U bent hier

Expo Zwarte poëzie in het Emile Verhaerenmuseum

 

Van 18 juni tot 26 november exposeert het museum in Sint-Amands de Zwarte Trilogie van Emile Verhaeren (1855-1916). De symbolistische dichtbundels Les Soirs, Les Débâcles en Flambeaux Noirs worden gepresenteerd met de aansluitende prenten van de Franse kunstenaar Odilon Redon. Tekeningen van Verhaerens tijdgenoten Fernand Khnopff en Théo Van Rysselberge versterken eveneens de eigenzinnige sfeer van het literaire werk. Tegenwoordig zijn de sporen van Verhaeren nog zichtbaar in de hedendaagse kunst. Zo gaan Vladimir Ivaneanu, Franklin, Sanne De Wolf, Vigidis De Cauter, Martha Vershaffel, David Verstrate en Ben Cockelkoren tijdens de tentoonstelling in dialoog met de dichter.

 

Als Franstalige Belgische dichter, kunstcriticus en schrijver was Verhaeren gevoelig voor de tijdsgeest: het fin-de-siècle, een periode die zich uitstrekt over West-Europa tijdens het laatste kwart van de negentiende eeuw. Typerend was de groei op economisch, politiek en technologisch vlak; denk maar aan de afschaffing van de kinderarbeid, de weinige conflicten en de opkomst van de luchtvaart. De maatschappij ervaarde deze periode echter zeer verschillend. Enerzijds bestond er een groep die sterk geloofde in deze ontwikkelingen. Anderzijds riepen de evoluties angst op bij verschillende mensen. Veel vertrouwde dingen gingen verloren en er was weinig geloof in de wetenschap als oplossing voor alle problemen. Die neerslachtige groep treurde omdat de wereld nooit perfect zou zijn en keken terug naar het verleden waar alles beter leek. Het symbolisme, actief in de literatuur, beeldende kunst en muziek, schoot dan ook wortel in dit pejoratieve ervaringskader. 

 

Odilon Redon, Les Débâcles 2, 1888 © Emile Verhaerenmuseum

 

Verhaerens Trilogie Noire hoorde thuis in die stroming. De pessimistische gedichten van Les Soirs (1888) weerspiegelen de miserabele toestand van de poëet. De dichtbundel Les Débâcles (1888) werd enkele maanden later uitgebracht met een iets mindere pessimistische toon. Toch resoneerden de verzen sombere gedachten zoals het morbide landschap, het fatale einde en de zelfkastijding, een begrip dat verwijst naar het zichzelf pijnigen vanuit een religieuze ascese. Enkele jaren later verscheen Flambeaux Noirs (1891), als laatste episode van de Zwarte Trilogie. In die bundel verdween de zelfkwelling en kwam een statische wereld naar voor waar geluk en dynamisme ontbraken. Zo leek de inhoud van filosofie en religie grondig verstoord. Het dichtwerk schakelde de rede uit waardoor de deur werd opengezet voor de waanzin. 

 

De Brusselse Edmond Deman stond in voor de bibliofiele publicatie van Les Soirs, Les Débâcles en Flambeaux Noirs. Als uitgever van Belgische en Franse dichters stond hij bekend als een belangrijke spilfiguur voor literaire en beeldende kunstenaars. Zo maakt de Franse symbolist Redon verschillende litho’s voor de titelbladen van de bundels. Het oeuvre van de kunstenaar toont een droomachtige wereld met fantasiefiguren zoals feeën, monsters en geesten. Khnopff leverde ook een bijdrage aan de drie dichtbundels door ornamenten toe te voegen. Het werk van de Belgische symbolist mengde kunst en literatuur door elkaar. Zijn mysterieuze schilderijen baden in een melancholische sfeer waarin cryptische symbolen de drager overspoelen. Na de verschillende publicaties kreeg Verhaeren de drang om zijn literair werk beter te formuleren. Doorheen zijn carrière ervaarde hij de noodzaak om vormelijk en inhoudelijke aanpassingen door te voeren om zijn dichtwerk universeler te maken. Zo gaat de Parijse Mercure de France zijn werk heruitgeven in verschillende talen zoals het Nederlands, Duits en Russisch.   

 

Artikelfoto: Emile Verhaeren, 1885 © Emile Verhaerenmuseum