U bent hier

Reinier Lucassen - Een gezellig hoekje

Reinier Lucassen - Een gezellig hoekje
Reinier Lucassen, Een gezellig hoekje, Doek, 180 x 240 cm, gesigneerd en gedateerd op de rugzijde, 1968, Stedelijk Museum, Dordrecht (Rijksverzameling van Bilderbeek Lamaison)

 

De gezelligheid van de kleine dingen.

 

Een inventaris van een kamer uit 1890 (gepubliceerd in het Franse tijdschrift 'Communications', 13, 1969) vermeldt 188 grotere en kleinere voorwerpen, - variërend van een sofa tot een thermometer met figuren.

 

Een vergelijkbaar vertrek uit 1960 bevatte drieëndertig voorwerpen. Afgezien van het verbazingwekkende verschil in aantal, was er ook wel een verschil in soort. In de kamer anno 1960 treft men overwegend functionele voorwerpen aan. In 1890 daarentegen vindt men, naast de gebruiksvoorwerpen, een grote hoeveelheid bric-à-brac. Bovendien was er van alles meer. In de kamer van 1960 waren er twee schilderijen en één ingelijste foto; de inventaris uit 1890 noemt: twaalf schilderijen, acht ingelijste foto's, en één houtgravure - maar dan ook nog eens: acht beschilderde grote schelpen, een portretbuste, een bronzen beeldje, een fragment van een Romeinse vaas, een kristallen bol, een bronzen paardje, een Chinese vaas en een portretpenning van Napoleon.

 

We moeten aannemen dat de mensen die in die kamer gewoond hebben, hun omgeving leefbaar en gezellig hebben gevonden. Dat betekent dat gezelligheid geen gefixeerd begrip is. Iedere tijd, en wellicht ieder individu, heeft er een andere opvatting over.

 

Het schilderij van Lucassen is een artistieke verbeelding, op ironische wijze, van een tot cliché geworden idee van een' gezellig hoekje': lekker in de luie stoel, onder de schemerlamp, geflankeerd door de clivia en het schilderijtje van de Hollandse molen tussen het frisse groen. Behaaglijk bij de kachel, al staat die er toevallig niet op.

 

In een andere vorm treft men deze gezelligheid ook aan in een dromerige foto van Gerard Fieret: de huiskamertafel, onder de lamp, - de warme sfeer als het buiten guur is. Het is de 'gezelligheid van de kleine dingen': het rustig lezen van de krant na het eten, de geur van koffie in de kamer, de wind in de schoorsteen.

 

'En nu zat ik te luisteren naar 't kletteren van den regen op 't dak en was blij dat 't dooide, hard dooide. Op tafel lag mijn brood, twee dikke pillen; mijn laatste bordje was den avond tevoren gebroken. En daarnaast lagen de centen: vier blauwe papiertjes, twee rijksdaalders, drie guldens en enkele centen. En in den hoek op den grond stond mijn éénvlams stelletje en in 't kleine keteltje begon 't water te razen. Daarnaast stond mijn theepot, zonder deksel, te wachten tot 't water zou koken; de thee was er al in. En ik zat met mijn beenen onder tafel uitgestrekt, met bloote voeten, in mijn hemd, mijn handen in m'n broekzakken en keek naar m'n boterhammen, naar m'n lieve geldje, naar de vlam van mijn olielamp, naar 't lichtje van mijn stelletje, en luisterde naar de regen en was tevreden.' ('De uitvreter', Nescio)

 

Maar een cliché heeft ook altijd een werkelijkheid. In tal van advertenties wordt daarom juist dit type gezelligheid als begerenswaardige situatie opgeroepen. En dat is goed.

 


Reinier Lucassen werd geboren in 1939 te Amsterdam, leerde het vak aan de Rijksnormaalschool voor Tekenleraren en hield het op de Amsterdamse Rijksacademie maar even uit. Tot 1963 was hij te arm om schilderijen te maken, maar sindsdien heeft hij een indrukwekkend oeuvre opgebouwd en zijn bewonderaars verrast met menig meesterwerk. In 1967 was hij met Jan Dibbets en Ger van Elk oprichter van het 'Internationaal Instituut voor Herscholing van Kunstenaars', waarvan de folder hem als volgt aan de leerlingen voorstelde: 'Lucassen schenkt U een zonnige levenskijk. Schilderde U tot voor kort slechts uien en eieren, na één les ziet U de schoonheid van de knakworst. Door Lucassen de Lucy Bali Show één bron van inspiratie'. Sinds 1964 was een grote retrospectieve te zien in Haarlem: De Hallen en Antwerpen: Koninklijk Museum voor Schone Kunsten.

 

Gerard Petrus Fieret, schilder en fotograaf en dichter, werd in 1924 in Den Haag-geboren. De oorlog bracht hij grotendeels door in de dwangarbeiderskampen in Duitsland. Daarna leidde hij lange tijd een zwervend bestaan. Woont in Den Haag, - in een wereld vol lyrische tegenstellingen en hartverscheurende poëzie waarvan hij de wezenlijke momenten heeft gevangen in duizenden foto's. Werk van hem was onder andere te zien op een overzichtstentoonstelling van enkele jaren fotograafzijn in het Haags Gemeentemuseum. Zeer veel foto's bevinden zich permanent in het Prentenkabinet der Rijksuniversiteit, Leiden.