U bent hier

Petrus Christus - De schenkster met de Heilige Elisabeth

Petrus Christus - De schenkster met de Heilige Elisabeth
Petrus Christus (?-1472-73), De Schenkster (Isabella van Portugal ?) met de Heilige Elisabeth, Schilderij op pancel, 59 x 33 cm, niet gesigneerd, niet gedateerd, Groeningemuseum, Brugge.

 

Voor dit paneel van middelmatig formaat werd onlangs te Brugge een plaats ingeruimd naast de meesterwerken van de Vlaamse Primitieven in het Groeningemuseum. Inderdaad gaat het om een merkwaardige aanwinst die de stad Brugge, met een milde staatstoelage, in 1964, uit een Zwitserse verzameling kon verwerven. Het stelt een geknielde dame voor, met haar patrones, de heilige Elisabeth van Hongarije.

 

De heilige Elisabeth draagt het kleed van de derde-ordelingen van Sint Franciscus. De middeleeuwse mystiek heeft soms het beoefenen van de hoogste deugden door drie kronen verzinnebeeld. Deze driedubbele kroon, die de heilige op de hand draagt, is het gewoon attribuut van Elisabeth van Hongarije.

 

De heilige beschermt hier een dame, die zij met de rechterhand aanwijst. Blijkbaar was het de bedoeling de twee deugdzame vrouwen te tonen in de afzondering van een eenvoudige nonnencel. Links geeft de kamer uit op het kloosterbeluik, met een poortgebouw, waarlangs men de landerijen bereikt. Rechts de celdeur en een stenen bidbank, met een draperie en een gebedenboek op een kussen. De dame draagt een prachtig brokaten kleed uit gouddraad op blauwe zijde, driehoekig decolleté met bont, een hoge brede gordel en een tot twee vleugels gesteven linnen hoofddeksel. Zij draagt een dubbele halsketting. Dit vrouwenkleed behoorde tot de mode aan het Bourgondisch hof, na 1450. Het laat toe het paneel vrij nauwkeurig te dagtekenen : omstreeks 1455 - 1460.

 

Dergelijke taferelen, met een biddende schenker of schenkster komen veelvoudig voor in de Vlaamse schilderkunst van de 15e eeuw. Gewoonlijk maken zulke panelen de deur of het zijluik uit van een triptiek. Men kan zich het oorspronkelijk drieluik, waartoe deze linkerdeur behoorde, bijvoorbeeld indenken als het beroemd drieluikje van Jan van Eyck, dat bewaard wordt te Dresden, te weten de Madonna, met links een ongehuwde schenker en zijn patroonheilige Michael, en rechts de H. Catharina.

 

Hiermede zijn wellicht de meeste elementen aangehaald die zouden toelaten de meester op te sporen die het werk penseelde en misschien ook de dame te vereenzelvigen die hier is geportretteerd. Het schilderij was twee jaar geleden onbekend. Deskundigen die het sedertdien hebben bestudeerd en de talrijke kunstkenners die het werk aanschouwden, kwamen allen tot de bevinding dat het bij geen andere meester of school kan terecht gebracht worden dan bij Petrus Christus, de Brugse meester die het dichtst de kunst van Jan van Eyck benaderde.

 

Petrus Christus is te Baarle geboren, een plaats tussen Tilburg en Turnhout, ofwel, volgens andere auteurs, te Baarle bij Gent. Zijn geboortedatum is onbekend, maar men weet dat hij te Brugge in 1444 het meesterschap verwierf, d.i. drie jaar na de dood van Jan van Eyck. De leertijd in het ambacht, als leerling bij een vrijmeester, bedroeg toen ten minste twee jaar, zodat het niet onmogelijk geacht wordt dat Petrus Christus nog in het atelier van Jan van Eyck heeft gewerkt. In ieder geval heeft de stijl van van Eyck het werk van Petrus Christus zeer sterk beïnvloed. Het oeuvre van Petrus Christus kent men betrekkelijk goed, niet alleen omdat zijn kunst zeer persoonlijk is, maar ook omdat hij een aantal van zijn schilderijen heeft ondertekend.

 

De soberheid en de eenvoud zijn eigenschappen van Petrus Christus' stijl. In tegenstelling met Jan van Eyck schenkt Christus weinig aandacht aan de bijzonderheden. Zeker, het interieur, hier een simpele kloosterkamer, paste bij de voorstelling van de heilige Elisabeth en van de beschermde weduwe. De kaalheid en de armoede kunnen opzettelijk door de schilder of zijn opdrachtgever zijn verkozen. Doch ook de andere interieurs die Christus schilderde, vertonen dezelfde onversierde vlakke wanden van een rustige, ietwat archaïserende architectuur, nog Romaans in de vormgeving. Opvallend voor Christus' manier zijn de vertikale banden die de muurdikte aangeven en de krachtige wisselwerking van licht en schaduw. En wat nog meer opvalt in de kunst van Petrus Christus zijn de tegenstellingen tussen de rustige omgeving en een paar schitterende voorwerpen. Hier, in deze eentonige stille sfeer, fonkelt de driedubbele kroon van de heilige Elisabeth, een kunstgewrocht van in goud gedreven siermotieven en edelstenen.

 

Bij Petrus Christus zijn de koppen van de personages bolvormig, 'als het ware op de bank gedraaid' schreef Georges Marlier in zijn expertise van het paneel. Deze vormgeving bestond in de grond reeds bij van Eyck, doch nog nadrukkelijker wist Petrus Christus de ronding of de derde dimensie uit te beelden. Een ander kenmerk is ook het landschap, met zijn dunne bomen en mager gebladerte. Alle elementen wijzen dus op Petrus Christus, ook de technische karakteristieken - onder meer de zeer regelmatige en fijne craquelure - en niet het minst, om het Marlier na te zeggen, het schilderij als geheel, in zijn geestessfeer.

 

De vraag dient tenslotte gesteld wie de geportretteerde rijk geklede dame zou kunnen zijn, die hier in de afzondering leeft en bidt. De eerste kunsthistorici die het schilderij hebben bestudeerd, Georges Marlier en Alfred Stange, zijn de mening toegedaan dat het een portret betreft van Isabella van Portugal, derde gemalin van de hertog Filips de Goede. Deze mogelijkheid is niet zonder meer van de hand te wijzen, want heel wat argumenten pleiten voor deze belangwekkende identificatie.

 

Isabella was de dochter van Jan I van Portugal. Toen Filips de Goede haar hand vroeg, zond hij Jan van Eyck met de afgevaardigden naar Portugal, met de opdracht het portret te schilderen van zijn toekomstige bruid. Dit portret is verloren gegaan. Isabella heeft een niet geringe rol vervuld in de politieke gebeurtenissen die de uitbreiding van de Bourgondische staten hebben meegebracht. Zij was breedziend van gemoed en fijnzinnig van geest, en heeft een grote invloed gehad op de morele vorming van haar zoon Karei de Stoute.

 

Er wordt soms verteld dat Isabella van Portugal op het einde van de regering van Filips de Goede, zich in een klooster terugtrok, omdat zij gegriefd was door de echtelijke ontrouw van haar echtgenoot. Er zijn zelfs die spreken van een klooster te Nieuwpoort, dat ze zou hebben gesticht. Deze vrome legende heeft weinig te maken met de historische gegevens. Dat de hertog omgang had met vele vrouwen die hem zeventien officiële bastaardkinderen schonken, zijn bijzonderheden die in deze tijd zonder opspraak aanvaard werden.

 

Wat er eigenlijk gebeurde en wat ons paneel misschien in herinnering brengt, is dat Isabella in 1457 het hof van Filips de Goede verliet en zich terugtrok in haar kasteel van 'Motte-au-Bois' gelegen 'int hout van Nyepe' - zoals een Brugs archiefstuk vermeldt, t.w. in het woud van Nieppe, een dorp in de omgeving van Sint Omaars, in Frans-Vlaanderen. Deze beslissing had Isabella genomen omdat het haar ondraaglijk was geworden de vreselijke conflicten bij te wonen die tussen Filips de Goede en haar zoon, de hertog van Charolais, de latere Karei de Stoute, waren ontstaan. Deze bittere twistpartijen waren het gevolg van de kuiperijen van het eerzuchtig geslacht van Croy. Isabella verbleef in haar kasteel tot op het einde van haar leven, doch kwam af en toe naar het hof terug om haar zieke echtgenoot te verzorgen. Zij stierf te Nieppe in 1471, vier jaar na het overlijden van Filips. Een plechtige uitvaartmis werd te Brugge in de Sint-Donaaskerk opgedragen en zij werd te Dijon, in het Karthuizerklooster van Champenol begraven.

 

In het licht van deze feiten blijkt het niet onmogelijk dat Isabella zich door Petrus Christus liet portretteren in de vrome sfeer waarin zij, onder de bescherming van de heilige Elisabeth, berusting had gevonden. Isabella, hoeft het gezegd, is dezelfde voornaam als Elisabeth. Overigens dagtekent het paneel van 1455 - 1460, hetgeen overeenkomt met het begin van het eenzaam verblijf van Isabella. En wanneer men het Brugs portret confronteert met andere bekende portretten van de hertogin, is men getroffen door de gelijkenis van de trekken van het langwerpig zacht gelaat, met de lange neus en de zware oogleden.

 

Het Brugs portret zou van 1457-58 kunnen zijn, toen de hertogin zestig jaar was geworden. De identificatie met Isabella van Portugal wordt door de feiten niet tegengesproken en blijft een aantrekkelijke hypothese, die de aanwinst van het Groeningemuseum nog meer waarde verleent.

 

Dr. A. Janssens de Bisthoven,

Conservator van de stedelijke Musea te Brugge.