U bent hier

Alles uit de Egyptische kast

Mummies in de bibliotheek.

 

Waarom kijken de olifanten en de giraffen in de Antwerpse Zoo uit op hiërogliefen? Wat heeft Champollion met Napoleon te maken? En waarom had de Tekenacademie van Antwerpen in de negentiende eeuw belangstelling voor een Egyptische kast? De Stadsbibliotheek van Antwerpen zocht het voor u op.

 

 

GOED BEWAARD

 

De bewaarbibliotheek van Antwerpen is zelf een goed bewaard geheim. In de stadswinkel van Antwerpen wordt dat snel duidelijk. Als we de weg vragen naar de Stadsbibliotheek op het Hendrik Conscienceplein, krijgen we de vraag teruggespeeld. Is dat niet op het De Coninckplein? Voor de directeur van de Stadsbibliotheek An Renard is de verwarring met de Openbare Bibliotheek Permeke precies de bestaansreden van tentoonstellingen als Mummies in de bibliotheek: "We willen de Stadsbibliotheek bekender maken bij een breed publiek. Al is het niet verwonderlijk dat de twee bibliotheken met elkaar verward worden. Het zijn allebei stadsinstellingen en ze hebben bovendien een gezamenlijke geschiedenis die terug gaat tot de vijftiende eeuw. Een schenking van 441 boeken vormde de basiscollectie van de stadhuisbibliotheek die toen alleen voor ambtenaren bedoeld was. Naast deze 'elitebibliotheek' kwam er een volksbibliotheek, de latere openbare bibliotheek. Hun wegen zijn pas gescheiden in de jaren 1960 en tot aan het decreet van het openbare bibliotheekwerk eind jaren zeventig hadden ze zelfs nog een gezamenlijke administratie."

 

Wie weet dat de Stadsbibliotheek, intussen aangegroeid tot één miljoen raadpleegbare objecten, systematisch alles aankoopt over Nederlandse letterkunde, de geschiedenis van Vlaanderen, Antwerpen, en de geschiedenis van het boek? "Bij de letterkunde streven we volledigheid na. Alles wat verschenen is, ook in eigen beheer, proberen we aan te schaffen. Oud-bibliothecaris Frans-Hendrik Mertens was bevriend met Hendrik Conscience en daardoor zijn er ook veel eerste drukken in de collectie. Niemand kan om ons heen wat de Nederlandse letteren betreft." De negentiendeeeuwse bibliothecarissen Frans-Hendrik Mertens en Pieter Gérard hadden daarnaast ook voeling met de ontluikende egyptologie.

 

 

HIP EGYPTE

 

Toch maar best één oog op het glas water gericht houden wanneer An Renard ons een boekje uit 1822 voorlegt: Lettre à M. Dacier relative à l'alphabet des hiéroglyphes phonétiques van Jean-François Champollion. De ouderdomsvlekken - "het papier is van slechte kwaliteit omdat papier een industrieel product geworden was" - maken het kleinood nog kostbaarder: "Op zich is het een simpel boekje, maar het is ongelooflijk belangrijk geweest. Champollion kraakte de code van de hiërogliefen waardoor het Oude Egypte ontsloten werd." Als jongetje had Champollion gezworen ooit de hiërogliefen te ontcijferen. Dat had hij gedaan na het zien van Oud-Egyptische voorwerpen die een wiskundige had meegebracht van een grootse expeditie. Vanaf 1798 had een wetenschappelijke expeditie met meer dan honderd historici, onderzoekers, tekenaars, tot zelfs drukkers toe, de militaire veldtocht van Napoleon naar het land van de farao's vergezeld. Het verslag daarvan is de Description de l'Egypte, negen boekdelen tekst en twaalf grote volumes met gravures. Voor het eerst was het faraonisch patrimonium wetenschappelijk geïnventariseerd.

 

An Renard over de tijd dat een boek nog insloeg als een bom: "Van de ene dag op de andere dag werd Egypte een hype." Schattenjagers, wetenschappers, en kunstenaars, de uittocht naar de Oriënt was niet meer te stoppen. Het was Renards voorgangers niet ontgaan: "De bibliothecarissen kochten systematisch alles op wat over Egypte verscheen, ook reisverslagen en veilingcatalogi van Egyptische antiquiteiten, in totaal 250 titels. Net zoals bij onze eerdere tentoonstellingen, Wie zoet is, krijgt lekkers, Oude kinderboeken, nieuwe illustraties en Tegendruk, over de clandestiene pers tijdens de Tweede Wereldoorlog, willen we met Mummies in de bibliotheek niets anders zeggen dan: Ook dat hebben wij in huis."

 

 

EGYPTISCHE KAST

 

De Duitser Karl Richard Lepsius had de grammatica van Champollion grondig bestudeerd voor hij in 1842 in opdracht van de koning van Pruisen het Nijldal exploreerde. Het is vandaag nog altijd niet mogelijk om de Egyptische piramiden te bestuderen zonder de vele verwijzingen naar de twaalf boekdelen van Lepsius' Denkmäler aus Aegypten und Aethiopien (Ethiopië was toen de naam van het huidige Nubia). In verband met deze nieuwe aanwinst voor de bibliotheek in 1860 vermeldt een gemeenteraadsverslag: "dat de prins-regent van Pruissen aen de teekenschool van Antwerpen een exemplaar heeft gezonden van het groot werk van M. Lepsius (...) Het stadsbestuur besliste om deze schenking enkele dagen tentoon te stellen in de zalen van de Academie in de Venusstraat en ze nadien een eervolle plaats te geven in de Stadsbibliotheek naast de 'Description' want beide zyn voor onze kunstenaren eene rijke bron waeraen zy met volle vertrouwen kunnen putten; voor de leerlingen onzer koninklijke akademie vooral, zullen zy van het hoogste nut wezen."

 

Voor Renard is het duidelijk dat het op vraag van de Academie was dat de Lepsius in de Stadsbibliotheek terecht kwam. Dit standaardwerk wordt bewaard in de Egyptische kast in de duizelingwekkende, door boekengeur doordrongen Nottebohmzaal. "De Egyptische kast, in tempelvorm, is het hart van de tentoonstelling. We hebben de kast en de Lepsius onlangs een lichte restauratie gegeven. Het bracht ons op het idee om iets rond dit werk te doen. Het onderwerp leende zich ook wonderwel voor De Wereld in Antwerpen 2006." Renard bladert behoedzaam door de Description en de Lepsius met de bijna een meter hoge platen van mummies in voor- en zijaanzicht, panorama's van en vanop de piramides, mangoesten, arenden, ibissen: "Dat is van een vakkundigheid die je vandaag niet meer tegenkomt. De Description is wel niet in zo'n goede staat. Na de tentoonstelling is het zijn beurt om gerestaureerd te worden."

 

 

INSPIRATIE IN DE BIBLIOTHEEK

 

De sleet die de Description vertoont, wijst op intensief gebruik. An Renard gaat er prat op dat de collectie lééfde. De Antwerpse schilder Laurens Alma Tadema haalde tijdens zijn academiejaren motieven uit Manners and Customs of The Ancient Egyptians uit 1834 van de grote Engelse egyptoloog Sir J.Gardner Wilkinson. Het was lang het enige boek waarin het dagelijks leven van boeren en ambachtslui uit de tijd van de farao's werd beschreven, en het was al vroeg beschikbaar in de Stadsbibliotheek. Op kosten van kunstverzamelaar Charles Stier d'Aertselaer reisde de Antwerpse schilder Jacob Jacobs als eerste uit onze streek naar Egypte. Hij bracht een groot aantal schetsen mee die de basis zouden vormen voor zijn schilderijen, waaronder De ruïnes van Karnak dat op de tentoonstelling te zien is. Uit de collectie van deze Stier d'Aertselaer komt de enige papyrus die de Stadsbibliotheek bezit, een Egyptisch dodenboek of een soort reisgids voor de overledene in het hiernamaals. "Jacobs' mecenas was dus ook de onze," zegt An Renard, nog altijd verwonderd dat alles draaide rond "enkele spilfiguren met nauwe familiale en andere banden."

 

In volle egyptomanie bouwde Charles Servais in 1856 een Egyptische tempel voor de olifanten en de giraffen van de Zoo. In de tentoonstellingsgids met egyptiserende lay-out heeft ULB-egyptoloog Eugène Warmenbol het over de egyptomanie in het stadsbeeld, van grafmonumenten tot sigarettenfabrieken. Amateur-egyptoloog Louis Delgeur, die achteraf het Egyptepaviljoen van versiering en hiërogliefen voorzag, moedigde de architect aan de Stadsbibliotheek te bezoeken: "consultez à ce sujet les colonnes des ouvrages de Napoléon et de Lepsius." Louis Delgeur speelde ook een rol bij de aankoop van de collectie Egyptische oudheden voor het Museum Steen, later het Museum Vleeshuis, en schreef een essay over de dodenpapyrus van de Stadsbibliotheek. Wanneer het Egyptepaviljoen eind negentiende eeuw herschilderd wordt, haalt decorateur Henri Verbuecken zijn inspiratie uit Histoire de l'Art Egyptien d'après les monuments van Ernile Prisse d'Avennes. Reisgezel van Prisse d'Avennes was de Utrechtste schilder Willem de Famars Testas die ons in zijn notities een beeld geeft van hoe het er aan toe ging op zo'n expeditie: "Wij leven hier dus zeer sober, brengen den ganschen dag met teekenen, calqueren en estamperen in de graven door."

 

 

MUMMIE REVISITED

 

Pieter Gérard was naast bibliothecaris van de Stadsbibliotheek ook stadsarchivaris. Hij was daardoor nauw betrokken bij de aankoop en de beschrijving van de collectie van het Vleeshuis. Omdat er destijds zo'n intense samenwerking was, paste het om de mummiekist van Nesi Chonsoe van het Vleeshuis voor een keertje in de Stadsbibliotheek op te baren. De mummie was tien jaar geleden voor het laatst te zien op de tentoonstelling Egypte onomwonden in het Vleeshuis. Blij weerzien is dat ook voor de horden scholieren op schoolreis voor wie de mummie van het Vleeshuis een vaste stopplaats was.

 

Curator Robert Lunsingh Scheurleer, directeur van het Allard Pierson Museum van Amsterdam, maakte een selectie uit de collectie van het Vleeshuis. De mummie wordt geschraagd door canopen, grafvazen waarin de organen van de mummie werden bewaard, en in de nissen tussen de boekenkasten zijn amuletten en godenbeeldjes te bewonderen. Bij de mummies van ibissen, de vogels die werden gekweekt om te offeren, is er één lege. Of hoe fraude door radiografisch onderzoek na 3000 jaar alsnog aan het licht komt. Lunsingh Scheurleer laat in de tentoonstellingsgids een Egyptisch jongetje 3000 jaar later wakker worden in de Nottebohmzaal in 'een grote havenstad, waar alles werd aangevoerd door schepen': Het gedempte licht en de stilte deden mij denken aan een ruimte in een tempel. Niet meteen een graf, dacht ik, hoewel...

 

An Devroe

 


ILLUSTRATIES

Opbouw van de tentoonstelling 'Mummies in de bibliotheek'

An Renard, directeur van de Stadsbibliotheek

Zalflepels, tekening uit Emile Prisse d'Avennes, Histoire de l'art égyptien, Parijs, 1879
Stadsbibliotheek, Antwerpen


INFO

Mummies in de bibliotheek Egyptische oudheden in Antwerpen

Nog tot 31 december 2006 

Open: dinsdag tot en met zondag van 13 tot 17 uur

Gesloten: maandag

Stadsbibliotheek

Hendrik Conscienceplein 4

2000 Antwerpen

Tel.03 206 87 10

http://stadsbibliotheek.antwerpen.be