U bent hier

Ronde vliegtuigloodsen in Grimbergen - Sierlijke Lichtheid

Ronde vliegtuigloodsen in Grimbergen
Archief Frans Van Humbeek

 

Wie bouwt er nu ronde loodsen, moeten ze in 1947 gedacht hebben. Vliegtuigen stop je in rechthoekige dozen en daarmee uit. Maar ontwerper Alfred Hardy trok alle registers van de verleiding open en kreeg zijn zin. De ronde vliegtuigloodsen op het vliegveld van Grimbergen zijn sinds 2006 wettelijk beschermd en dat is volkomen terecht. Het zijn pareltjes van utilitaire architectuur.

 

 

EENVOUD EN DOELTREFFENDHEID

 

Van op de openbare weg zie je ze amper liggen. Je moet werkelijk het terrein van het vliegveld betreden om ze op een uithoek van de tarmac te zien liggen en dan nog zijn ze niet echt indrukwekkend. De twee ronde structuren zijn niet hoger dan zeven meter; terwijl de doorsnede vijftig meter bedraagt. Het is pas wanneer je binnen staat dat hun volle kwaliteit zichtbaar wordt. Vanuit een holle kern verheft zich een kelkvormige luifel waaronder de vliegtuigen staan opgesteld. De buitenwand bestaat uit een aaneenschakeling van hoge schuifdeuren waardoor vanuit om het even welk gedeelte van de loods een toestel kan binnen of buiten gerold worden. Eenvoud en doeltreffendheid gegoten in een zuivere vorm. Gegoten is wel de term. Het gebouw is een toonbeeld van gewapend beton dat na zestig jaar geen spoor van verwering of materiaalmoeheid vertoont. De algehele indruk is er een van sierlijke lichtheid, een begrip dat zelden aan betonarchitectuur gekoppeld wordt, maar hier volkomen gerechtvaardigd is. Die lichtheid is ook letterlijk op te vatten. De luifel die veertien meter uitkraagt, bestaat uit een betonnen schelp waarvan de dikte niet meer dan twaalf centimeter bedraagt. In het koepelgedeelte is die dikte zelfs teruggebracht tot acht centimeter. Ontwerper Alfred Hardy (1900 -1965) had namelijk een schitterende vondst gedaan die hij meteen liet brevetteren. De bewapening liep zowel straalsgewijs vanuit de kern als in concentrische ringen. Het gieten van het beton gebeurde kringsgewijs vanuit de kern. Door deze schijfstructuur werd de zijdelingse druk maximaal opgevangen en traden geen vervormingen van de luifel op. Daarom noemde Hardy zijn dakconstructies autoportantes, zelfdragend. Hij maakte zich sterk dat hij datzelfde principe op grote schaal kon toepassen en ontwierp appartementstorens en parkeergarages die spijtig genoeg nooit werden uitgevoerd.
 
 

ER ZAT MEER IN

 

Merkwaardig hierbij is dat Hardy zelf noch architect, noch ingenieur was. Hij was eerst in loondienst en nadien op zelfstandige basis aannemer, gespecialiseerd in metalen bouwmaterialen, zoals spanten en dakconstructies, maar eveneens metalen deuren, trappen, en dergelijk meer. De samenwerking met de firma Entreprise Blaton-Aubert bij de bouw van de loodsen te Grimbergen is wellicht zijn moment de gloire geweest. Ondanks het voorbehoud dat tijdens de aanbestedingsfase tegen het project werd geformuleerd, meer bepaald vanwege de hogere kostprijs, kreeg Blaton-Aubert de opdracht van de Regie der Luchtvaart toegewezen. De werf verliep vlot, al konden de loodsen niet gelijktijdig worden gebouwd, en dit bij gebrek aan bekistingmateriaaL Anno 1947 heerste er nog volop schaarste en noodgedwongen moest de bekisting van loods één hergebruikt worden voor de bouw van loods twee. Maar nog hetzelfde jaar kon Minister van Verkeerswezen Achilles Van Acker de revolutionaire gebouwen inhuldigen.
 
Hardy kon nu beginnen dromen en hoopte het succes van Grimbergen op het vliegveld van Melsbroek te verzilveren, op grote schaal deze keer. In plaats van kleine sportvliegtuigen zouden zijn geplande loodsen grote verkeersvliegtuigen zoals de DC-6 en zelfs het grotere broertje de DC-7 onderdak kunnen bieden. Maar de hoge kostprijs werd hem nu met aandrang voor de voeten geworpen.
 
Hij deed anderzijds wel zijn best om zijn aanbod te diversifiëren, op grote en kleine schaal, gaande van de eengezinswoning, via het panoramisch restaurant tot de parkeergarage met veertien verdiepingen. Grote projecten in Parijs en Lyon zien er op de uitgewerkte plannen overtuigend uit, maar ze kwamen niet van de grond. Op twee plaatsen op het Franse platteland kan je mits enig zoekwerk van die ronde landbouwloodsen zien staan. Hun paddenstoelvorm herinnert meteen aan de vliegtuigloodsen van Grimbergen. Het hadden er een pak meer kunnen zijn en mede door de half afgedankte rommel die de boer er in onderbrengt, stralen de bouwsels de weemoed van vervlogen glorie uit. En verder?
 
Meer dan een half dozijn privé-woningen, waaronder één voor hemzelf, heeft de originele bouwformule niet opgeleverd. Er zat duidelijk meer in.
 
 

MEER GEWAARDEERD IN HET BUITENLAND

 

Het heeft wel lang geduurd eer Hardy's verdienste in eigen land erkenning kreeg. Op internationaal vlak lag dat anders. In 1964 al kregen de Grimbergse loodsen een plaats in de tentoonstelling Twentieth Century Engineering in het MOMA te New York. Hardy zelf heeft er weinig aan gehad. Het jaar daarop kwam hij om het leven bij een dom verkeersongeval. Deze loodsen blijven de blikvangers in zijn oeuvre, al had hij wellicht op meer gerekend.
 
Alhoewel het concept van ronde loodsen als dusdanig erg vernieuwend is, wekt het niet de minste weerstand op, net omdat het zo gemakkelijk afleesbaar is. Alle functies zijn zelfs voor de grootste leek klaar en duidelijk. De vliegtuigen schuilen onder de brede luifel. Onderhoud of kleine herstellingen gebeuren in de ruimte tussen de peilers, de kern van het gebouw. De toegankelijkheid is maximaal. Het feit dat de schuifdeuren om het even waar kunnen geopend worden en dat de wand zelfs voor de helft kan weggemoffeld worden, spreekt tot de verbeelding. En er is meer, vanuit zuiver visueel standpunt. De ringvormige ruimte waarop de vliegtuigen opgesteld staan, wordt door geen enkel hinderlijk element verstoord. Door de ronde structuur en de gebogen openingen naar de kern van het gebouw zijn harde breuklijnen totaal afwezig; een lust voor het oog. Ook de helderheid is opmerkelijk. De onderhondsruimte middenin ontvangt overvloedig licht uit een conisch bovenlicht en de deuren rondom bestaan voor twee derden uit glas. De oorspronkelijke verlichting met een dozijn of wat gloeilampen is in de loop der jaren nooit aangepast. Onder meer hierdoor werd aan de binneninrichting omzeggens niets veranderd. In een land waar rommelen aan gebouwen een nationale sport is, mag dat gezien worden als het ultieme brevet van degelijkheid.
 
Rik Sauwen
 

AFBEELDINGEN:

  • Luchfoto van de twee loodsen © FOTO PAUL VAN CAESBROECK
  • Foto van een loods vanuit de toegang tot de andere loods© ARCHIEF FRANS VAN HUMBEEK
  • Twee foto's tijdens bouwfase© ARCHIEF FRANS VAN HUMBEEK
  • Binnenfoto na ingebruikname loodsen © ARCHIEF PAUL VAN CAESBROECK
  • Twee foto's binnen de loodsen © PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, FOTO: JAN DECRETON

INFO

Bibliografie: 

Iwan Strauven, Alfred Hardy 1900-1965. ('Vlees en Beton' 60)

Ghent University Architectural and Engineering Press, Gent, 2002