U bent hier

Textielkunst in het vernieuwde M HKA - Kunst en het sociale weefsel

Alice Creischer, The Greatest Happiness Principle Party, 2001, Courtesy Thomas Hermann, Wenen, 2001.

 

Het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (M HKA) onderging de voorbije maanden een grondige opknapbeurt. De infrastructuur is vernieuwd en alle binnen -en buitenwanden werden geschilderd, inclusief een wandschilderij van Enrico David op de gevel. Het nieuwe logo M HKA zonder 'u' is door Christophe Terlinden bedacht. De herprofilering van het M HKA wordt nu ook aan de buitenkant van het gebouw zichtbaar. 

 

 

DRAGER VAN IDEEËN 

 

Hoewel textiel de laatste vijftig jaar frequent opduikt in de beeldende kunst, naast andere nieuwe media als film, video en fotografie, bleef de belangstelling voor dit medium in de internationale kunstscène tot nu toe vrij beperkt. Er werden nauwelijks thematentoonstellingen georganiseerd en als er al plaatsvonden, dan hadden ze meestal een materiaaltechnische invalshoek. De grootschalige groepstentoonstelling Textiles/ Kunst en het sociale weefsel van het M HKA overstijgt ruimschoots dat materiaaltechnische gegeven. Met nieuw en bestaand werk van internationaal gerenommeerde kunstenaars en met een goed omlijnd concept, slaagt het museum er in om een originele kijk op textiel te werpen. De tentoonstelling richt zich specifiek tot textiel als beeld van het sociale weefsel, zoals de titel letterlijk aangeeft. Het is een onderzoek naar textiel als drager van politieke ideeën rond maatschappelijke en ethische kwesties. 

 

Het parcours van Textiles strekt zich uit over de benedenverdieping van het museum. De installatie van de Duitse Alice Creischer aan de ingang zet meteen de (politieke) toon van de tentoonstelling. In The Greatest Happiness Principle Party (2001) voert Creischer een gebeurtenis uit 1931 op als een politiek cartoon. Met heren en dames, die letterlijk hoog lopen en sloganeske taal gebruiken, ensceneert ze een feest van een Oostenrijkse bank op de vooravond van haar bankroet. Het is een narratief werk, dat vlijmscherp op de pijnpunten van ons kapitalistisch systeem drukt. In het licht van de huidige financiële crisis is het werk brandend actueel en meteen een rake opener in een expo die geen maatschappelijke en ethische kwesties schuwt. In de buurt van dit werk bevindt zich een wand met technische textielhandboeken uit de achttiende eeuw, die als een soort echo hiervan, de koppeling maakt naar het rijke textielverleden en de industrialisatie van Vlaanderen. 

 

Naast deze boeken nam curator Grant Watson nog meer archiefmateriaal en historische textielwerken in het parcours op. Hiervoor ontwierp kunstenaar Luca Frei een modulair ophangsysteem dat in de opeenvolgende ruimtes terugkeert, de ruimte structureert en zinvolle verbanden met de omgevende kunstwerken tot stand brengt.  

 

 

DE STATUS VAN TEXTIEL

 

Het belangrijkste historische werk van de tentoonstelling is ongetwijfeld de Parangolé-cape (1965) van de Braziliaanse kunstenaar Hélio Oiticica (1937-1980). Omdat dit werk het vertrekpunt is van waaruit de curator alle andere werken selecteerde. Het is een ruimtelijke vorm om te dragen en in te dansen, die tegelijk als politiek spandoek of als tent dienst kan doen. Het idee voor de Parangolé-cape ontstond toen Oiticica in de favela van Mangueira Hili in Rio de Janeiro woonde en werkte, waar hij onder de indruk kwa

 

m van de flexibele architectuur, de danscultuur en de bewoners. 

 

In het werk combineert Oiticica elementen van het constructivisme uit de jaren '20 met ethische en politieke vragen uit de favela. Het werk is een knooppunt van politieke ideeën, die zowel rond sociale kwesties, als rond identiteit, zelfrepresentatie en genderthema's handelen. Al deze facetten keren terug in de afzonderlijke werken. 

 

Daarbij zijn in de rechtervleugel van het museum vooral werken samengebracht die expliciet rond een extern maatschappelijk statement draaien. Het gaat om de representatie of de demonstratie van politieke ideeën via vlaggen, spandoeken, wandtapijten of kledij. In het historisch luik zijn vlaggen en spandoeken opgenomen van Vlaamse politieke partijen, maar ook motieven voor arbeider kledij uit het Russisch constructivisme van Varvara Stepanova en Lyubov Popova van de jaren '20 en textielontwerpen van Anni Albers uit de jaren '60 en '70. Diverse textielroepassingen, industrieel of manueel vervaardigd, komen naast elkaar aan bod: van gebruiksvoorwerpen, kledij, interieurdesign tot autonome kunstwerken en alle mengvormen daarrussen. Dit doet ook vragen rijzen naar de status van textiel, niet alleen in de verschillende gedaanten maar ook ten opzichte van andere media, zoals bijvoorbeeld de schilderkunst. 

 

De meest opmerkelijke kunstwerken in de rechtervleugel zijn de monumentale spandoeken van de Amerikaanse kunstenaar John Dugger en een wandtapijt van de Brits-Poolse Goshka Macuga, dat werd geweven in het Vlaamse textielbedrijf Flanders Tapestries. John Dugger, die zijn Banner Art Project begon in 1976 in Londen, voerde ondertussen spandoeken uit voor klanten als de Dalai Lama, Buckingham Palace en Atlama Olympics. Het spandoek Chile Veneera werd gemaakt voor een protestbijeenkomst tegen het bewind van Pinochet op Trafalgar square in 1974 en de Wu Chu Kwan banner uit 1977 voor het Flaxman Sporrs Centre in Brixron. Het zijn kleurrijke taferelen, die gebalde boodschappen naar voorbrengen. Ieder doek i opgebouwd uit smalle verticale stroken volgens oude technieken die hij ontleende van Tibetaanse monniken en traditionele Chinese kunstenaars. 

 

 

VRAGEN OVER IDENTITEIT 

 

Over het communiceren van boodschappen, handelt ook het wandtapijt On the Nature of the Beast (2009) van Goshka Macuga, die het effect van Picasso's Guernica bevraagt als anti-oorlogsdocument. Het werk toont een roespraak van prins Willem in de White Chapel gehouden voor de Guernica met een publiek van medewerkers, mecenassen, kunstenaars, critici en politici op de voorgrond. Dit werk levert een commentaar op een installatie die ze eerder dit jaar maakte in de White Chapel. Waarvoor ze een tapijtversie van Picasso's Guernica uitleende van het VN gebouw in New York met de nodige documenten en er publieke gebeurtenissen liet plaatsvinden, waaronder de toespraak van prins Willem. Beide projecten leggen verbanden bloot tussen historische en hedendaagse diplomatieke aangelegenheden en de plaats die beeldvorming daar kan in hebben. 

 

In de linkervleugel van het gebouw zijn werken te zien die veeleer vragen opwerpen rond identiteit, gender en zelfrepresentatie. Voor de ronde zaal liet de Brits-Italiaanse kunstenaar Enrico David een achttien meter lang wandtapijt weven met een gestileerd menselijke figuur als patroon. Bijzonder aan het werk van Enrico David is dat hij de taal van de interieurdesign hanteert om kwesties rond seksualiteit en autobiografie mee aan te kaarten. Dit werk treed in dialoog met de tactiele omgevingen van Rosemarie Trockel en Tapta, die rond feministische vragen draaien. Het werk Grotte (2006) van Rosemarie Trockel ensceneert een holte die gevuld is met geverfde wolstrengen waar de bezoeker zich kan in onderdompelen en van Tapta wordt de hangende touwconstructie Formes pour un espace souple uit de M HKA-collectie getoond.

 

Beide kunstenaars spelen de tactiele, sensuele en flexibele kwaliteiten van textiel uit om een sterke zintuiglijke ervaring teweeg te brengen. Tactiele omgevingen nodigen de toeschouwer actief uit om eraan te participeren, er aan te voelen en te tasten. Het meest subtiele werk in die zone is echter van de jonge Braziliaanse kunstenaar Tonico Lemos Auad. Met schaarse middelen als een kamerbreedtapijt in wol en een paar kapjes in kant creëerde hij een feeëriek landschap met levensechte vosjes.

 

lsabelle De Baets 

 


INFO

 

Textiles. Kunst en het sociale weefsel

Nog tot 3 januari 2010 

Open: dinsdag en woensdag, vrijdag t.e.m. zondag van 11 tot 18 uur. donderdag van 11 tot 21 uur

Gesloten: maandag

 

M HKA

Leuvensestraat 32

2000 Antwerpen

T. 03 260 99 99

www.muhka.be