U bent hier

Roland Vanden Berghe - Bommen en Fabiola s

Roland Vanden Berghe - Bommen en Fabiola s

'Our friendly bombs' is de naam van een manifestatie die Roland Van den Berghe in 1972 op touw zette te New York, in het Museum of Modern Art en in het Whitneymuseum maar ook op de straat, en waarbij hij de wandelaars actief betrok. De mensen werden verzocht gewoon over schablonen van boomerang-bommen te lopen, die Van den Berghe op de grond had gelegd. Op die manier verzamelde hij honderden 'bommen', gemaakt met Amerikaans stof en Amerikaanse voetstappen. Een paar van die bommen plaatste hij bij Picasso's 'Guernica', zodoende een confrontatie makend tussen twee visuele protesten tegen de oorlog. Dit was niet zijn eerste actie met namaakbommen. Tevoren maakte hij een 'instrument om bommen op de hemel te roken', dat in 1971 voor 'Sonsbeek buiten de perken' te explosief werd bevonden. Een bom-schabloon zou op een kleine truck gemonteerd worden en continu door de lanen van het park worden gereden. Bezoekers kregen daarbij de gelegenheid hun eigen bom te maken met beschikbaar gestelde verf in een kleur naar keuze. Ook hier moest op speelse en kritische wijze aandacht worden gevestigd op de gruwel die het gebruik van échte bommen is. Belangrijker dan het maken van 'definitieve' kunstwerken en het exposeren in musea is voor Van den Berghe de directe communicatie tijdens zulke straat-acties of via de massa-media. Een principe daarbij is telkens het onbeperkt vermenigvuldigen van een symbolisch teken. Vandaar het gebruik van schablonen en stempels. Toen hij in 1970 van plan was zich in Berlijn te gaan vestigen maakte hij een stempel die nauwkeurig de lippen van koningin Fabiola nabootste, en drukte die bloedrood af op de bezoekers van zijn afscheids-expositie in het centrum van Brussel. Naam van de actie: 'Goodbye Belgium'. Die koninklijke afscheidskus betekende echter niet het einde. Door de Fabiola-figuur wordt Van den Berghe mateloos geïrriteerd. Een poosje heeft hij al haar foto's uit de kranten geknipt en aan zijn muren gehangen. Hierdoor geobsedeerd tekende hij tenslotte een reeks portretten, die in een album werden verzameld ('Glottis, 7 blauwdrukken van een stemspleet' 1970, Uitg. E. Cristiaens, Brussel). Exemplaren zond hij naar mensen waar hij een bijzondere waardering voor heeft, met verzoek de tekeningen naar eigen inzicht in te kleuren. Ernest Mandel, Fred Van Hove, Marcel Van Maele, Jo Dekmine, Gall leverden, door de manier waarop zij dat deden hun persoonlijke commentaar op de koningin. Hieruit ontstond het idee om het experiment uit te breiden tot een zo ruim mogelijk publiek, om iedereen uit te nodigen deel te nemen aan een soort getekend en gekleurd Fabiola-referendum. Het weekblad 'Humo' werd bereid gevonden een door Van den Berghe getekend Fabiola-portret af te drukken, met verzoek aan de lezers het in te kleuren en terug te zenden. Hetzelfde deed het franstalige weekblad 'Spécial' met een portret van Eddy Merckx. Een paar honderd lezers speelden het spelletje mee, maar uit wat de meesten instuurden is niet met zekerheid af te leiden of de kritische bedoeling wel helemaal is overgekomen. Karikaturale interpretaties waren eerder zeldzaam. Misschien hebben argeloze inzenders hun werk zelfs wel als een soort hulde aan de koningin of aan de kampioen bedoeld. Misschien werd in de oorspronkelijke tekeningen de ironie ook nog te 'artistiek' verpakt.