U bent hier

Rogier van der Weyden - De Bewening

Rogier van der Weyden - De Bewening

Met 'De Bewening' of 'Piëta' worden wij binnengeleid in een wereld van gedachten en gevoelens, waarover 500 jaar zijn heengegaan. Er is sinds de uitvoering van dit werk heel wat veranderd in onze kijk op de kunst en op het leven. Ondanks dat feit is dit kleine paneeltje het bekijken overwaard. Het vraagt de bezoeker van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten te Brussel geen grote inspanning om tot de zin en de betekenis van het meesterwerk door te dringen. Ik meen dat hiervoor twee redenen voorhanden zijn. De schilder liet zich door de natuur inspireren en wat hij schildert is gemakkelijk te herkennen. Daarbij is de voorstelling van het godsdienstig verhaal tot zuiver menselijke verhoudingen teruggebracht, zodat de grenzen tussen het bovenaardse mysterie en de aardse werkelijkheid als het ware opgeheven worden. Meteen hebben wij twee essentiele kenmerken genoemd van het genie van de Zuidnederlandse schilderkunst : de krachtige vertolking van een aan de natuur ontleende nabootsing en de burgerlijke visie op de goddelijke mysteries. Zij hebben de kunst van onze schilders uit de herfsttij der middeleeuwen onnavolgbaar gemaakt. Een van die schilders werd vooral geprezen om de buitengewone manier waarop hij menselijke gevoelens als droefenis, gramschap en blijheid wist weer te geven. Het is Roger de la Pasture, afkomstig uit Doornik, van wie de naam vernederlandst werd tot Rogier van der Weyden. Veel kan er met zekerheid over zijn leven niet worden verteld. Vermoedelijk werd hij omstreeks 1400 geboren. Hij zou lange tijd werkzaam zijn geweest in het atelier van een ander Doorniks meester, Robert Campin geheten, tot hij een uiterst bekwaam en veelgeprezen vakman geworden was. Hij werd te Brussel tot stadsschilder benoemd in 1436. In die dagen was dat een niet te onderschatten eretitel. Zijn faam was groot zodat zijn schilderijen niet alleen in de Nederlanden, maar ook in Spanje en in Italie erg op prijs werden gesteld. Van der Weyden stierf te Brussel in 1464. Hem wordt de leiding van een groot atelier toegeschreven, waar zijn leerlingen in de ban kwamen van de kracht van zijn kleuren en van zijn meesterschap in het vertolken van menselijke emoties door middel van beheerste en als gebeeldhouwde vormen. Het lijdt geen twijfel of de Brusselse 'Bewening' is in dat atelier tot stand gekomen. Wij mogen zelfs aannemen dat niet alleen de inspiratie, maar ook de tekening van de compositie gedeeltelijk van de meester zelf is. Misschien was het een geestelijke, een rijke handelaar, een vorst of een edelman, die het paneeltje bij hem bestelde voor zijn kerk, kapel of persoonlijke bidplaats. Er werd in de 15de eeuw immers nog geen kunst om de kunst gemaakt. Schilders werkten op bestelling en dienden zich te inspireren op verhalen en symbolen, die elk ontwikkeld man vlot ontcijferen kon. Dat die beperking aan de artistieke vrijheid van de kunstenaar opgelegd geenszins zijn 'inventie' of scheppende kracht in de weg stond, wordt o.m. bewezen door het schilderij, waarvan wij nu de kleurreproduktie bekijken. Zelden werd in een tafereel samengesteld uit vier onbeweeglijke figuren, een zo uitvoerig verhaal met verreikende betekenis vervat. Daarom is het niet overbodig eerst de voorstelling nader toe te lichten. Verondersteld wordt dat men weet in welke dramatische omstandigheden aan het leven van Christus een einde werd gemaakt. De Evangelisten verhalen hoe hij stierf aan het kruis om de mensheid van de erfzonde te verlossen, hoe Jozef van Arimathea naar Pilatus toeging om het lichaam van Jezus te vragen en hoe het lichaam na de kruisafneming in zuiver linnen werd gewikkeld en in een nieuw graf neergelegd. Inmiddels waren vele vrouwen Jezus uit Galilea naar Golgotha gevolgd en onder hen bevond zich zijn moeder Maria. De gevoeligheid van de westerse mens werd mettertijd bijzonder door het lot van Maria aangesproken. Hoe groot moet niet haar smart zijn geweest, toen zij aan de voet van het kruis het levenloze lichaam van haar kind in de armen nam ! In de 12de eeuw had de verbeeldingskracht van de gelovigen een zeer aannemelijk verhaal uitgedacht, dat tussen de beschrijving van de kruisafneming en de graflegging uit het Evangelie moet worden gesitueerd. Dat verhaal werd het uitgangspunt van het schilderij 'De bewening van Christus'. Van het kruishout, verticaal oprijzend in het midden van de compositie, is alleen de voet zichtbaar. Op de naakte afgeronde heuveltop van Golgotha knielt Maria. Zij heeft het lichaam van Jezus op de schoot genomen en drukt in wanhoop haar aangezicht tegen het zijne aan. Johannes, de geliefde discipel, knielt naast haar neer. Hij helpt het verstarde lichaam van Jezus ondersteunen en tracht met een gebaar van liefde het hoofd van Maria van dat van haar zoon te scheiden. Aan de voeten van Jezus knielt de bekeerde zondares Maria Magdalena, het hoofd in deemoed gebogen, de handen biddend samengevouwen. Het beeld van Jezus oversnijdt diagonaal het beeldvlak en werd onnatuurlijk naar voren gedraaid, zodat wij het overslanke lichaam in zijn deerniswekkende schoonheid duidelijk kunnen zien. De gestalte van Maria, verkrompen door smart, dient dit lichaam tot steun. Aan het hoofdeinde van deze groep neemt de apostel actief deel aan de handeling, terwijl de volgelinge een bescheidener plaats aan het voeteinde inneemt. Allen werden in een zelfde vlak op het voorplan geplaatst, de aangezichten naar de toeschouwer gekeerd alsof zij op een toneel voor het voetlicht stonden. Boven dit beeld van stomme smart weegt de stilte van de kale horizon waar de stervende dag zijn laatste licht verspreidt. Het is moeilijk te zeggen waar de realiteit eindigt en de symboliek in deze voorstelling begint. Symbolen van heiligheid zijn de ragfijne aureolen van goud rondom de hoofden. Symbool van liefde en dienstbaarheid is de reukvaas van Maria Magdalena. Symbool van de dood is de schedel op het voorplan, tenzij hij werd bedoeld als een zinspeling op de naam Golgotha, die schedelplaats betekent in het Hebreeuws. Symbool en werkelijkheid, geest en stof doordringen elkaar volledig in het werk van Rogier van der Weyden en vormen een harmonisch, evenwichtig geheel. De onmiskenbaar zuivere emotie, waarvan zijn inspiratie uitgaat wordt voortdurend door het verstand gecontroleerd en een mannelijke zelfbeheersing belet dat een dramatisch onderwerp als 'De Bewening' zou vervallen tot goedkope sentimentaliteit. In het schilderij dat ons bezighoudt kunnen dan ook zowel realistische details als afgetrokken lijnen en vormen worden aangewezen. Naast de stoffelijke uitbeelding van vleespartijen en gewaden vertolken de schikking van de personages, de gebaren en de calligrafie van de haakvormige plooien een vergeestelijkte visie van de kunstenaar op de natuur. Om het werk in zijn veelzijdige betekenis en schoonheid te kunnen vatten is dan ook meer nodig dan een vluchtige blik en een haastig opsommen van de voorgestelde feiten. Bijzondere aandacht vraagt het doordringend realisme waarmee de drie gezichten, die van Maria, Jezus en Johannes, geschilderd zijn. Maria weent, maar brengt geen geluid voort. Twee tranen als doorzichtige parels vielen onder haar moede, zwaargeschreide oogleden neer op het gelaat van haar dood kind. In de tekening van de mond is het trillen van de gezwollen lippen weergegeven, terwijl het beven van de kin door kleine schaduwvlekken zichtbaar wordt gemaakt. Johannes verkropt zijn leed, maar de verbeten trek rond de mond en de moedeloze blik van de ogen verraden zijn innerlijke ontroering. Op het lichaam van Christus lieten marteling en dood sporen na. Nog sijpelt het bloed in straaltjes uit het voorhoofd, uit de gapende zijwonde en uit de opengereten voeten. Het drenkt het schoon wit linnen dat rond de lenden werd geknoopt. Overstelpt door liefde en lijden haalt Maria met beide handen het lichaam van Jezus naar zich toe. Het handengebaar van Johannes steunt en troost. Het spel van die vier heffende handen contrasteert met de handen van Jezus, die naar de aarde neerhangen. Het lijkt alsof de schilder dood en leed van heel nabij heeft waargenomen om zo overtuigend in de mimiek, de houding en de gebaren van zijn personages het proces van die droeve ervaringen te kunnen oproepen. Nochtans zijn alle houdingen onnatuurlijk, ook die van de biddende Magdalena. Hier moet het realisme wijken voor de expressieve vorm. Het scherp plastisch uitgetekend volume van de gestalten wordt meer beklemtoond dan de anatomische bouw van het lichaam en elke lijn van de compositie voert de blik terug naar het uitgangspunt : de moeder treurend om de dood van haar kind. De schilder biedt ons geen uitweg om te ontsnappen aan de tragische inhoud van zijn onderwerp. Tussen de gebogen rug van Maria en het hoofd van Magdalena stuit de blik op het kruishout. Onbereikbaar strekt zich daarachter de horizon uit, meer kleur dan tekening met enkel het donker skelet van een dode boom. De achtergrond is gevuld met de lichtend gele en roze gloed van de ondergaande zon. Vanuit de linker en rechter bovenhoeken van het schilderij daalt de groenblauwe duisternis van de nacht. Het koloriet van die achtergrond behoort mede tot de gaafst bewaarde kleurpartijen van het schilderij. Zo ook de waskleur van het lijk met de genuanceerde scha-duwen, die het relief van het lichaam verhogen. Verder komt de tegenstelling tussen het rood van Johannes en het blauw van Maria tot haar recht, maar in de verschaalde kleuren van Magdalena's gewaden moet er veel van de oorspronkelijke waarde verloren zijn gegaan. 'De Bewening' werd door de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten te Brussel in 1899 gekocht uit de Italiaanse verzameling Pallavicini-Grimaldi. De vraag mag gesteld worden of voordien de restaurateur, die de plooien in het gewaad van Johannes in de linker benedenhoek wat al te hard aanzette, hiervoor verantwoordelijk is. Mogelijk bleef ook de vakkennis in het bereiden van de verven in gebreke bij een van de leerlingen van Rogier van der Weyden zelf. Deze kleine onvolkomenheden worden gauw vergeten, wanneer wij een laatste blik werpen op het geheel van de compositie van waaruit de vertwijfelde smart van Maria als een obsessie altijd weer naar voren komt. De schilder heeft de uiteindelijk berusting na de beproeving niet medegedeeld. Het beleven van het louteringsproces wordt aan ieder van ons persoonlijk overgelaten.