U bent hier

Theo van Doesburg - Contra Compositie V en Contra Constructie

 

Contra compositie V en Contra constructie zijn twee werken uit de tentoonstelling ‘Theo van Doesburg, een nieuwe kijk op kunst, leven en technologie` in Bozar. Theo van Doesburg - pseudoniem voor Christian Emil Marie Küpper - bepaalde als schilder, architect, dichter en ontwerper de revolutionaire sfeer mee die het begin van de twintigste eeuw kenmerkte: een periode van nieuwe en vooruitstrevende vormentaal. Om zijn beeldtaal te promoten reisde hij door Europa.

 

Samen met Piet Mondriaan begon van Doesburg in 1917 De Stijl. Bij die nieuwe beweging hoorde een nieuwe kunstvorm, de Nieuwe Beelding of Neoplasticisme. Met hun kunsttheorie wilden ze de kunstwereld hervormen. Hun neoplastische schilderijen drukken een universeel evenwicht uit. Volgens hen was het een utopisch ideaal dat in de toekomst gerealiseerd zou worden, maar toen al in de kunst zichtbaar was. Van Doesburg en Mondriaan werkten met horizontale en verticale lijnen, wat eenvoudige vormen opleverde. Hun kleurenpalet was beperkt tot de primaire kleuren rood, geel en blauw, gecombineerd met zwart, wit of grijs. Ze stelden hun werk voor in het tijdschrift De Stijl. In 1924 ontstond er een conflict tussen van Doesburg en Mondriaan. Van Doesburg ging in tegen het beperken van lijnen in horizontale of verticale richting en wou de Nieuwe Beelding herinterpreteren. Mondriaan was het niet met hem eens en verliet de groep. Van Doesburg ging experimenteren met diagonale lijnen en maakte het eerste werk van zijn serie Contra-composities. Volgens van Doesburg gingen mensen de lijnen in hun verbeelding automatisch aanvullen en vervolledigen. De kleuren zijn contrasterend en elk vlak is opgevuld.

 

Vanuit de schilderkunst vertrok van Doesburg naar driedimensionaliteit en andere disciplines zoals architectuur. Hij ontwikkelde een dynamisch ruimteconcept en vergeleek moderne schilderkunst met moderne architectuur. Volgens van Doesburg hebben die het platte vlak gemeen. De persoon die hem op die overeenkomst wees was architect Jacobus Johannes Pieter Oud. Hij gaf van Doesburg als eerste een architecturale opdracht in 1916 : een glas-in-loodraam voor de woning van de burgemeester van Waterland. Theo van Doesburg gebruikte zijn schilderijen om architectuurontwerpen uit te testen. Ze waren niet bedoeld om uitgevoerd te worden, maar dienden als experiment op zoek naar een nieuw Ruimte-ideaal. Hij tekende geen deuren, ramen, of andere functionele elementen. Het is moeilijk om op zijn architectuurtekeningen de voorkant van de achterkant te onderscheiden. Zijn ontwerpen bestaan voornamelijk uit huizen en zijn tot stand gekomen in samenwerking met Cornelis van Eesteren. Contra constructie is hier het bekendste voorbeeld van. Omdat van Doesburg vooral schilder was, werkte hij nooit alleen aan een architectuurontwerp. Hij leverde het theoretische werk en had daarbij hulp van een architect. Van Doesburg probeerde wel van betekenis te zijn in de architectuur en zich daar in te specialiseren. Hij stelde zijn ontwerpen voor aan het Bauhaus in Weimar.

 

 

In 1931 stierf Theo van Doesburg. Zijn vrouw Nelly bewaarde het grootste deel van zijn werken. Ze probeerde de geest en het werk van haar man levend te houden in de avant-gardecirkel. Ze zorgde nog voor twee tentoonstellingen, één in Parijs en één in Amsterdam, om het leven en werk van Theo van Doesburg te herdenken. In de late jaren van 1940 stelde Nelly zijn werken voor in Amerika. 

 

Elke maand bespreekt een tento.be-redacteur een kunstwerk uit een actuele tentoonstelling. In maart is Anneleen Van Wulpen aan de beurt.

Theo van Doesburg (1883 – 1931)

1. Contra Compositie V

1924

olieverf op doek

2. Contra Constructie

1923 

gouache op lithografie

Uit: Theo van Doesburg, een nieuwe kijk op kunst, leven en technologie