultaat" zegt de Baere "doet denken aan een groepstentoonstelling, maar is eerder een nadenken over een situatie vanuit de invalshoek van één kunstenaar."

 

 

"Paramount basics (extended)"

 

"Ik probeer dingen intuïtief te plaatsen, zonder te forceren. Er is zeker sprake van verwantschappen. Vaak zijn het mensen waar ik al mee samen gewerkt heb." Het werk van Venlet treedt in dialoog met de werken van Dirk Braeckman, Manon de Boer, Dany De prez, Christoph Fink, Geert Goiris, Ann Veronica Janssens, Aglaia Konrad, Willem Oorebeek,  Christophe Terlinden, Koen Theys, Harald Thys, Joëlle Tuerlinckx, Michael Van den Abeele en Gert Verhoeven. De plaatsing van de werken, zowel voor als achter de wand, is weloverwogen, zodanig dat het publiek vrij associërend de kans krijgt te ageren. Woord en als introspectie en introversie vallen vaak in het gesprek.

 

"Ik probeer al een aantal jaren werken te concipiëren, die het beeld verruimen dat veel mensen van mijn werk  hebben, als zou het gebaseerd zijn op een formeel denken. De keuze van de andere kunstwerken heeft daar ook mee te maken . Het zijn ook 'basic voorstellen' die op formeel  vlak sterk ponerend zijn, maar dat formele overstijgen, en inhoudelijk ver gaan. In die zin kan je de titel "het overstijgende essentiële" ook interpreteren.

 

Het spiegelvolume zal een bijzondere rol krijgen toebedeeld . Wekelijks zullen daarin verschillende activiteiten en presentaties plaatsvinden van een aantal Belgische actoren/organisaties die voor het Muhka belangrijk zijn. "Het is geconcipieerd als een volume waarvan  de inhoud en het beeld dat ingebracht word en afhankelijk is van derden. Net als het krijtvolume, een zwarte kamer waar krijt ligt, en de toeschouwer naar believen iets mag tekenen of schilderen."

 

De omgeving zal vast en zeker inspirerend zijn.

 

Els Nouwen


Praktisch:

GUYMEES & DE COLLECTIE, EEN KEUZE

Nog tot 10 november 2002

RICHARD VENLET/PARAMOUNT BASICS (EXTENDED)

Nog tot 24 november 2002

 

Muhka

Leuvenstraat

2000 Antwerpen

03/238 59 60     

www.muhka.be


EXPO - Geen groot genie zonder een greintje waanzin. Outsiderkunst

Michel Peeters

 

In het Gentse Dr. Guislain museum  is op het ogenblik een mooie selectie Outsiderkunst te zien. Werken van mensen met een geestesziekte. Of een andere vorm van bewustzijn, wie zal het zeggen.

 

De levensverhalen van de kunstenaars zijn vaak schrijnend en grijpen je rechtstreeks naar de keel. Hoe uit zoveel ellende soms zoveel moois kan geboren worden. Je begrijpt het als toeschouwer vaak niet. Maar is wat we niet begrijpen nu net niet zoveel intrigerender dan de rest? Bij deze werken horen geen grote theorieën, geen grote verhalen. Het zijn getuigen va n een leven dat anders verliep dan dat van de meesten van ons. Het zijn vensters die ons een blik gunnen in het hoofd van mensen die door de maatschappij vaak als 'minder' worden aanzien. Het is een blik in een wereld  zonder grenzen. Alles kan en alles heeft zijn eigen aparte logica. Wie bereid is de stap naar die wereld te zetten heeft meteen ook door dat er geen enkele grens hoeft te bestaan tussen Outsider en Insider (de gevestigde) kunst.

 

Waanzin, de meest extreme geestelijke toestand, brengt kunst voort,waarvan  de essentie vreemd is aan  de gevestigde culturele normen. Roger Cardinal, kunsthistoricus, Outsider Art,1972

Creatie, dat gebeurt elke morgen. Opstaan is een soms pijnlijke vorm van zichzelf creëren. Jean Oury,  psychiater, Création et schizophrénie, 1989

Er zijn psychiatrisch gestoorde kunstenaars, er zijn normale kunstenaars. Het is dus niet nodig om een psychiatrische stoornis te hebben om creatief te kunnen zijn. Het is ook niet nodig dat de psychiatrische stoornis de creativiteit in de weg staat. Dat zijn de eenvoudige feiten. R.H. van den Hoofdakker (Rutger Kopland), hoogleraar psychiatrie en dichter, Kunst van betekenis,1992

Wij zijn hier getuige van het artistieke proces in zijn meest zuivere, meest ruwe vorm, van begin tot eind geheel volvoerd door een schepper die slechts put uit zijn innerlijke impulsen.  Jean Dubuffet, Frans kunstenaar,  L 'Art brut préféré aux arts culturels, 1949

Misschien is de tijd rijp om tot een nieuwe, gemeenschappelijke basis te komen voor zowel de insider als de  outsider kunst. De  grote veranderingen in de kunst van de laatste decennia en de openheid van sommige kunstenaars en curatoren ten overstaan van kunst van psychiatrische patiënten  lijken dit mogelijk  te maken. Dieter De Vlieghere, Y.E.L.L.O.W. Actuele kunst en psychiatrie,  2001

Ik houd niet van het woord 'kunstenaar', God alleen bracht mij er toe dit te doen. Ik wist helemaal niet dat mensen dit wilden zien. Ik maakte het enkel voor mijn eigen plezier. Nek Chand  'Zonder Titel', Roei Heymans, Stichting Collectie De Stadshof

 De meesten van ons laten zich nu eenmaal niet graag meeslepen naar een wereld waar een ander soort orde, of een ander soort ordeloosheid, heerst dan die we gewend zijn. Maar met enige durf, en de neus op het werk, kan men toch min of meer in  contact treden met een ervaring die voor de meesten van ons misschien niet alledaags is, maar wel net zo 'echt' als welke andere menselijke ervaring dan ook. Jos ten Berge, kunsthistoricus, Marginalia, 2000

Als iemand zonder academische opleiding, vrij van alle artistieke feitenkennis, iets schildert, is het nooit zomaar een loze schijnvertoning... de resulterende werken zijn niet dood, maar levend. Wassily Kandinsky, Russisch kunstenaar, 1912

Misschien zal op zekere  dag niemand  meer goed weten wat waanzin ooit geweest is. Michel Foucault, Frans filosoof, La Table Ronde, 1964

 

Keer op keer zie ik mijn bouwsels in dromen

Als ik weer wakker word

Is  er geen gebouw meer over

In wakker zijn is de dromer er niet meer.

Bertus Jonkers

 

Win  een  boek!

Naar aanleiding van deze tentoonstelling kregen wij van het museum twee exemplaren va n het boek 'Marginalia', een prima inleiding over Outsiderkunst

Stuur ons een kaartje of e-mail met de vermelding 'Marginalia' en wie weet haalt u zo een exemplaar in huis.

OKV, Hofstraat 15, 2000 Antwerpenof OKV@pi.be

 

Praktisch:          

 OUTSIDERS

MUSEUM DR. GUISLAIN

J. Guislainstraat 43

9000 Gent

09/216-35-95

info@museumdrguislain.be

www.museumdrguislain.be

nog tot 30 september, daarna permanente tentoonstelling van de mooiste stukken uit de tentoonstelling.

 

 

 

EXPO

Bekijk het eens vanuit een ander perspectief!

Michel Peeters

 

Het is voor het eerst dat het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten en het Rubenshuis het diverse en rijke oeuvre van Hans Vredeman de Vries aan een rijk publiek voorstellen.

 

Dit gebeurt aan de hand van een unieke dubbeltentoonstelling  die in nauwe samenwerking met het Weserrenaissance Museum Schloss Brake in Lemgo (Duitsland) tot stand kwam.

 

Hans wie?

Hij kwam uit Friesland, reisde zijn leven lang rusteloos door Europa en bracht als een van de eersten de artistieke beeldtaal van de Italiaanse Renaissance naar het Noorden. Hans Vredeman de Vries (1526-1609) was een ondernemend schilder, architect en ontwerper va n tuinen, interieurs en meubilair.  Hij schreef ook twee belangrijke studies over de kunst van het bouwen en de centrale perspectief.

De invloed van zijn werk en vooral van zijn prenten met ornamenten en imaginaire architectuur bleef tot diep in de 19de eeuw voelbaar.

Hans Vredeman de Vries geldt niet alleen als een van de grote vernieuwers van de 16de-eeuwse kunst in de Nederlanden, hij wordt ook beschouwd als een van de grondleggers van de architectuurschilderkunst

 

Een universele mens

Vooral zijn interieurs en ideale stadsgezichten ademen een opmerkelijke weidsheid en diepte. Deze verbeelde ruimten zijn als het ware 'stijloefeningen' in het schilderen én het bouwen. Ook zijn etsen en gravures - onder andere van tuinen en toegepaste kunsten - bieden een staalkaart van motieven en elementen die aan de klassieke Oudheid zijn ontleend.

Hans Vredeman de Vries bestudeerde de architectuurtraktaten va n Vitruvius en Serlio, verzorgde zelf tal van publicaties en toont zich in zijn vele ontwerpen op papier een volleerd en ingenieus bouwmeester. Kortom, Johan Frisio - zoals hij ook wel wordt genoemd - was een 'uomo universale'.

 

Een absolute voorloper

In het Koninklijk Museum staat het werk van Vredeman als perspectiefkunstenaar, virtueel architect, allround designer en schilder van heerlijke  luchtkastelen centraal.

Sedert Jan Van Eyck werden in de Nederlanden driedimensionale voorstellingen van de wereld gerealiseerd. Maar de Italiaanse methode om op een rationele wijze volgens de regels van de meetkunde een perspectief met een centraal vluchtpunt te construeren was meer dan een eeuw later nog maar nauwelijks bekend.

 Wanneer Vredeman de Vries zich in 1548 in Antwerpen vestigde was hij een van de eerste kunstenaars die zich zou specialiseren in de mogelijkheden va n deze methode.

Honderden kunstenaars in de Nederlanden en de Duitse regio's hebben in de 16de en 17de eeuw de boeken van Vredeman grondig bestudeerd en zichzelf zo een gloednieuwe artistieke methode aangeleerd. Het grootste deel van Vredemans werk bestaat uit meer dan 480 gravures die grotendeels in Antwerpen werden gedrukt. Ook de kopergravure zelf was omstreeks 1550 nog een relatief nieuwe artistieke techniek en Antwerpen werd snel het belangrijkste productiecentrum.

 

Een vroeg voorbeeld van virtuele realiteit

Vredemans prenten omvatten perspectiefvoorbeelden, ontwerpen voor ornamenten en allerlei meubilair in de vooruitstreven de stijl die we nu Renaissance noemen.

Als architect of allround designer was Vredeman grotendeels virtueel bezig en wat van zijn hand bewaard  bleef zijn honderden geraffineerde prenten en enkele tientallen getekende ontwerpen voor deze prenten. Als schilder van prachtige paleizen en tuinen kon Vredeman zijn verbeelding pas echt de vrije loop laten. Een 25-tal schilderijen met voorstellingen van ideale steden en "luchtkastelen" worden voor het eerst samengebracht. Ook de achtdelige politieke allegorie op het goede bestuur uit het voormalig raadshuis van Gdansk (Danzig) wordt getoond. Vredeman was wellicht een van de allereerste kunstenaars om de architectuur als het hoofdmotief van een schilderij te behandelen. Hij ligt hier dus aan de basis van een kunstvorm die haar hoogtepunt zal kennen in het werk van de beroemde Hollandse schilder Saenredam.

 

In den hof!

Het Rubenshuis focust op Vredemans invloedrijke prenten en publicaties voor tuinen en tuindecoraties.

In de Renaissance vormden tuinen immers een belangrijk onderdeel van de buitenplaatsen, de huizen in de stad en de paleizen van de burgerij en de adel. De tuin was naar het voorbeeld van de klassieke wereld een soort geïdealiseerd landschap voor een aangename verpozing. De verspreiding van het ideaalbeeld van de Renaissancetuin met zijn typische loofgangen, bomen en planten, parterres en bloemperken , ingangsportalen en omheiningen, grotto's en fonteinen, labyrinten en beelden kende in die periode een enorm succes.

 

Groene vingers

Tegelijkertijd ontstond de behoefte aan kennis over tuinen - en hun geschiedenis -, over de bloemen- en boomsoorten die men kon planten en over de praktische regels voor aanleg en onderhoud. Voor al deze verschillende aspecten ontwikkelde zich een eigen litteratuur waarin illustraties een belangrijke en stimulerende rol speelden. Met de publicatie in 1583 van zijn 'Hortorum viridariorumque elegantes & multiplicis formae' is Hans Vredeman de Vries de eerste ontwerper  die het publiek voorzag van een dergelijke serie tuinontwerpen.          

De Latijnse titel van de serie maakt duidelijk dat het handelt over sierlijke en veelsoortige afbeeldingen van tuinen en boomgaarden (parken) vakkundig uitgetekend naar de maatstaven van de kunst der architectuur. In 1587 volgde een tweede, kleinere serie van vergelijkbare ontwerpen, maar nu zonder titel.

In de tentoonstelling zullen ruim 60 werken te zien zijn, waaronder alle prenten van Vredemans tuinontwerpen, ontwerptekeningen en ingekleurde etsen.

 

Praktisch:

van 14 september 2002 tot 8 december 2002

TUSSEN STADSPALEIZEN EN LUCHTKASTELEN

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten

Leopold de Waelplaats

2000 Antwerpen

03/242.04.16

 

DE WERELD IS EEN TUIN

Rubenshuis

Wapper 9 - 11,

2000 Antwerpen

 

www.antwerpen.be/cultuur/kmska

www.antwerpen.be/cultuur/rubenshuis

www.vredeman.net

 

Korting met OKV-Museumkaart!

 

 

 

INFORMATIEF

Laat de vink in u los!

 

U moet niet meer wanhopen!. Gewoon luisteren naar Herwig Verhovert, elke zaterdag en zondag tussen 7 en 10. Dat volstaat.

Hij kiest voor u de opvallendste tentoonstellingen en culturele manifestaties waar u de volgende dagen naar toe kan. Elke week is er ook een reportage over een vaste collectie van een museum.

 

Door berg en dal!

Ook deze vakantie hebben ongeveer 70.000 scouts 2 weken op kamp doorgebracht. Groepen die in de buurt van Leuven kampeerden hebben zeker een bezoek gebracht aan het Nationaal Scoutsmuseum, het grootste  in Europa. Het museum behandelt de hete geschiedenis van de jeugdbeweging, van de oprichting door Robert Baden-Powell in 1907 tot de meest recente ontwikkelingen  op het ge bied va n scouting en guidi ng. De collectie bestaat uit uniformen, kentekens en vlaggen. Bij het museum hoort ook een groot documentatiecentrum en een bibliotheek met meer dan 4000 werken.

(uitzending op 12/10/02)

 

Stille waters, oude werf

 Wat is een "beerotter"? Voordat uw verbeelding op hol slaat gaat u best een kijkje nemen in het Scheepvaartmuseum in Baasrode:  daar presenteert  men tientallen schaalmodellen van schepen  die in de voorbije 2 eeuwen op Vlaamse scheepswerven werden gebouwd. De collectie is ondergebracht  in de 19de eeuwse meesterwoni ng van werfeigenaar Va n Damme, een monument op zich met fraaie muurschilderingen in de salons. Ook de scheepswerf zelf die achter de woning ligt getuigt van een rijk industrieel verleden; de oude loodsen worden binnenkort gerestaureerd .

(uitzending op 20/10/02)

 

Special import

Via de haven van Antwerpen worden al eeuwen kunst- en gebruiksvoorwerpen uit Afrika, Amerika, Azië en Oceanië ingevo erd . Zo'n 2500 voorbeelden hiervan kan u gaan bekijken in het Etnografisch Museum:  maskers en beelden uit Afrika, vedertooien uit het regenwoud, textiel en aardewerk uit de Andes, schilderwerk uit India en keramiek uit China zijn maar enkele thema's uit de omvangrijke collectie. Los van het esthetische heef het museum ook een educatief doel: het toont aan dat er naast verschillen ook veel overeenkomsten zijn tussen  Europa en de and ere werelddelen.

(uitzending op 9/11 /02)

 

Doe de vink!

Misschien herinnert u zich dat het Erfgoedweekend in Gent dit jaar fluitend werd ingezet met een partijtje vinkenzetten, een eeuwenoude volkssport waarbij de vink met de mooiste zang wint. Wie meer wil weten over deze traditie komt aan zijn trekken in het uniek Nationaal Volkssportmuseum over de Vinkensport in Harelbeke.  In een gerestaureerd werkmanshuisje leer je al les over zangkooien en reglementen en zie je medailles va n de kampioenen.

Er is ook een uitgebreid archief: waarom bijvoorbeeld  niet eens grasduinen  in een vinkeniersblad van 1935?

(uitzending op 17/11/02)

 

 

Praktisch:

HERWIG VERHOVERT OP RADIO KLARA

Elke zaterdag en zondag,

telkens tussen 7 en 10 uur,

met de reportage omstreeks 9.30 uur

 

 

OP 12/10/02:

NATI ONAAL SCOUTSMUSEUM

Sint-Geertruiabdij 5

Halfmaartstraat, 3000  Leuven tel. 016/25.72.70 www.vvksm.be/leiding

open op zondag van 14 tot1 8 uur

(16-o5/31-1o)

 

OP 20/10/02:

SCHEEPVAARTMUSEUM

Sint-Ursmarusstraat 137

9200 Baasrode

052/33.11.01 fieldcarlos@skynet.be

open van april tot november

elke weekenddag van 14 tot 18 uur, daarna uitsluitend op zaterdag

 

OP 9/11/02:

ETNOGRAFISCH MUSEUM

Suikerrui 19

2000 Antwerpen

03/220.86.00

etnografisch.museum@stad.antwerpen. be

dagelijks open van 10 tot 17 (maandag gesloten)

 

OP 17/11/02:

NATIONAAL VOLKSSPORTMUSEUM OVER DE VINKENSPORT

Brugsestraat 23

8531 Hulste

tel. 056/73.34.70

www.avibo.be

open elke 1ste en 3de zaterdag van 14 tot 17 uur en op afspraak

 

 

 

DE KEUZE VAN DE REDACTIE

 

Middelheim Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst

Middelheimlaan 61, 2020 Antwerpen

 

  • Harald Thys & Jos De Gruyter:

7 september - 17 november 2002

Voor de eerste maal brengt het Middelheim openluchtmuseum een tentoonstelling met videokunstenaars. Harald Thys en ]os De Gruyter maken een video in hun eigen, typische stijl. De  mens is een pion in een schaakspel, een tragikomische marionet die slechts vrij is in zijn onmogelijkheid verantwoordelijk te zijn binnen een systeem dat hem overstijgt. Dat lijkt het prevaleren de thema te zijn in het werk van de beide videoartiesten.

 

  • Honoré d'O:

7 september - 17 november 2002

De Belgische kunstenaar Honoré d'O hanteert twee geboortedata. In 1961 werd hij in Oudenaarde geboren en  in 1984 werd hij in Gent herboren als Honoré d'O.  Deze complete wedergeboorte als  kunstenaar is typerend voor de visie van Honoré d'O op kunsten en meer bepaald op de verhouding tussen kunst en  leven. De grenzen tussen beiden vervagen, fluctueren en lossen op bepaalde momenten zelfs  op,  waardoor kunst en leven van plaats verwisselen: kunstwerk wordt gewoon object, toeschouwer wordt kunstenaar. Voor de tentoonstelling in het Middelheim openluchtmuseum zal de kunstenaar een aantal installaties in situ creëren.

 

 

Kunsthal de Sint-Pietersabdij

Sint-Pietersplein 9,  9000 Gent

 

  • 7000 jaar Perzische kunst

13 september 2002 - 5 januari  2003

Voor het eerst sinds de Iraanse Revolutie van 1979 kunnen de schatten van het Iraanse Nationaal Museum in Teheran  in het buitenland worden bewonderd. Heel wat van de 180 tentoongestelde meesterwerken zijn nooit eerder aan het publiek voorgesteld. Zij illustreren zeven millennia kunstproductie in het oude Perzië. Aardewerk en steengoed, juwelen, drinkbekers en bronzen beelden weerspiegelen het spel van politieke en culturele afwisseling in het wereldrijk, een kennismaking met de culturen van de verschillende regio's waaruit zich de Grieks-Romeinse traditie heeft ontwikkeld.

 

 

Hessenhuis

Falconrui 53, 2000 Antwerpen

 

  • Voor het museum gewonnen

      Jongeren over verzamelen en de recente aanwinsten van de Antwerpse musea

19 oktober 2002 - 19 januari 2003

Naar aanleiding van de presentatie van recente aanwinsten van de stedelijke musea van Antwerpen denkt Voor het museum gewonnen na over het verzamelbeleid van musea. Hoe ontstaat een collectie? Wie beslist wat verzameld zal worden en wat niet? En is een verzameling ooit af? Een  groep jongeren geeft via videofragmenten haar visie op verzamelen, schenken en afstoten. Enkele auteurs vullen deze eigen zinnige benadering aan vanuit een filosofische, sociologische, psychoanalytische en literaire invalshoek. Deze frisse bevraging biedt geen pasklare antwoorden, maar nodigt  jong en oud uit tot een kritische reflectie over verzamelen tussen beleid en passie.

 

 

Het huis van Alijn

Kraanlei 65, 9000 Gent

 

  • FACE A FACE

6 oktober 2002 - 5 januari 2003

In deze tentoonstelling worden volkstradities en rituele gebruiken uit  Bulgarije belicht, in het bijzonder de Bulgaarse traditionele kalender- en familiefeesten.

De geselecteerde voorwerpen zijn afkomstig uit de collectie van het Etnografisch Museum van Sofia. Het nationaal museum werd gesticht in 1892 en bewaart een rijke collectie etnografisch en cultureel erfgoed. Belangwekkend is de prachtige collectie textiel en sieraden. Door deze objecten in confrontatie te plaatsen met objecten uit de eigen collectie worden gelijkenissen en verschillen met de eigen culturele gebruiken getoond.

Deze tentoonstelling wordt georganiseerd in het kader van Europalia 2002.

 

 

Dexla Galerie

Kruidtuinlaan 44 - Passage 44,  1000 Brussel

 

  • Ik of een ander

Zelfportretten van Belgische kunstenaars

20 september 2002 - 26 januari 2003

In de tentoonstelling "Ik of een ander" ziet u meer dan vijftig zelfportretten. Sommige  kijken zelfzeker, andere twijfelen, zoeken of spelen: zie mij, maar ben ik het wel?

Alle zelfportretten zijn van Belgische kunstenaars van het eind van de 19de eeuw tot vandaag. In de tentoonstelling worden ze in kleine  groepen samengebracht op basis van inhoudelijke of vormelijke verwantschappen : blik, pose, attributen, spiegels, maskers, vermommingen, ontdubbelingen, rollenspel, geestesportretten, zielsportretten en vanitas. Voor sommige kunstenaars is het zelfportret een toevallig werk,  een oefening in  meesterschap. Voor anderen wordt het een obsessie.

 

 

Musée des Beaux-Arts de Valenciennes

Boulevard Watteau, 593 00 Valenciennes

E- mail:  clobry@ville-valenciennes.fr

Website: www.valenciennes.fr

 

  • Henry Moore

Heads, and Ideas

22 november 2002 – 17 maart 2003

De tentoonstelling brengt 39  beeldhouwwerken en  21 tekeningen van één van de grootste beeldhouwers van de 2oste eeuw. De tentoonstelling leent haar naam aan het boek van Henry Moore uit 1958 "Heads, Figures and ldeas". De tekeningen, gecreëerd  tussen 1930 en 1974, tonen een ander facet van het onderzoek van Moore naar het menselijk lichaam. De beeldhouwwerken in verschillende materialen geven een beeld van zijn denkproces en  werkwijze.

(voor meer info over deze tentoonstelling verwijzen wij graag naar ons volgend  nummer 2002/4).

 

 

Caermersklooster

Vrouwebroersstraat 6 (Patershol), 9000 Gent

E-mail: caermersklooster@oo st-vlaanderen.be

Website: www.caermersklooster.be

 

  • Zinnebeeldig

7 symbolen in cultureel erfgoed en hedendaagse kunst: een confrontatie?

6 september 2002 - 6 oktober 2002

Naar aanleiding van Open Monumentendag en het 50-jarig bestaan van de provinciale dienst Monumentenzorg presenteert het Caermersklooster een tentoonstelling rondom hedendaagse kunst en symboliek. Vertrekkende van een tiental vertrouwde begrippen of objecten zoals brood, engel, slang, de kleur wit, hart, ster wordt de werking als symbool in zowel de hedendaagse kunst, de (kunst)geschiedenis als de alledaagse beeldvorming belicht met werken van een 25-tal kunstenaars.